8. Zindelijk

Halverwege de avond neem ik Baba mee op zijn eerste wandelingetje in de buurt. Nog meer dan op het vliegveld valt me op dat de lijn slap blijft. Dit was geen zwerver. Geen idee waar hij vandaan komt, maar zoals hij meteen zijn plek in huis vond en nu keurig naast me loopt geeft aan dat hij ergens in een huis is opgegroeid en opvoeding heeft genoten. Wie weet wat er waar is van wat de mensen van die manege in Spanje vertelden over dat hij bij hen aan was komen lopen. Maar het is in ieder geval mijn mazzel dat ze hem bij een van de twee asiels gebracht hebben waar de stichting hondenzorg en welzijn contacten mee heeft.

Ik ben nog steeds hevig ontroerd, wat een enorme lieverd loopt er hier naast me! En wat is hij mooi! We lopen naar het begin van het park. Ik hoop dat Baba daar, aangespoord door alle geurtjes van andere honden, zijn behoeften zal doen. Maar zo rustig als hij binnen is, zo onrustig is hij buiten. Zijn neus is constant aan het werk en geregeld richt hij zijn kop op en spitst zijn oren. Als ik zie hoe die oren werken, verwacht ik dat ook het linkeroor binnenkort wel zal gaan staan. Maar zo niet, dat ene hangende oor staat heel aandoenlijk.

Dan is daar de eerste harde knal. Niet eens erg dichtbij, maar ik schrik ervan. De hond ook. Oh jee, dat was meteen een verkeerd begin. Ik herpak mezelf snel, maar de lijn staat strak. Ik blijf rustig staan, aai Baba heel even op zijn kop en zeg dan op rustige maar besliste toon: “Kom Baba, door!” Daar lopen we alweer, maar van een plas komt niets.

Thuis laat ik hem in mijn minituintje. Hij snuffelt er belangstellend rond, maar ook hier doet hij niets.

Ik leg grote kartonnen platen neer die ik expres de afgelopen week bewaard heb van de verpakkingen van allerlei internet aanschaffen, waaronder een grote zak hondenbrokken. Als hij in huis gaat plassen, wordt mijn parket niet meteen doorweekt. Ik ga voorbereidingen treffen voor de nacht. Ik heb besloten op de bank te gaan slapen, zodat als Baba zichzelf weer wil kapot krabbenbijten, ik hopelijk op tijd kan ingrijpen. Zijn eerste anti-jeuk en allergie pilletje van de dierenarts heeft hij samen met een antibiotica pil al binnen. Net als zijn eerste maaltijd bij mij. Verbaasd constateer ik daarbij dat hij keurig gaat wachten tot ik het sein geef dat hij mag eten. Deze grote pup van acht a negen maanden lijkt compleet opgevoed! Erg enthousiast wordt hij niet van het eten. Wellicht komt dat door alle indrukken. Of hij wordt niet enthousiast van deze geperste brokken. Ik vermoed het laatste want hondenkoekjes en een kluifje van runderhuid gaan er goed in.

Op de bank slapen valt tegen. Ik doe alleen hazenslaapjes en sta als er heel vaag iets van daglicht begint door te schemeren moe op. Ik doe die dag heel weinig, ben overal te moe voor. Net als Baba. Het voordeel van de slechte nachtrust blijkt dat we op hetzelfde level zitten. Baba ligt vooral in zijn mand en komt af en toe knuffelen. We gaan drie keer even naar buiten, maar hij is daar te onzeker om zijn behoeften te doen. De vuurwerk knallen zijn ook niet bevorderlijk. Terug van een wandelingetje waarbij hij duizend nieuwe dingen tegelijk ziet en ruikt, doet hij eindelijk een plas in mijn minituintje. Een mega lange plas. Het duurt nog een etmaal voor hij eindelijk durft te poepen, alweer in mijn minituintje. Ik krijg het sterke vermoeden dat hij wel zindelijk is, maar op een in deze situatie onhandige manier; hij moet los zijn om zijn behoeften te doen en dat moet per se op aarde, liefst met gras begroeid. Waar vind ik een terrein dat is omheind waar hij los kan?

De derde dag bedenk ik dat dat terrein er is. Weliswaar is het verboden om honden los te laten lopen op ons moestuinterrein, maar nu in midwinter kan dat geen kwaad lijkt me. Nood breekt wet. Zolang het vuurwerk blijft knallen, kan ik hem nergens anders los laten. Ik laat hem ’s ochtends plassen in mijn minituintje, ook wel door mij balkon op de begane grond genoemd, daarna gaan we naar de moestuin, 5 minuten lopen bij mijn huis vandaan. De eerste keer dat ik hem daar los laat, blijft hij in mijn buurt, maar de volgende dag begint hij over de hoofdpaden te rennen. Keurig! Toch gaat hij ook de tuinen in, maar ook daar herkent hij goed de paden en is hij duidelijk voorzichtig en zoekt er, meestal in de buurt van een composthoop een plekje om te poepen. Het is goed opruimbare poep dus niemand heeft er verder last van lijkt me. Ik kijk nu al uit naar 4 januari, de dag dat ik verwacht dat het knallen eindelijk zal verminderen. Baba zal daar ook wel naar uitkijken, al weet hij dat niet. Misschien denkt Baba wel dat hij in een oorlogsgebied is komen wonen en het altijd zo is hier.

De dag na Baba’s aankomst gaat de buurman op de hoek alweer helemaal los met vuurwerk. Ik heb net de gordijnen gesloten omdat het vroeg donker is. Baba reageert niet op de knallen van buiten. Kennelijk voelt hij zich meteen veilig bij mij in huis.

Hij eet goed, vooral de maaltijd met rauw vlees in de ochtend gaat er goed in. De geperste brokken ’s avonds moet hij kennelijk nog aan wennen, maar in de loop van de avond komen ze allemaal op.

De tweede nacht heb ik het logeermatras in de kamer gelegd. Baba slaapt keurig in zijn mand en ik heb ook een goede nachtrust. Als ik wakker word komt Baba rustig aangelopen. Enigszins aarzelend komt hij met zijn kop dichtbij. Ik aai hem. Ik kroel hem en even later liggen we te dollen op mijn bed. Baba gaat steeds in genietende overgave op zijn rug liggen, ik aai hem op zijn buik en als hij weer overeind komt op zijn kop. Ik kan zijn kop tussen twee handen nemen. We kijken elkaar recht in de ogen. Baba laat zijn oogleden een beetje zakken. Mijn ogen schieten vol tranen. Wat een lief dier is dit! Ik ben zo dankbaar ontroerd gelukkig.

Ik slaap nog twee nachten in de kamer op het logeermatras en Baba blijft ongevraagd keurig in zijn eigen mand slapen. Maar zodra ik wakker word, komt hij naar me toe. Elke ochtend bij het ontwaken is het een feestje met Baba. We rollen over de grond, stoeien en kroelen waarbij Baba zijn bek gebruikt zoals hij dat met een andere hond zou doen. Maar ik ben geen hond en na de ellende van de orale fixatie van Leonardo ben ik extra gespitst op dat contact maken met de bek. Ik wil het gewoon niet hebben. Ik probeer hem ‘kusje’ te leren, in gedachten het enthousiaste likken van mijn hand op het vliegveld. Maar Baba begrijpt het niet of vindt het niet leuk. Het commando ‘zit’ daarentegen is hem snel geheel duidelijk en de derde dag gaat hij al ongevraagd zitten als ik de koekjestrommel pak.

Toen ik Leonardo van bijna acht weken jong bij de fokker ging ophalen, vertelde ze over een gedragstest die de voorzitster van de briardvereniging bij alle pups had gedaan. Ik zou de uitslag daarvan per e-mail toegestuurd krijgen maar de fokker wilde wel vast vertellen wat ze uit haar hoofd nog van de testresultaten wist. Leo was heel dapper en functioneerde goed. Maar ik deed er wellicht goed aan een bench te nemen, want hij was nogal oraal gefixeerd, vertelde ze. Ik legde meteen een relatie met Isaac, een reu uit het eerste nest van Gayla die de fokker gehouden heeft. Als je bij de fokker het huis inkomt, komt Isaac kennis maken door je zacht in je onderarm te bijten. Ik werd bij mijn eerste bezoek aan hun huis toen de pups acht daagjes jong waren, ook meteen gewaarschuwd niet te schrikken van die gewoonte van Isaac, hij zou heus niet doorbijten; het was simpelweg zijn manier van kennismaken. Leonardo speelde veel met Isaac, zou hij het van hem overgenomen hebben? Maar de fokster zag zo’n verband niet.

Ik had graag eerder willen weten dat deze pup oraal gefixeerd was. Ik aarzelde zelfs om hem nu mee te nemen. Waar waren de andere honden trouwens? De meeste pups waren al opgehaald, met Leonardo erbij waren er nog drie en moeder Gayla en grote broer Isaac zaten in hun bench. Waarom zaten ze daarin eigenlijk? Dan kon de overdracht van de pup rustiger plaatsvinden, vond de fokster. Ik dacht terug aan hoe anders dat ging met Belle en Pichoun bij het ophalen van Jao. “Moet Gayla dan geen afscheid nemen?” vroeg ik verbaasd. Maar de fokster vond dat geen goed idee. Nou vooruit, nadat ik het e.e.a. aan papieren had gekregen en het geld had overhandigd mochten de honden even uit de bench. Ik kreeg weer een zachte beet in mijn onderarm van Isaac en Gayla maakte zich meteen druk over de drie pups. Voor we weggingen werden de volwassen honden weer in hun benches van reisformaat gestopt. We kregen een goodiebag en een reusachtige teddybeer die in het nest had gelegen mee naar huis. In de goodiebag allerlei hondenspullen waaronder een eerste runderhuid kluifje, die zouden we hard nodig hebben met zo’n oraal gefixeerd puppy.

Ook Baba kan afleiding met kluiven goed gebruiken. Na het ochtendritueel van kroelen en knuffelen pakt hij steevast iets van mij in zijn bek en begint daaraan te kluiven. Toch is het van een andere orde dan bij Leonardo. Ik krijg de indruk dat Baba spullen van mij pakt om te onderzoeken hoe het werkt in zijn nieuwe huis. Eenmaal verteld dat hij ergens af moet blijven blijft hij het ook. Maar we kunnen toch moeilijk voor elk voorwerp in huis zo’n proces aangaan.

Dit is de deal Baba: voorlopig krijg je elke dag een ‘nieuw’ speeltje uit de honden erfenis mand en alle speeltjes zijn van jou, net als je mand. Maar de rest in het huis is allemaal van mij en daar blijf je af! Maar als hij daags na de kerst het snoer van de kerstboomverlichting heeft doorgebeten begin ik me af te vragen of Baba ook een bench nodig heeft. Gelukkig was de stekker van de verlichting eruit. Ik probeer het eerst nog even met hem duidelijk laten zien dat ik alles in huis claim. Bij de biologische slager koop ik twee kilo runderknoken.

Advertenties

7. Gevlogen

In de auto naar Rotterdam denk ik dat ik genoeg pauzes neem om de vriend van de metalgitarist de ruimte te geven te reageren op de verhalen die ik vertel of het over iets anders te kunnen hebben. Maar hij zal later die dag vertellen dat hij aan mijn geklets merkte hoe zenuwachtig ik was. “Ik kwam er met geen mogelijkheid tussen,” vertelde hij mij bij aankomst in Rotterdam en later ook aan onze vriend de metalgitarist.

We zijn zeer ruim op tijd vertrokken. Files op de route zijn niet ongebruikelijk en uiteraard willen we geen risico nemen en te laat op het vliegveld arriveren. Maar het verkeer stroomt goed door en we zijn meer dan op tijd op het vliegveld. In een koffiebarretje in een hoek van de aankomsthal treffen we de aangekondigde vrijwillige medewerkster van de stichting. Weer valt op hoe geolied de organisatie loopt. Van tevoren had ik het mobiele nummer van deze vrijwilligster gekregen en dat blijkt inderdaad handig om haar te vinden.

Maandag had ik nog overwogen om het koopcontract in te vullen en mee te nemen, maar na het bericht van de hotspot heb ik toch gekozen voor het contract van opvang met optie tot behoud. Ik krijg een ondertekend exemplaar van het opvangcontract retour.

Toch heb ik vanmorgen het bedrag dat ik verschuldigd zou zijn bij koop overgemaakt. Als het onverhoopt mis zou gaan met mijn Spaanse hond, moet ik besluiten geen andere hond te nemen, vind ik. Dan kan ik echt geen hond meer hebben, tenzij ik zou gaan verhuizen en dat ga ik niet doen. Bij de omschrijving van mijn betaling heb ik gezet: “Bebé (in optie). Als t geen adoptie wordt is het donatie.” Ongezien weet ik in mijn hart zeker dat deze hond bij me hoort. Maar dat dacht ik van Leonardo ook. En bij Jao had ik nooit problemen met alleen zijn verwacht.

Ik heb de afgelopen twee weken veel contact gehad met een vrouw die een paar huizen verderop bij mij in de straat woont. Ik heb haar in de periode met Leonardo leren kennen als een enorme hondenliefhebber. Toen ik besloten had een pup te bestellen, kwam ineens de gedachte bij me op haar te vragen om vaste oppas voor de hond te worden. Dat was een spontane, zo je wilt intuïtieve ingeving, maar naarmate ik er langer over nadacht zag ik steeds meer voordelen ervan. Niet eens omdat ik vaak een oppas nodig denk te hebben. In tegendeel, mijn uitgangspunt is altijd dat ik zelf voor mijn hond moet kunnen zorgen en die zoveel mogelijk meegaat. Ik heb bovendien diverse vrienden die graag op mijn hond zullen willen passen als het een keertje nodig is. De ingeving komt meer voort uit een behoefte aan steun. Steun juist in de straat waar ik woon. Gezien alles wat er in ons straatje had plaatsgevonden n.a.v. de pesterijen rond Leonardo zou het fijn zijn als nog iemand in de straat de hond goed kent, zodat er niet weer sprake kan zijn van ongeloof. Met alle sores rond Leo kreeg ik zelfs te horen dat ik gek was. Ik verbeeldde het me. Dat mens kon niet zo gemeen zijn, ze was gewoon ziek. Dat er zoveel mensen verhuisd waren, de meeste vanwege het getreiter, had het voor mij niet makkelijker gemaakt om geloofd te worden over de ingenieus bedachte pesterijen. De nieuwere bewoners hadden vaak nog weinig ellende meegemaakt. Ook deze vrouw woont hier pas een paar jaar. Maar ze heeft een open mind. Ze heeft zelf honden gehad, maar haar financiële omstandigheden maken het haar onmogelijk nu zelf een hond te hebben. Ze is verbaasd maar ook blij als ik haar mijn voorstel doe. Ik was nog nooit bij haar binnen geweest, maar nu ik voor het eerst op bezoek ben, vallen de foto’s van haar met honden snel op. Ze is een sterke persoonlijkheid, heeft veel van het leven gezien, ze staat niet zo gauw ergens van te kijken. Ook niet als ik haar een paar dagen na ons eerste contact over de hond vertel dat het vermoedelijk niet de bestelde pup wordt. Ze steunt me in de planverandering. Ze blijkt een voorstander van kruisingen in plaats van rashonden. Voorspelt me dat ik een super lieve hond zal hebben aan de Spaanse zwerver. Van haar hoor ik ook een leuk nieuwtje: de pestkop, die precies tussen ons in aan de overkant woont, heeft zelf weer een hondje. Een kleine puppy van onduidelijk ras. We vinden dat allebei hoopgevend nieuws.

Ik ga er dus vanuit dat het goed zal komen met Bebé die ik vermoedelijk toch Baba ga noemen. Maar ik wil de naam pas echt kiezen als ik de hond een beetje heb leren kennen. Dat gaat nog even duren. Inmiddels zijn er meer mensen gearriveerd die hun nieuwe hond komen ophalen. Het wachten wordt steeds voelbaarder.

De vriend van de vriend krijgt een beetje genoeg van al het gekakel over honden van de diverse hondenbaasjes in spe en de begeleiders van de stichting. “Ik heb hier buiten een Domino’s gezien, ik ga even wat eten,” zegt hij. Ik besluit solidair te zijn en ga met hem mee.

De pizza’s bakken duurt langer dan gedacht. Als ik de eerste punt op heb begin ik een onrustig gevoel te krijgen. Misschien zijn de honden inmiddels al uitgeladen. Ik pak mijn telefoon erbij en zie dat er een minuut geleden gebeld is door de begeleidster waarmee ik het contract heb uitgewisseld. Waarom hoor ik dat ding toch zo slecht?! Tevergeefs bel ik terug. De vriend heeft ondertussen de pizzapunten bij elkaar in éen doos gedaan en we vertrekken haastig naar de vliegveldhal.

Welke kant moesten we ook weer op om de honden te halen? We gaan de goede kant op want zien al snel in de verte een groepje mensen met honden.

Later zou een van de begeleidsters vertellen dat Bebé zijn staart constant tussen zijn poten had, maar zodra hij ons de vliegveldhal in had zien komen was begonnen te kwispelen. Toen we dichterbij kwamen zag ik twee dingen tegelijk: de hotspot die al dicht zat en een prachtige hond die aan de lijn begon te trekken om naar me toe te komen. Naar mij. Niet eens naar de natuurlijke dominantie uitstralende gezamenlijke vriend. Eenmaal dichtbij steek ik mijn hand zachtjes naar voren. Bebé likt hem helemaal af. Ik had gedroomd dat het zo zou verlopen, maar met mijn ratio zo’n begroeting naar het rijk der fabelen verwezen. Maar het gebeurt dus echt! De tranen lopen over mijn wangen. Wat een wonder! Wat een prachtige en lieve hond!

De begeleiders hebben duidelijk haast. Het was ook niet zo netjes van ons om zo lang weg te zijn gebleven. Als ik de halsband wil vervangen door die ik heb meegenomen en me aarzelend afvraag hoe ik die op maat maak, neemt een begeleidster het meteen over en hatsjekidee, de halsband heeft meteen de goede maat en zit. De hond heeft nu een tuigje en een halsband en aan elk een riem. Het tuigje is een cadeau van de stichting, de twee riemen heb ik net als de halsband volgens de instructies zelf meegenomen. We maken nog wat foto’s; de mensen van de stichting maken er een paar en ik vraag de gezamenlijke vriend er nog wat te maken met mijn telefoon. Ik zoek ondertussen naar het potje met smulbrokjes, maar ben vergeten dat ik die speciaal aan de buitenkant van de rugtas had gestopt. Later blijk je me op bijna alle foto’s in mijn rugtas te zien zoeken.

Daar staan we dan in de aankomsthal, de drie dames van de stichting gaan haastig weg, we hebben een doos pizzapunten waarvan de vriend er een paar heeft uitgedeeld en een hond aan een dubbele lijn. De hond staat er rustig bij. In mij trilt van alles wat heel langzaam tot rust komt.

We zoeken buiten de luchthaven een plekje om de hond zijn behoeften te laten doen. We vinden een mooi grasveld, de hond loopt onwennig maar gewillig mee. Ik worstel met de ingewikkeldheid van twee lijnen, vooral als Bebé/Baba besluit om in het gras op zijn rug te willen rollen. Ondanks dat het tuig een groot deel van zijn rug bedekt, geniet hij zichtbaar van dat rollen in het gras, maar voor behoeften doen is het kennelijk nog te vroeg.

Ik ga achterin de auto zitten, Baba moet even geholpen worden met de auto ingaan, maar legt eenmaal op de achterbank zijn kop op mijn schoot. Tien minuten later rijden we in de file. Voor de gezamenlijke vriend is dat natuurlijk minder leuk rijden, maar ik vind het best zo met mijn nieuwe maatje half op mijn schoot. Van alle ontroering kan ik vrijwel geen woord meer uitbrengen. Halverwege de rit draait Baba zich een keer om en kijkt naar buiten, maar wat zich daar allemaal afspeelt is kennelijk niet interessant en uiteindelijk rijden we mijn straat in met de hond nog steeds tegen me aan.

Ik doe in huis de lijnen af en laat de hond zijn gang gaan. Kalm snuffelt hij hier en daar. Als ik na drie minuten een brokje in zijn mand leg, pakt hij dat aarzelend en gaat dan in volle overtuiging in de mand liggen. Hij is thuis!

20181220_193041

6. Tegenvaller

Na dagenlang alles op stroom te hebben zien gaan, komt er op maandag toch een vervelend bericht. De medewerkster van de stichting die me eerder al belde met de vluchtgegevens e.d. belt me om te vertellen dat Bebé een hotspot heeft. Vermoedelijk is hij allergisch voor iets. Hij heeft zich een wond gebeten op zijn kont vertelt ze. Ze zijn in Spanje meteen begonnen aan een antibiotica kuur en het komt vast wel goed, maar ze belt toch maar even zodat ik donderdag op het vliegveld niet zal schrikken. Ze hebben de plek ook kaal geschoren.

Ik ken hotspots vooral van honden die last hebben van vlooien. Jullie ontvlooien de honden toch bij aankomst in het asiel? vraag ik. Jazeker, en ontwormen doen ze ook en inentingen voor van alles en nog wat. Maar ja, er komen steeds nieuwe honden bij in het asiel, of Bebé nu nog helemaal vlovrij is valt eigenlijk niet te zeggen.

Oh, wat een tegenvaller. Het zal al niet makkelijk worden met alle veranderingen die de hond meemaakt en dan ook nog zo pal voor de kerst en daarna begint het geknal van vuurwerk enz. en dan ook nog een wond. Als ik dat liever heb kunnen ze de hond ook nog langer houden, maar dan wordt het dus wel januari voor hij komt. Ik kijk zo uit naar donderdag dat ik me niet hoef te bedenken. Natuurlijk gaat de reis gewoon door. Fijn dat de medicijnen meekomen. Ja natuurlijk snap ik het belang van het afmaken van de antibiotica kuur.

Maar in de loop van de dag word ik steeds onrustiger bij het hele idee. Ik kan die hond toch geen kap om gaan doen als hij net hier gearriveerd is?

’s Nachts om 2 uur stuur ik nog een appje naar de medewerkster. Zij had een foto gezien van die plek en op grond daarvan wist ze vrijwel zeker dat het een hotspot was. Ik wil die foto ook zien! Die foto zie ik meteen als ik de volgende ochtend opsta. Dat is geen wondje, dat is een gigantische plek rauw vlees met een diep gat in het midden. Wat nu? Is het misschien toch wijzer dat Bebé in Spanje blijft?

Ik besluit contact op te nemen met mijn homeopathische dierenarts die ook dierentolk is. Ik heb haar niet meer gesproken sedert Leonardo weg is en weet niet of ze nog steeds haar praktijk heeft en zo ja hoe het nu gesteld is met haar spreektijden. Ik hoop maar dat ze niet op vakantie is. Er blijkt weinig veranderd. Haar antwoordapparaat geeft bekende meldingen net als de telefonische spreekuren. Daar gaat nog een halve dag overheen en ik besluit haar de foto van de wond per e-mail door te sturen. Tevens attach ik de jongste foto die ik van Bebé heb gekregen. Hij staat er op met een goedlachse begeleidster en nog een hond, Niet echt handig als ze op afstand wil kijken, maar de enige solo-foto is met de super treurige ogen van de website van de stichting. Op de foto met de begeleidster kijkt hij heel relaxed en zie je zijn fiere houding.

Als ik om kwart voor drie bel blijkt ze net bezig te zijn met de foto’s. Ik bespreek met haar de situatie en mijn twijfels. Ze gaat allerlei medicijnen testen en we hebben sowieso probiotica nodig voor na de antibiotica kuur. Maar ze denkt ook aan middeltjes die helpen bij trauma, iets dat kan helpen bij angsten, bijvoorbeeld rond de jaarwisseling en uiteraard iets voor allergie en jeuk en om op de wond zelf te smeren.

We besluiten in goed overleg dat de hond toch beter af is bij mij en we de reis gewoon door moeten laten gaan. Ze drukt me op het hart om niet met een kap om zijn hoofd te gaan werken, ze heeft genoeg vertrouwen in mijn communicatie skills met dieren dat ik daar vast wel wat op vind. Ze werkt nog maar 1 dag en dan heeft ze tot in januari vakantie. Dus kan ik snel komen voor de medicatie of zal ze alles opsturen? Dan is er wel een probleem met de zalf die ze wil sturen, ze weet niet of zo’n tube die een vriend van haar zelf maakt niet kapot gaat in de post. Met haar onvolprezen vermogen om op afstand gebruik te maken van kinesiologie test ze mijn zelfgemaakte calendula olie. Die wordt goed genoeg bevonden voor Bebé.

Ik vertrouw haar volkomen. Ik ken haar al vijftig jaar en ze heeft als dierenarts geweldige dingen gedaan voor Jao en later ook voor Leonardo. En zelfs voor mij. Ze werkt ook met dolfijnenergie. Dat vond ik eerlijk gezegd nogal zweverig. Maar ik heb haar terwijl Jao vol acupunctuurnaalden zat voor de pijnen in zijn rug energie zien geven met verbluffende resultaten. Ik ging de eerste keer met een strompelende hond de praktijk binnen en kwam er met een blije spring in ’t veld weer uit. Na weer eens zo’n behandeling en kritische vragen van mij, haalde de dierenarts een klein leren zakje uit haar broekzak en leegde de inhoud op de behandeltafel. Ik zag een paar kleine donkergroene steentjes. Het waren fossiele gehoorbotjes van dolfijnen, vermoedelijk zo’n twee miljoen jaar oud, legde ze uit. Ze nodigde me uit er eentje te kiezen en die in mijn linkerhand te nemen.

Toen ik het botje in mijn hand probeerde te voelen, drong ze aan dat ik even zou gaan zitten. Ik zat net of er gebeurde iets dat ik heel moeilijk kan beschrijven. Er kwam een soort golf van energie over me heen, die me voorover deed buigen… daarna kwam er een diepe ontroering over me. Het duurde even voor ik van de ervaring was bekomen en toen was het hoog tijd dat ik de praktijk verliet.

Terwijl de dierenarts de deur achter Jao en mij sloot drong tot me door dat de hoofdpijn die ik de hele dag had gehad verdwenen was. Er was nog iets dat aandacht vroeg: de kies die al maanden los zat en waarvan ik verwachtte dat ik die bij het eerstvolgende tandartsbezoek zou kwijtraken… die kies zat weer vast! Nu daaraan terugdenkend realiseer ik me pas dat juist die kies de enige eigen kies is de ik nu nog heb…

Gerustgesteld en dankbaar ga ik met oppashond Puck aan de wandel. Het zal onze laatste wandeling worden, zijn laatste logeerpartij. Puck is een groot uitgevallen Nova Scotia duck tolling retriever. Puck is zo goed als doof maar daar merken we samen vrijwel niets van. Puck begrijpt veel zonder woorden. Ik vind het wel jammer dat ik moet besluiten dat ik niet meer voor hem kan zorgen. Maar ik zie me niet met twee van die grote honden lopen. Op mijn leeftijd dien je dat soort val risico’s te vermijden.

Of ik nog af en toe Goldie en Bonus kan uitlaten valt te bezien. Het zijn geen grote honden en het zijn teefjes. Ik kan me goed voorstellen dat ze vriendjes worden met mijn nieuwe hond. Maar de eerste weken kunnen we dat niet uitproberen. Niet voor niets is me op het hart gedrukt dat ik de hond straks dubbel moet aanlijnen; zowel met een tuigje als een halsband. Met twee riemen dus. Zo kan ik voorkomen dat de hond zich losrukt. Want daar dien ik toch goed op voorbereid te zijn; de honden die uit Spanje komen hebben met zoveel veranderingen te maken dat ze makkelijk kunnen schrikken of zelfs in paniek raken. Het komt nog wel eens voor dat er zo een hond zoek raakt in Nederland. Soms duurt het dagen voor de hond terug gevonden wordt.

20180913_125613
Puck

5. Liefde

Langzaam dringt tot me door wat er is gebeurd. Het lijkt erop dat vanaf dat ik te horen heb gekregen dat de pups geboren waren, het ene toeval na het andere plaats vond en vindt om een andere hond op mijn pad te brengen.

Goed beschouwd is het hele proces waardoor ik een hond ben gaan zoeken gestart met het bezoek aan een nieuwe vriendin, nu anderhalve week geleden. Deze nieuwe vriendin had aangedrongen haar nog te bezoeken voor ze verhuisde. Ik moest in het eerste weekend van december komen zodat ik kon zien waar ze 34 jaar gewoond had. Met Sinterklaas ging ze verhuizen.

Ik werd hartelijk begroet door haar en door Grietje. Grietje had ik al een paar keer ontmoet, samen met haar vrouwtje tijdens wandelingen met honden. Grietje was dan steevast afstandelijk of stelde zich op tussen mij en haar bazin. Het leek me een sikkeneurige en eenkennige hond. Maar nu bleek ze net zo’n warm en gastvrij hart te hebben als haar bazin die me met een lange stevige hug begroette.

Het hele huis was al onttakeld en grotendeels leeg, alleen in de huiskamer stonden naast dozen nog wat meubels en de keuken was nog hartelijk in gebruik. Desondanks voelde ik de liefde tussen Grietje en haar vrouwtje stromen… het huis leek er van te druipen.

Ineens wist ik: dit mis ik al meer dan twee jaar…

Er waren nog twee bezoekers, waaronder de muzikant wiens honden de ouders waren geweest van mijn Jao. Wat een verrassing dat de muzikant al jaren bevriend was met het baasje van Grietje. De andere bezoeker kende ik als een professioneel tuinder en bleek naar verwachting ook een warmvoelend mens toen hij begon te vragen waarom ik geen hond meer had. Mijn nieuwe vriendin had die vraag ook. Gezamenlijk vroegen ze door en ik voelde het verdriet achter mijn ogen prikken. Wat ik ook allemaal had geleerd van de treiterkop in mijn straat, op dat moment voelde ik vooral weer het verdriet van het afscheid en het gemis. Dat Leonardo goed terecht is gekomen hielp wel, maar niet genoeg.

Eenmaal thuis kwam er nog een flinke huilbui en daarna wist ik het zeker: Het was genoeg geweest! Ik ging niet langer mijn vrijheid laten inperken. Maar vooral: ik wilde me niet langer zo’n liefde in mijn huis en leven ontzeggen!

Ik sliep er nog een nachtje over, maar de volgende ochtend dacht ik er nog hetzelfde over. In het besef dat alle argumenten van de afgelopen twee jaar nog geldig waren maar in het niet vielen bij het gemis. Ja, een hond beperkt je in je vrijheid, kost best het e.e.a. aan energie en geld, je moet elke dag je huis stofzuigen enz. enz. Maar het waren stuk voor stuk rationele argumenten die me de afgelopen twee jaar hadden beschermd tegen het verdriet en de pijn van het verlies. Het had mijn leven draaglijk gemaakt. Mijn hart wist hoe het echt zat: ik wilde gewoon weer een hond.

Nog geen etmaal later had ik een pup besteld. In volle overtuiging gekozen voor hetzelfde ras als Jao. Maar Jao was de zoon van een reu van 20-21 kilo door de muzikant zelf uit de Pyreneeën geïmporteerd en een teefje van 14-15 kilo dat de muzikant in een asiel in Pau had gevonden. Volgens mijn homeopathische dierenarts werden de puppy’s van die twee ouders per nest groter door de betere voeding van de ouders en de pups zelf. Je zag inderdaad een tamelijk steile curve van de maat van de volwassen geworden nazaten van Belle en Pichoun. Mijn Jao uit het per ongeluk verwekte derde nest was de grootste van allemaal met zijn 32 kilo. De honden van de muzikant voldeden niet aan de rasstandaard van de Nederlandse Pyrenese Herder Club. Kaatje weegt slechts 10 kilo.

Ik moet de bazin van Kaatje nu toch echt dringend op de hoogte stellen dat ze voor de derde pup een ander baasje kan gaan zoeken, Dat zal geen probleem zijn, er worden niet veel Pyrenese herdertjes geboren in Nederland. Inderdaad neem de bazin van Kaatje het nieuws goed op. Ze wenst me welgemeend veel succes met de hond uit Spanje en blijft nog gewoon een Facebook contact. Zo blijf ik op de hoogte van de ontwikkelingen van de pups; ze zijn prachtig, leuk, lief en nog veel meer. Maar ik kijk uit naar een onbekende hond met een aandoenlijke kop die veel weg heeft van een Duitse herder.

Van de coördinator van de huisbezoeken krijg ik diezelfde avond een foto toegestuurd die meer duidelijkheid verschaft over zijn lichaamsbouw. Ik vind hem prachtig. Er komen de volgende ochtend ook nog twee filmpjes van een in het asiel spelende Bebé. Hij lijkt inderdaad op een Duitse herder.

Weer een ochtend verder word ik wakker met een verrassend inzicht. Ik denk terug aan een vakantie met de muzikant op Terschelling in augustus. Na de eerste lange wandelingen spreekt de muzikant zijn verontrusting uit over dat hij heeft gemerkt dat mijn conditie fors achteruit is gegaan. Het geen hond meer hebben is daaraan duidelijk merkbaar. Net als we daarover praten, belt een vriend van de muzikant. Het gesprek gaat vooral over dat de vriend van de muzikant met een verhuizing naar het oosten van het land in het vooruitzicht heeft besloten op zoek te gaan naar een Duitse herder pup. “Oh dat wil ik ook!” roep ik uit.

Mijn eerste hond was een Duitse herder. Een echt goede Oudduitse herder zonder die verlaagde achterkant waarmee gepoogd is de herders minder hd gevoelig te maken lijkt me geweldig. Voor niet lang daarna in een gesprek met de muzikant de realiteitszin het weer wint van mijn verlangen, heb ik een hartenwens, wat zeg ik, een zielswens gevoeld. Die heeft het universum natuurlijk gehoord. Toen ik een andere hond dreigde te gaan krijgen heeft het universum alles in het werk gesteld om te zorgen dat die wens vervuld kon worden. Vandaar dit hoge tempo, vandaar al die zeer toevallige gebeurtenissen.

In dankbaarheid over zoveel onbegrijpelijke werkingen van de kosmos begin ik blijmoediger dan in tijden het geval was mijn nieuwe dag. Mijn nieuwe leven komt eraan. Ik ga beginnen met voorbereidingen om Bebé te kunnen ontvangen. Allereerst ga ik op zoek naar iemand die een auto heeft en met me mee wil naar voormalig vliegveld Zestienhoven om de hond op te halen.

Terwijl de negende die ik gevraagd heb voor de belangrijke rit naar het vliegveld nog nadenkt of hij misschien iets kan verschuiven om de 20e mee te gaan mijn nieuwe hond ophalen en ik al heb uitgezocht hoe ik er met Openbaar Vervoer kom en van plan ben een Rotterdams taxibedrijf te gaan bellen over de mogelijkheden met hond naar Utrecht vervoerd te worden, brengt mijn vriend de metalgitarist zonder dat hij dat weet uitkomst. Hij belt in mijn bijzijn met een vriend van hem en ineens besef ik: maar die heeft ook een auto. En nog belangrijker: ik heb hem bij ons laatste etentje waar hij ook bij was leren kennen als een enorme hondenliefhebber. Hij is als kind opgegroeid met o.a. Ierse wolfshonden en hij heeft met zijn rustige persoonlijkheid een natuurlijk overwicht op honden. Ik kan me geen betere begeleider wensen! Als ik hem even later opbel blijkt hij de 20e vrij te hebben en.. me graag te willen helpen.

Mijn hart vloeit over van dankbaarheid. Jegens de vriend van de metalgitarist en jegens hoe mooi het leven nu al dagenlang in elkaar blijkt te steken en alles gaat zoals het kennelijk moet gaan.

4. Versneld

’s Ochtends word ik wakker in het besef dat ik iets zal moeten laten weten aan de eigenares van Kaatje. Ook zo’n lieve vrouw die net als de mevrouw van het telefoonteam van de stichting alle aandacht had voor mijn verhalen en die mij ook het vertrouwen gaf om me een pup te laten reserveren. Een betrouwbare fokker. Die herken je o.a. aan dat ze je laten beloven dat als het mis zou gaan met de hond, je hen het eerste op de hoogte brengt en ze de kans geeft zich te ontfermen over herplaatsing.

Van de mevrouw van de stichting heb ik geleerd dat de honden die in de Nederlandse asiel zitten niet van zulke fokkers vandaan komen. Langzaam maar zeker leer ik steeds meer over waarom mensen honden uit het buitenland laten komen. Iets waar ik tot een paar dagen geleden nog tegen was. Er zijn immers in Nederland genoeg honden zonder een warm plekje bij mensen in huis.

Een paar maanden geleden was ik al bij het Utrechtse asiel gaan kijken. Het was mijn bedoeling om daar bij de honden te gaan kijken om te zien of er een klik was met een van hen. Maar je blijkt niet meer zonder afspraak bij de honden te kunnen komen. Sterker nog, ze allemaal zien was niet meer mogelijk. Daar worden de honden te onrustig van, legde een asielmedewerkster me uit. Het werkt bij het asiel tegenwoordig hetzelfde als bij de stichting; je kijkt online naar de foto’s en als daar een foto van een hond bij zit die je aanspreekt, kun je contact opnemen met het asiel en een afspraak maken om nader met die hond kennis te maken. Ik had al een paar keer gekeken het afgelopen jaar, maar die klik was er nooit geweest. Er stonden ook vaak maar een paar honden van het Utrechtse asiel online.

“We zetten echt alle honden op de website,” verzekerde de asielmedewerkster mij. Ik besloot de medewerkster mijn dilemma voor te leggen en vertelde over wat Leonardo en mij was overkomen waardoor Leonardo nu elders woont. De asielmedewerkster hoorde me geduldig aan maar zei toen: “Dan denk ik toch dat een hond uit het asiel niets voor u is.” Hoewel ik aarzelend naar het asiel toe was gegaan, kwam haar opmerking als een mokerslag binnen. Op verzoek en met inzet van mijn journalistieke skills om door te vragen werd me haarfijn geschetst waarom. Alle honden in de asiels hebben gedragsstoornissen. Daardoor zijn ze op zijn minst nerveus en derhalve ongeschikt om in een situatie te belanden waarbij de ‘rotte appel’ in de straat de kans zou krijgen weer te gaan pesten. Dan kon zo’n asielhond vermoedelijk binnen korte tijd weer terug naar het asiel. Hoe pijnlijk de uitleg ook was, ik kon niet anders dan er begrip voor hebben. Hoe graag ik ook een hond zou willen, het bleef onverantwoord zolang de treiterkop en ik in hetzelfde straatje bleven wonen.

Als een hond met de staart tussen de benen was ik die vrijdagmiddag naar huis gegaan. Het besef dat ik echt geen hond meer kon nemen, maakte de rest van het weekend dat ik knap sacherijnig was.

Vanaf dat ik Leonardo had moeten herplaatsen wist ik dat dat het beste was, ik kon het een hond niet aandoen bij mij te komen wonen met zo’n treiterkop in de straat. Toch, nu na het bezoek aan Grietje en haar vrouwtje, nog geen anderhalve week geleden, ging ik het avontuur weer aan. Wat was er eigenlijk veranderd?

Ik ben veranderd, besefte ik.

Door te beseffen dat het de Liefde was die een hond in je huis en leven brengt die ik zo belangrijk vind dat al het andere er door getrotseerd kan worden. Ik heb echt schijt aan die pestkop, ik heb haar per ongeluk in mijn verdriet, wanhoop en onmacht te veel macht over mijn leven gegeven. Het is klaar! Ik pak mijn leven weer helemaal zelf ter hand, sta volledig in mijn kracht en ben met hart en ziel aan het kiezen om weer met een hond te gaan samenleven. Dat hoeft niet per se Bebé te zijn, zo’n schattige kleine Pyrenese herder zou net zo welkom zijn. Ik wacht nog even met die fokker bellen.

Mijn hart maakt een sprongetje als ik rond een uur of éen gebeld word. Het is de coördinator van de huisbezoeken. Of ik morgen tijd heb haar te ontvangen? Ja hoor, als ze het niet erg vindt om de aandacht te delen met mijn tweeënhalf jaar jonge kleindochter. Maar dat vindt de mevrouw uiteraard niet handig. Kan het dan misschien vandaag? Eh.. ja dat kan, maar volgende week kan ook, het maakt mij niet uit. Maar haar wel, we hebben immers haast.

Bebé komt toch al over een weekje?! Ik ben perplex, weet van niks.

Later zou blijken dat ze hun best hebben gedaan om Bebé met de laatste vlucht van het jaar naar Nederland te halen. 20 december komt hij al. Ja, dan is het inderdaad zaak dat het huisbezoek snel plaatsvindt. Nog geen uur later staat de mevrouw bij mij voor de deur. Met een van haar hondjes. Ze kijkt me onderzoekend, om niet te zeggen argwanend aan. Maar als ze aan haar tweede kopje koffie zit, is de sfeer al gemoedelijk. Zo gemoedelijk dat ik haar uiteindelijk voorzie van een kop vers gemaakte soep.

Van haar leer ik nog veel meer over het hoe en waarom van de Stichting Hondenzorg en Welzijn, die amper drie jaar blijkt te bestaan. Eén van de redenen van hun oprichting is de situatie in de Nederlandse asiels. Inderdaad, daar zitten bijna uitsluitend honden met fikse gedragsproblemen. Dat kun je toch ook zo wel begrijpen; honden van goede komaf kunnen terug naar de fokker. Goede hondeneigenaren zouden hun hond nooit naar een asiel brengen.

Nee, ik heb zelfs de fokker van Leonardo gepasseerd om zeker te weten dat ik een goed huis voor hem vond. Mijn briaartje heeft het nu geweldig op een boerderijtje met nog een briard en drie paarden en twee schatten van mensen. Voor het zover was hebben we gigantisch veel meegemaakt, veel moeten oplossen. Maar ik heb er geen seconde spijt van gehad. Het was ook meteen zo duidelijk dat hij zo’n rustige omgeving nodig had;  zijn gedragsproblemen waren als sneeuw voor de zon verdwenen toen hij verhuisd was. Op een of twee kleine terugvalletjes na.

Het is al lang donker als we vriendelijk uit elkaar gaan. De huisbezoekster laat twee contracten achter: Eén voor opvang met optie tot behoud, éen voor de zogenaamde ‘koop’. Met de mevrouw van het telefoonteam had ik het eerste afgesproken. Ik kon zelfs vier tot zes weken de tijd nemen om te beslissen of ik de hond wilde houden. “Als u maar weet dat als u de hond niet wilt houden, hij bij u moet blijven tot we iemand anders hebben gevonden.” De zin is bijna letterlijk hetzelfde uitgesproken door de mevrouw van het telefoonteam. Ja, dat is me geheel duidelijk. Ik hoop natuurlijk dat ik hem zal kunnen houden. Maar je weet maar nooit waar dat gemene wijf bij mij in de straat mee komt. Er is al zoveel wat de hond nerveus kan maken; de vliegreis, de totaal andere omgeving, andere luchtjes, andere taal enz. en ook nog de vuurwerktijd. En misschien is hij al aan het puberen gezien de geschatte leeftijd. Er zou weinig voor nodig zijn om de hond totaal van slag te krijgen.

“Het gaat u vast wel lukken,” zegt de huisbezoekster. Ze baseert zich wellicht op alle opvanghonden van de afgelopen twee jaar. Of misschien op hoe haar hondje op mij reageert. Of wie weet, vertrouwt ze me op mijn bruine kijkers. Ik weet het niet, maar ben er heel bij mee.

3. Contact

De volgende ochtend word ik gebeld door dezelfde vrouw waar ik de vorige dag mee gesproken heb. Nu n.a.v. mijn tweede online berichtje op de website van de Stichting Hondenzorg en Welzijn. De communicatie werkt goed in dat vrijwilligersteam.

We hebben een lang telefoongesprek. Ik vertel daarin o.a. zo eerlijk en open mogelijk over mijn situatie. Vooral die met omwonenden. Die was ruim twee jaar geleden zo problematisch dat ik moest besluiten mijn hond te herplaatsen. Het lieve dier vertrouwde niemand meer die van buiten kwam door alle dagelijkse pesterijen. Dat kun je niet hebben met een hond van 45 kilo. Er durfde bijna niemand meer mijn huis in.

Ik vertel over wat ik allemaal geprobeerd had om het gepest te stoppen. De meevoelende vrouw kan mijn verhalen soms afmaken. Ze heeft ook wel eens meegemaakt dat een hond van haar getreiterd werd. Na dertien jaar getreiter is ze uiteindelijk verhuisd. Zover ben ik niet gegaan. Zover wil ik ook niet gaan. Ik woon geweldig, in een heel prettig comfortabel en voor mij zeer royaal huis op fietsafstand van mijn zoon en loopafstand van mijn dochter en kleindochtertje waar ik een dag per week voor zorg. Ook voor honden ligt mijn woning ideaal; ik ben met twee minuten lopen in het park en als ik daar doorheen loop binnen tien minuten de stad uit en in een randstedelijk natuurpark. Als ik naar het zuiden ga, ben ik binnen tien minuten bij de rivier waar langs de oever een gigantische hondenspeelweide is, maar ik kan net zo goed kiezen om aan de overkant van de rivier de hond los te laten en over het jaagpad de stad uit te lopen om naar Amelisweerd te gaan of nog verder door te lopen, naar Bunnik of zelfs nog verder, een wandeling die ik graag maak in de zomer. Als we erg ver zijn doorgelopen pak ik dan de bus terug. Als ik richting het centrum van de stad loop, zijn we in minder dan tien minuten in het Zocherpark, het singelpark dat langs een groot deel van de Utrechtse singels loopt en waar de honden los mogen lopen. En ik woon in een rustig straatje in de periferie van de binnenstad, wat wil een mens op mijn leeftijd nog meer? Omdat er één rotte appel in ons gezellige straatje woont, hoef ik me nog niet weg te laten jagen. Dat die rotte appel erin geslaagd is om mijn hond weg te pesten is al verschrikkelijk genoeg.

De mevrouw van de stichting begrijpt me, ze voelt zo warmhartig met me mee, dat ik het door de telefoon kan voelen en ook mijn verdriet voelbaar is en voor haar vermoedelijk af en toe hoorbaar.

Ik kan het begrijpen hoor als jullie het onverantwoord vinden om een hond bij mij te plaatsen, zeg ik. Ik heb haar ook eerlijk verteld over hoe Jao niet alleen kon blijven. Toen ik voor de derde keer de alleen blijf training had zien mislukken en de bevriende hondengedragstherapeut niets anders meer kon bedenken dan een blafband waar voor mij geen denken aan was, durfde eindelijk een andere straatbewoner mij te vertellen wat er gebeurde als ik van huis was; na meestal amper vijf minuten kwam de rotte appel op mijn ramen bonzen… De buurvrouw die me vertelde wat er gebeurde werd jarenlang gigantisch getreiterd door de rotte appel en durfde aanvankelijk niets tegen mij te zeggen uit angst dat het gepest jegens haar weer zou beginnen. Maar ze was een grote hondenliefhebster en hoorde al driekwart jaar het leed van Jao door haar muren heen en kon het niet langer verdragen.

De mevrouw van de stichting weet dus nu hoe twee honden van mij problemen kregen door getreiter. Maar tot mijn verbazing vraagt ze niet hoe ik denk met een derde hond in dit huis problemen door getreiter te voorkomen. In plaats daarvan zegt ze met anderen over mijn situatie te gaan overleggen. Ze verontschuldigt zich bij voorbaat dat het niet meer vandaag gaat worden dat ze me terug belt. Er is toch ook helemaal geen haast bij, vind ik.

Na bijna anderhalf uur waarin de mevrouw van de stichting zeer goed heeft doorgevraagd en ik zo eerlijk mogelijk als ik maar kan antwoord heb gegeven en alles wat ik maar kon bedenken dat van belang was over mij en mijn situatie heb verteld, beëindigen we ons gesprek. Maar als we na ons lange telefoongesprek ophangen vraag ik me af waar ik in vredesnaam mee bezig ben.

Ik had toch juist vrede met een kleiner hondje? Die kan ik tenminste ook nog zelf tillen, zodat die eventueel op de slaapkamer kan verblijven ’s nachts en daarmee veilig zou zijn voor pesterijen. Bebé is acht á negen maanden en nu al de 30 kilo gepasseerd. Dat is een grote hond dus. Wat voor bouw hij heeft is onduidelijk, aangezien de foto’s vooral zijn kop laten zien. Ook als hij zit is hij frontaal gefotografeerd. Maar duidelijk niet te tillen. Ik moet denken aan dat mijn dochter en vriendin al gebrainstormd hadden over de naam van de door mij bestelde pup. Mijn dochter vond dat mijn kleindochter de naam moest bedenken, maar ik ken diverse voorbeelden van door kinderen bedachte namen voor honden die de volwassenen eigenlijk maar niets vinden. Dat geldt ook voor Goldie, een van de oppashonden die ik sedert het vertrek van Leonardo heb. Zoonlief bedacht de naam Goldie maar zijn moeder vindt het tot op de dag van vandaag geen leuke naam. Zou zoiets afstralen op de hond, vraag ik me af. Mijn dochter dacht dat haar dochter wel iets zou bedenken van Baba Boo, naar het stripfiguurtje in een van haar favoriete animatieseries; Puffin’ Rock. Baba vind ik wel een leuke naam voor de pup. Deze hond hebben ze in het Spaanse asiel Bebé genoemd. Wel toevallig.

Die naam past zo’n grote hond niet. Baba vermoedelijk ook niet. Die was ook bedacht voor een veel kleinere hond. Wel erg klein die hondjes. Nog geen 48 uur geleden was ik blij met het goede nieuws van de geboorte van de door mij bestelde pup…Nu ben ik blij dat Bebe een stuk groter is…

Wat een schat die mevrouw. Stel nou, het zal wel niet, maar stel nou dat die mensen van de Stichting bij mij een hond durven plaatsen, wat zeg ik dan?

Ik besef dat ik een beslissing heb genomen.

Om half vijf gaat de telefoon. De mevrouw van de stichting heeft met haar collega’s gesproken en wil me nog twee vragen stellen. Eén van die vragen gaat over hoe ik reageer als ik de treiterkop uit onze straat tegen kom. Nee, daar word ik zeker niet nerveus van. Ik heb het nadat ik Leonardo een ander huis had bezorgd nog maandenlang erg moeilijk gehad. Het was een zwaar rouwproces waar ik ruim driekwart jaar mee bezig was. Als je een hond verliest aan de dood is zwaar, maar de dood hoort bij het leven en dat is te aanvaarden. Dit rouwproces zat gekoppeld aan allerlei emoties waar ik voordien het bestaan in mezelf niet eens van wist.

“Het klinkt raar misschien, maar achteraf ben ik de treiterkop zelfs dankbaar voor de lessen die ik door haar geleerd heb,” zeg ik. “Een keer voelde ik zoveel haat, dat ik urenlang ben gaan mediteren om te voorkomen dat ik op zoek ging naar een honkbalknuppel om haar kop mee in te slaan.” Ik wist niet dat ik tot zulk geweld in staat zou zijn, maar ik besef nu dat elk mens tot geweld in staat is, mezelf incluis. O.a. dat heb ik geleerd en nog veel meer.

“Nou,” zegt de mevrouw van de stichting, “dan weten we nu genoeg.” Ik heb de indruk dat ze de hele dag met me bezig is geweest en met vele mensen dit besproken heeft. “Zo ongeveer wel,” lacht ze. “Helaas zitten alle decembervluchten vol, dus je zult wel tot ergens in januari moeten wachten.”

Ik begrijp het niet goed. Wachten waarop? Ik ben goedgekeurd!?!?!?!

Ik ga bijna janken van geluk. Wat een liefde en begrip ondervind ik van deze mensen!

“Je krijgt nog wel een huisbezoek. Pas daarna weet je zeker of je deze hond kunt krijgen.” Ze laat doorschemeren dat ze geen beletsels verwacht. Ik word nu overgedragen aan het team dat de huisbezoeken doet. Iemand van dat team zal me wel over enige dagen bellen voor het maken van een afspraak.

20180222_094523
Goldie

2. Journalistieke nieuwsgierigheid

De site van de Stichting Hondenzorg en Welzijn komt me bekend voor. Vermoedelijk heb ik die vorige week ook even bekeken na mijn zoekopdracht  ‘herplaatsing honden’.  Nu kijk ik er rond vanwege journalistieke nieuwsgierigheid. Of heb ik nog een andere reden?

Wat ik lees over de stichting bevalt me wel.  Die vrijwilligers zijn goed en serieus bezig.  Dan zie ik een reeks foto’s van stralende mensen met ontspannen kijkende honden, zo te zien allemaal gemaakt op vliegvelden. Hoe kunnen die honden nou zo relaxed zijn als ze net een vlucht hebben meegemaakt? Ik besluit een voorzichtig berichtje online achter te laten dat ik geïnteresseerd ben en meer wil weten. Nog geen uur later heb ik een mailtje terug met zes telefoonnummers van het belteam. Kan ik die vrijwilligers op zondagmiddag bellen? vraag ik me af. De zondag is wellicht de enige dag dat ze echt tijd voor hun gezin hebben.. Maar ik kan het niet laten en kom er een half uurtje later achter dat de bovenste drie niet bereikbaar zijn. Ik besluit het er nu echt bij te laten en die mensen hun zondagsrust te gunnen.

Om half zes gaat de telefoon, net als ik op het punt sta mijn jas aan te trekken om op weg te gaan naar een eetafspraak. Het is de vrouw van het telefoonnummer bovenaan het lijstje van zes  nummers. We hebben een eerlijk gesprek van een half uurtje waarin ik mijn complexe situatie schets en zij me het e.e.a. uitlegt. Ik moet als ik echt geïnteresseerd ben maar eens kijken of er bij de foto’s van te adopteren honden een hond zit die me aanspreekt.

Waar ben ik mee bezig?!  Als ik het goed begrepen heb haalt die Stichting de ‘krenten uit de pap’ van die ca 30.000 honden die in de regio van een Spaans asiel als zwerfhonden worden aangemerkt. En ze werken samen met nog zo’n asiel in Spanje. Onder het motto we kunnen ze niet allemaal redden zoeken ze de honden uit met de minste gedragsproblemen en een goede gezondheid.  Misschien niet echt aardig, maar wellicht wel zo verstandig omdat op die manier de kans op een goede match het grootst is.

Terwijl de vriend voor mij kookt, mag ik op zijn computer die gekoppeld is aan een heel groot tv scherm.  Dit is geen journalistieke nieuwsgierigheid meer. Ik zit op dat grote scherm heel aandachtig hond voor hondenfoto te bekijken.  Zie je wel, niks voor mij. En die ook niet en ach wat een schat zo te zien, maar niet voor mij. Dan staar ik in mega treurige ogen die veel gezien hebben. De oortjes liggen plat naar achteren wat hij steeds schijnt te hebben gedaan als er iemand een foto probeerde te maken. Maar ondanks al die treurigheid zie ik de sprekende tekening met de bewegelijke wenkbrauwen en vind ik hem tevens een clown, een olijke grappenmaker. De omschrijving spreekt me ook aan, al betwijfel ik of er wel zoiets bestaat als een herder die geschikt is voor beginners. De naam Bebé heeft hij gekregen vanwege zijn aandoenlijke koppie en omdat hij een enorme knuffelaar is. Ik ben verkocht.

Ik kijk nog een paar uur steeds opnieuw naar die foto’s van de “herdermix op kortere poten”, maar van zijn lijf is weinig te zien. Toch laat ik uiteindelijk weer een online berichtje achter. Ik ben geïnteresseerd. Wezenlijk.

 

Bebe1