Wantrouwen

Als we bezig zijn de speelweide in het park te verlaten, zet Baba het op een lopen. Ik denk eerst dat hij op weg is naar struiken om zijn behoefte te doen, wat hij nog steeds niet aan de lijn wil doen, maar zie hem dan verder sprinten naar de weide aan de andere kant van het park.

Ah, ik snap het, daar is iemand met een hond aan het ballen.

Ik doe veel langer over die afstand dan hij maar kan hem ondertussen in de gaten houden. Tot ik langs de struiken naast de weide loop.

Als ik die voorbij ben… zie ik niemand op de weide. Hoe kan dat nou? Langs die struiken lopen duurt nog geen minuut. Ik fluit maar zie Baba nergens en de man met de hond ook niet meer.

Dan zie ik de man toch, hij is naast de kleine weide bezig een busje te sluiten. ‘Hondentrainer’ staat er met grote letters op dat busje. Hij zou toch niet…??

Ik begin te zwaaien en roepen om te voorkomen dat de man in het busje stapt. Blaas nog eens extra hard demonstratief op mijn fluitje. Het werkt: de man draait zich om en wacht af tot ik dichterbij ben.

“Heeft u mijn hond gezien?!” roep ik al op meters afstand.

Hij wijst naar de kant waar ik vandaan kom.

Dat kan onmogelijk, dan zou ik Baba gezien hebben. Ik word nu echt ongerust maar voel me ook heel vastbesloten.

Ik ben nu dicht bij de man en vraag nog eens of hij zeker weet welke kant mijn hond is uitgegaan. De man weet het zeker. Het gezicht van de man maakt me nog vaster besloten dit niet zomaar te laten gebeuren.

“Ik wil graag in dat busje kijken,” stel ik ferm.

Hij kijkt me even verbaasd aan maar opent dan met een glimlach de achterklep van het busje.

Ik zie twee kooien: in de linker ligt een Mechelse herder die me scherp aankijkt, in de rechter een zwarte herderachtige die me ontspannen opneemt. Dit is duidelijk de zwarte hond die met de bal aan het spelen was waardoor Baba getriggerd werd.

Mijn hersens draaien op volle toeren. Het busje is veel dieper dan die twee kooien. Ik kijk de man aan, vermoedelijk net zo scherp als de Mechelaar mij aankijkt.

Dan ontspan ik en maak mijn excuses.

“Dank je wel dat je me serieus neemt,” zeg ik. “Neem me niet kwalijk, maar je hoort zo vaak verhalen over honden die in busjes worden meegenomen.”

De man knikt. Sluit het busje en loopt langzaam naar de deur bij chauffeursstoel.

Ik kijk goed om me heen, blaas nog eens op mijn fluitje, maar geen spoor van Baba.

“Weet je zeker dat hij die kant is opgegaan?”

“Ja,” zegt de man en stapt in.

Ik maak aanstalten om weg te lopen, draai me om maar hoor nog geen startgeluid van de auto.

Ik ben nog steeds hevig ongerust, maar besef ook dat mijn excuses wel erg mager waren. Ik keer me weer richting de auto, de man start nu wel.

Ik ga bij zijn raam staan, hij draait het open.

“Nogmaals mijn excuses,” zeg ik.

“Ik werd extra wantrouwig omdat je zei dat mijn hond een kant opgegaan was, wat onmogelijk kon kloppen. En je hoort de gekste verhalen tegenwoordig over het stelen van honden, georganiseerde hondengevechten en dergelijke. Maar sorry dat ik je wantrouwde, ik wens je een mooie dag verder. Ik ga weer op zoek naar mijn Spaanse zwerver.“

De man kijkt me ontspannen aan, zegt verder niets, doet zijn raampje weer dicht en rijdt langzaam weg.

Ik loop het gras van de weide weer op. Fluit nog maar eens.

Waar oh waar is die hond nou toch heen gegaan?

Ineens komt hij uit de struiken naast de weide. Hij loopt zoals altijd op zijn dooie gemak, zich van geen kwaad bewust.

De hondentrainer had inderdaad niet goed gezien welke kant Baba was opgegaan. Ik had dus toch goed opgelet. Nou ja, wat de richting betreft dan.

Misverstanden


Een kennis uit de buurt kom ik sinds ik in 2004 weer een hond kreeg na ruim 25 jaar geen ruimte voor een hond in mijn leven te hebben gehad, vaak tegen met haar hond. Ik mag haar graag en soms maken we een praatje. Zoals gebruikelijk tussen hondenbezitters gaat dat allereerst over onze viervoetige vriendjes. Er was in de jaren zonder harige vriendjes in mijn leven veel veranderd aan de hondencultuur in de stad en vooral de eerste jaren had ik veel aan de tips van deze ervaren hondenliefhebster.

Een paar maanden geleden signaleerde ik echter dat ze me vermeed. Dan wordt het ook moeilijk om te vragen wat er aan de hand is. Uiteindelijk besprak ik dat met een gezamenlijke kennis en hoorde tot mijn verrassing dat ik nare dingen tegen haar gezegd zou hebben. Wat ik me herinnerde was een ontmoeting op een wandelpaadje langs een riviertje in de buurt dat vooral bekend is bij wandelaars en hondenuitlaters.

Haar huidige hond is er een met een ‘rugzakje’ en heeft de neiging uit te vallen naar mijn veel grotere Baba. Ze is duidelijk bang voor hem en Baba heeft tegenover bange hondjes twee standaardreacties waarbij het negeren en weglopen zijn favoriet is. Dat gaat natuurlijk niet makkelijk op zo’n smal paadje en nog minder als de mensen van de honden even een praatje maken. Ze vertelde over haar hondje en ik vertelde op mijn beurt over onverwachte problemen met kleine hondjes (zie eerdere column).

De gezamenlijke kennis wist te melden dat ik had gedreigd met de dierenarts. Ik moest diep nadenken wat ik gezegd had. Dat bleek ik niet allemaal te hebben opgeslagen, maar ik weet zeker dat die dierenartsopmerking een grapje moet zijn geweest.

Wekenlang bleef ik uitkijken naar de vrouw met haar hondje, maar zag haar hooguit in de verte weglopen als wij er aan kwamen. Vanmorgen dacht ik er weer aan en besloot haar op te bellen. Ze had weinig tijd maar ik dramde toch even door, ik houd niet van dit soort misverstanden en vooral niet als daardoor een leuk contact verstoord blijkt. Ik vertelde wat ik bedoeld had met een opmerking over de dierenarts inschakelen. Maar het bleek ernstiger. Volgens haar was de kern van ons laatste gesprek dat Baba haar hondje twee keer gegrepen had. Daar kon ik me niets van herinneren.

“Sorry, dat wist ik niet”, zei ik.

“Je was er ook niet bij”, zei ze.

Oeps.

Door de korte duur van het telefoongesprekje konden we er helaas niet verder op in gaan. Misschien is dat maar goed ook.

Wij hondenbezitters zien natuurlijk allereerst het gedrag van onze eigen hond en de mens van een klein hondje heeft daarbij andere taken dan de mens van een grote hond.

Haar hondje heeft gedragsproblemen waarvan ik inmiddels weet dat die mede worden veroorzaakt door een vervelende ziekte. Als mens van dit hondje heeft ze als belangrijke taak haar hondje te beschermen. De hondenwereld kan hard zijn. Angstige en daardoor agressieve hondjes, maar ook zwakke of onzekere hondjes worden makkelijk doelwit van andere honden.

Als mens van een grote hond is het mijn taak mijn hond aan te sturen op tolerant gedrag. Ik wil niet dat hij gaat jagen op zwakkere of angstige al dan niet kleine hondjes. Dat doet hij dan ook niet. Althans, dat weet ik zeker als hij alleen is en/of onder appel staat. Zijn eigen stoïcijnse karakter maakte het eenvoudig om hem te leren niet in te gaan op gekef of andere uitingen van angst of onzekerheid. (“Doooor Baba”) Hij kan ze voorbij lopen alsof ze lucht zijn.

Anders ligt dat soms als hij met een of meerdere vriendjes is. Sommige van zijn vriendjes en vriendinnetjes houden wel van jagen. Je zal maar de mens van een hondje zijn waarover een paar grote honden ineens besluiten dat het leuk is om op te jagen. Gelukkig komt dit niet vaak voor. Als hondenbaasje is ook in zo’n geval voorkomen beter dan genezen. Preventief mijn hond aanlijnen als ik de neiging tot jagen zie aankomen, is een oplossing. Want honden stoppen tijdens zo’n jacht, is voor niemand eenvoudig. Als een vriendje van Baba begint met jagen, zie ik Baba steevast even aarzelen. Maar dat is vaak te kort om nog in te kunnen grijpen; hij is zeer loyaal naar zijn vriendjes en als alfa wil hij graag nog gaan leiden ook.

Ik weet niet of er sprake was van jacht stimulans door een bevriende hond toen Baba het hondje van mijn kennis twee keer greep. Dat gaan we vast nog wel eens bespreken.

Baba is als alfa doorgaans een beschermer. Ook van kleintjes die al dan niet angstig agressief naar hem zijn. Maar kleintjes die hij diverse keren ontmoet en angst-agressie blijven vertonen, geeft hij uiteindelijk een fikse correctie. Dat is niet leuk om te zien en al helemaal niet voor het hondenmens van het ‘slachtoffer’. Maar het hoort wel bij roedel gedrag van de leider. Want zo’n kleintje veroorzaakt steeds opnieuw onrust en daar komt nog bij dat Baba het echt heel vervelend vindt als hij zo benaderd wordt. Soms hoor ik hem zeggen: “maar ik ben toch lief?!”

Blijft over dat ik ten opzichte van mijn alfa de echte roedelleider ben. Het blijft dus aan mij om ongewenst gedrag te voorkomen. Ik weet zeker dat als Baba een hondje ‘grijpt’ dat een correctie is van ongewenst gedrag.

Elke hondenbezitter denkt zijn of haar eigen hond te begrijpen. Bij animositeit tussen honden acht ik het van belang om als mensen te blijven communiceren en open te kunnen luisteren naar wat de ander meent te hebben waargenomen. Liefst in het besef dat waarnemingen vrijwel altijd heel subjectief zijn. Door open en eerlijk de situatie te bespreken, kom je soms tot verrassende ontdekkingen. Soms leuke, soms minder leuke, maar altijd leerzaam.

Zo begrijp ik het hondje van mijn kennis die ik vanochtend (te) kort telefonisch sprak beter sinds iemand me vertelde over diens lastige en chronische ziekte. Misschien was dat ook aan de orde in dat gesprekje op het wandelpad langs het riviertje en was het toen niet tot me doorgedrongen.

Dat spijt me dan.

Baba en 4 maanden jonge Skipper. Foto: Lars Holm

Angst agressie

In de ruim 6 jaar dat Baba bij me is, kan ik op de vingers van een hand tellen hoeveel keer hij aan de lijn zijnde heeft gepoept en daarvan was het 3 x vanwege diarree. Hij poept uitsluitend in bosjes. Handig denkt u misschien, maar het onhandige daaraan is dat hij daarvoor los moet. Het aantal losloopplekken in de stad is beperkt en al helemaal die met bossages, dus heb ik al diverse keren aan handhavers moeten uitleggen waarom hij los liep. Dat een voormalige zwerver nog het instinct heeft om zich op een veilige plek terug te trekken om te ontlasten, wordt gelukkig meestal goed begrepen, vooral als ze hem blij en opgelucht rennend uit het groen zien komen.

Vanmorgen liet ik hem weer eens aan het begin van het park los en zag Baba aarzelen tussen de diverse bossages. Net op het moment dat hij ergens de struiken in wilde gaan, werd zijn aandacht kennelijk door iets anders getrokken en nam hij een sprint een weide op. Ik kon net niet zien wat zijn aandacht trok omdat mijn uitzicht door de struiken belemmerd werd, maar als ik de struiken gepasseerd ben, zie ik een klein hondje met zijn bazin op de weide. Kennelijk vond Baba het al niet meer interessant, want hij ging de struiken aan de andere kant van de weide in.

Vertrouwend op dat Baba na zich te hebben ontlast, zal volgen, loop ik het laatste stukje naar de hondenweide. Daar aangekomen komt Baba daar ook blij aangerend en begint zijn dagelijkse rondje snuffelen om te kijken wie hem allemaal zijn voorgegaan sinds ons vorige bezoek aan de hondenspeelweide.

Dat is niet helemaal naar de zin van Golden retriever Dartel. Dartel is aan de lijn, want al op weg de speelweide te verlaten met haar baasje, maar gaat demonstratief liggen kijken of Baba wellicht toch nog enige aandacht aan haar zal willen schenken. Baba weet dat met honden aan de lijn weinig lol te beleven valt, maar de ervaring leert dat hij toch nog even kort zal komen dollen met zijn vriendinnetje als hij klaar is met zijn eerste snuffelronde en dus wachten we nog even. Dartel laat haar bazin daar ook weinig keus in.

Ineens is daar de mevrouw met het kleine hondje op haar arm die ik in de verte op de andere weide had zien staan.

Op geagiteerde toon begint ze me te verwijten dat ik mijn hond los liet lopen en dat dat geen stijl is met zo’n grote hond want dat die enorm intimiderend op hen af was komen rennen en nu is hun bal kwijt en ik moet die maar even voor haar gaan zoeken.

Ik begrijp ineens de reden van Baba’s plotselinge sprint de voor honden verboden weide op, zie dat mijn ballendief niets in zijn bek heeft en concludeer dat hij die bal bij het poepen in de struiken heeft achtergelaten. De vrouw fulmineert ondertussen door dat ze expres nooit naar de hondenspeelweide komt want veel te veel gedoe met al die honden en eist nog eens dat ik de bal voor haar ga zoeken.

“Nee, dat ga ik niet doen,” zeg ik uit irritatie vanwege haar aanvallend agressieve toon. Ik ben ook echt niet van plan voor haar de dichtbegroeide struiken in te gaan.

Het baasje van Dartel bemiddelt: “Je kan toch helpen door met Baba te gaan zoeken.”

Natuurlijk kan dat, maar ik moest toch iets tegen dat geagiteerde gedoe van die vrouw inbrengen. Zo ga je toch niet met elkaar om?!

“Als u nu naar de plek loopt waar u mijn hond de struiken in heeft zien gaan, zal ik een poging wagen,” zeg ik. Ik laat haar vooruit gaan, wat ze nog steeds fulminerend doet en roep dan Baba. Ik ga Baba voor het pad op aan de andere kant van de struiken . “Zoek de bal Baba, zoek de bal!”

Hij heeft hem binnen no-time gevonden en gaat aan de andere kant van de struiken ermee aan de haal, de weide op. Daar loopt de vrouw met haar hondje. Ik loop op mijn gemak de struiken voorbij en hoor de vrouw ondertussen dingen roepen als “U heeft uw hond helemaal niet onder appèl, hij luistert helemaal niet, enz. “ Als ik op de weide ben, loop ik, geheel kalm, vol zelfvertrouwen, op Baba af, ruil de bal voor een koekje en geef hem aan de vrouw die haar hondje eindelijk weer op de grond zet en… meteen de bal weer gooit.

Tot groot plezier van Baba die meteen op Toby afgaat, een intimiderend grommetje geeft zodat hij de bal weer terug krijgt.

“Zie je wel, zo’n intimiderende hond mag niet los!” roept de vrouw meteen en foetert door over appèl, luisteren, geen stijl, enz.

“En u gaat maar door met mij beledigen,” zeg ik, terwijl ik rustig naar Baba loop en weer de bal afpak.

“Dit is de laatste keer dat ik u de bal terugbezorg,” zeg ik.

Dat begrijpt ze: ze kondigt aan de bal vast te houden en zegt nog het e.e.a. wat mijn ene oor in en het andere uitgaat.

Ik draai me om, sommeer Baba mee te komen, wat de lieverd gelukkig meteen doet en zeg terwijl we weglopen “Ik begrijp dat u bang bent voor grote honden.” Alleen al haar terugdeinzen toen Dartel aanstalten maakte om even te willen snuffelen aan het hondje op haar arm, had me dat al duidelijk gemaakt, haar gefoeter nog meer.

Daar denk ik verder over na als Baba en ik teruglopen naar de hondenspeelweide en omdat daar geen hond meer is en het begint te regenen het rondje naar huis afmaak. Moest ik nou echt zo nodig op die manier op haar reageren? Had ik dat niet anders kunnen doen? Had ik niet meer begrip moeten opbrengen voor haar angsten? Waarom krijg ik de neiging om de kont tegen de krib te gooien als iemand zo angstig agressief tegen me doet? Had ik niet meer begrip kunnen tonen voor haar angst?

Als we bijna het park verlaten, zie ik de vrouw met Toby lopend aan de lijn tegemoet komen. Ik vertraag mijn pas, zodat we op gelijke hoogte kunnen komen. De vrouw steekt het fietspad over om ons te ontwijken, maar ik houd aan de andere kant van het pad bewust stil.

“Sorry dat ik zo stug reageerde,” begin ik. Ik zie haar aarzelen of ze zal doorlopen of stoppen. “Normaal wil ik graag helpen, maar de agressieve toon waarop u me aansprak…” Ze stopt.

“Ik was heel erg geschrokken van uw hond,” zegt ze.

“Dat snap ik, hij kan heel intimiderend overkomen.” Ik zie dat er verzachting optreedt.

“Wacht u even, dan kom ik dichterbij, dan hoeven we niet zo te schreeuwen,”. Ik steek het fietspad over, zie haar alweer terugdeinzen, blijf op gepaste afstand.

“Ik zag die grote hond op ons afkomen en zag nergens een baas!”.

Met deze openlijke angst kan ik wel wat. Geen welles nietes dat ik er wel was maar begrip voor haar angst voor mijn 42 kilo op een herder lijkende voormalige zwerver. We hebben een best aardig gesprekje waarin ik ook iets meer vertel over mijn in struiken poepende ballendief en zij zegt dat ze door haar angst zo reageerde als ze deed.

Zij bedenkt uit zichzelf dat ze nu ze Baba kent, de volgende keer geen bal meer gooit als ze hem ziet. Ik beken uit mezelf dat Baba zijn Alpha zijn misbruikt om ballen af te pakken.

Als we vriendelijk elkaar een fijne dag wensend uit elkaar gaan, ben ik blij met hoe eerlijkheid over emoties weer eens gewonnen heeft van de primaire reacties.

En besef eens te maar hoe wij mensen lijken op onze honden en omgekeerd.

Kleine hondjes

Een van de redenen waarom ik nooit een kleine hond heb genomen, is dat het me lastig leek om zo’n kleintje te beschermen tegen grote honden. Inmiddels weet ik beter. Als je kleine hond goed gesocialiseerd is en je zelf het voorbeeld geeft van in vertrouwen en angstvrij zijn, hoeft er niets vervelends te gebeuren bij een ontmoeting tussen een grote en kleine hond. Een enkele uitzondering van een niet goed gesocialiseerde of heel soms een zelfs tot agressie opgevoede grote hond daargelaten. Maar met een beetje ervaring met honden zie je die als hond en diens mens al van verre aankomen.

Baba heeft het uiterlijk van een herder.  Mijn lieve voormalige zwerver uit Spanje is het niet, maar hij lijkt op een mix van een Duitse en Mechelse herder, alleen met kortere poten met zelfs witte voeten. Herders hebben een slechte naam kennelijk. Niet altijd ten onrechte, maar de meeste herders zijn lieve, vooral op hun baas gerichte dieren.

ik heb alle begrip voor de verwarring. Baba zelf ondertussen ook. Vanaf dat hij ruim vijf jaar geleden bij me kwam wonen, zijn we dagelijks geconfronteerd met hondenbaasjes en hun kleine hond die bij het zien van mijn ‘herder’ al bij voorbaat bang worden. Het is soms bijna komisch te zien hoe hondenbaasjes al in de verte hun kleine hondje achter zich dirigeren of zelfs optillen (hét recept om je hondje bang te maken).

Baba vindt het steevast niet leuk als honden of mensen bang voor hem zijn. Bij honden van zijn formaat laat hij dat ook altijd even weten door relaxed naar ze toe te gaan. Meestal helpt dat. Vaak mondt de kennismaking uit in een robbertje rennen. Baba blijft als managende alfa wel ontzag inboezemen maar dat hoort bij de honden hiërarchie. Wel raad ik op hondenspeelweiden e.d. af om in Baba’s bijzijn met speeltjes te gaan werpen, het is en blijft een ballendief. Ik heb opgegeven dat pogen af te leren, het lukt me gewoon niet en ik ben inmiddels tevreden met dat ik het wel van hem kan terugpakken. Hij mag niets met werpspelletjes vanwege een verwaarloosde breuk net boven zijn teenkootjes,  kennelijk opgelopen in zijn zwerverstijd. Het speeltjes stelen is zijn alternatief voor balspelletjes waarbij het snel moeten remmen zorgt dat hij kreupel gaat lopen. 

De meeste honden laten hun speeltje al los voor Baba bij ze is. Slechts een enkeling volhardt en dat geeft bij een kennismaking heel soms wel een korte schermutseling. Met bekende honden is er een status quo, vaak uitgegroeid tot een leuke manier van samen reageren op het werpen van de baas van de andere hond. Het meest vervelende van zijn speeltjes stelen is dat Baba ophoudt met bewegen, alleen nog maar met zijn ‘prooi’ trots gaat liggen rondkijken.

Om terug te komen op de verwarring, kleine bange hondjes worden door Baba compleet genegeerd.

Meestal volstaat dat, maar soms valt de kleine hond echt naar hem uit. Ook dan blijft Baba onverstoorbaar doorlopen.  Dat heeft hij vorige week kennelijk ook gedaan na een beet van zo’n kleintje. Althans, dat vermoedt de dierenarts, er is mij niets opgevallen. Ook niet tijdens zijn dagelijkse borstelbeurten.

Maar afgelopen zondag had Baba ineens een wond, laag in zijn zij. Bijna drie centimeter in een bijna halve maan en het zag er diep en donker uit.  Maandagochtend vermoedde de dierenarts dat het een oude beet was geweest die onderhuids was gaan ontsteken. Een ontstoken huid kan ze niet hechten. Ik mocht kiezen tussen een operatie waarbij er een mandarijngrote uitsnede zou worden gemaakt en dan de huid er omheen trekken en hechten. Of alleen goed schoonmaken en spoelen. Dat ging dan ook met een plaatselijke verdoving en een klein roesje. De nabehandeling met antibiotica en pijnstillers zou hetzelfde zijn en de genezing in beide opties vermoedelijk even lang duren: tussen de een a  twee weken.  Ik koos voor het spoelen omdat het aantrekken van de huid voor mijn gevoel extra risicovol zou zijn aangezien hij een heel kwetsbare huid heeft overgehouden aan de langdurige malassezia infectie.

Na een paar uur mocht ik hem weer ophalen. Er was dode huid weggehaald en de wond nog groter geworden. Donderdag moeten we op controle, hopelijk hoeft er dan niet alsnog beslist te worden voor de ingrijpender operatie.  Ik hoop het voor Baba en… voor mijn portemonnee. Want ben nu al bijna 200 euro lichter en dat wordt met een operatie nog veel meer.

En natuurlijk heb ik geen idee welk van die kleine angstige hondjes die beet heeft veroorzaakt ☹

Voortaan ga ik nog beter op het gedrag van die angstige keffertjes letten. Ik denk dat ik dat het beste kan doen door op voorhand de mens bij die hond te vragen de hond bij Baba weg te houden. Want ik wil Baba’s onverstoorbaar gedrag naar die kleintjes niet veranderen. Wel hem en mij zijn wonden besparen.

Zal het eerst nog eens overleggen met een bevriende hondentrainer. Misschien heeft hij dan ook visitekaartjes voor me om aan die angstige bazen uit te delen 😉.

.

Hondenhotel

Op Vlieland is een hondenhotel. Speciaal voor mensen die er op vakantie gaan, de Vlielandgangers. Ik ben een Vlielandganger, al enige jaren ga ik graag naar dit prachtige eiland. Met mijn hond. Juist met mijn hond, want die vindt het daar geweldig en daardoor geniet ik nog meer van de mooie natuur.

Toen we daar afgelopen maandag arriveerden en na de eerste noodzakelijke boodschappen te hebben gedaan net even buiten het enige dorp de duinen inliepen en ik hem losmaakte, ging hij er als een speer vandoor om even later weer blij uitgelaten me tegemoet te lopen en hupsakee daar ging hij weer, rende enthousiast van links naar rechts en weer terug, vooruit en weer naar mij, mega uitgelaten dus. Toen hij enigszins gekalmeerd was, zocht ik, de boodschappensjouwer, even een bankje op. Hij kwam naast me op de grond zitten en keek uiterst tevreden uit over de duinen en een vallei.

Baba was weer waar hij liefst zou willen wonen, dat was me vorig jaar al duidelijk geworden, toen we voor de derde keer in een mooie studio met grote omheinde tuin logeerden. Daar wachtte ons vorig jaar echter een minder leuke boodschap: de eigenaren van die studio die in het huis erboven woonden, hadden hun huis verkocht.

Een paar weken later kwam ik erachter dat de nieuwe eigenaar weliswaar ook door ging met verhuren, maar niet meer aan mensen met honden.

Dat hoefde ook niet, vertelde hij me aan de telefoon, Vlieland had tegenwoordig een hondenhotel. Dat hondenhotel adverteert in de trant van: overdag lekker met uw hond wandelen op Vlieland en ’s avonds kan hij of zij lekker overnachten in ons leuke hotel.

Leuk bedacht, maar mijn voormalige zwerver heeft nog oerinstincten en vindt dat de roedel als het donker wordt bij elkaar moet zijn. Ik ben het met hem eens.

Dus heb ik sedert die boodschap van de nieuwe eigenaar geregeld tijd gestoken in een nieuw plekje vinden voor ons samen. Die plekjes bleken steeds schaarser te worden. Uiteindelijk vond ik een maisonnette in een appartementencomplex en door goed op last minutes te letten, lukte het me recent om enigszins betaalbaar een midweek te boeken.

Daar zijn we nu en genieten van korte of langere wandelingen in het bos of over het strand, of zoals vandaag bij lekker zonnig weer van een urenlange zwerftocht over het eiland. We gingen door bos en langs de wadden, via de jachthaven en een heerlijke kop soep daar via de uiterste oostelijke punt van het eiland, daar waar wad en Noordzee samen komen en het getij ruw bezig is het eiland weer te verkleinen, via het Noordzeestrand en lekker eten en drinken bij strandrestaurant Oost weer door duinen en bossen huiswaarts.

Wat een genot.

Hond ligt nu al een paar uur bij te komen, kwam net even vragen of we nog samen gaan slapen.

Jazeker, even dit stukje afschrijven Baba en dan lekker naar bed.

Ik mijmer nog even over een fantastisch eiland met wonderschone en stille natuur, met een groot aantal enorme natuurliefhebbers onder de 1100 vaste bewoners, waar toch velen lijken te denken dat een hondenhotel een goed idee is.

Wie zijn die verhuurders voor wie spullen belangrijker zijn dan de levende have en net doen of het voor de hond zo leuk is om ’s nachts in een hondenhotel zonder zijn of haar baasje te moeten verblijven? En wie zijn die bazen die dat hotel boeken voor hun hond? Gaat het hen om besparing van de schoonmaakkosten? Lijkt me niet, want die kosten vallen in het niet bij die van het verblijf in het hondenhotel. Vinden zij misschien ook de spullen op hun vakantieadres belangrijker dan hun hond bij zich te hebben? Of willen ze ’s avonds graag dingen doen waar de hond niet bij mee kan of mag? Maar welke dingen zijn dat dan op dit eiland?

Ik snap er echt niks van.

Ik dank in het diepst van mijn hart de in Heerenveen wonende eigenaren van dit appartement dat ze er anders over denken. Hopelijk blijven ze dat doen.

Twee teckels

Naast het revalidatieoord is aan de andere kant van de weg een groenstrook die veel door honden uitlaters wordt gebruikt. Niet door ons, want er is geen pad zodat ik moet kiezen tussen door het groen (met uitwerpselen) lopen of op de weg blijven terwijl ik hoop dat mijn hond op het gras blijft.

Vandaag heeft Baba duidelijk geen zin om op de stoep aan de andere kant van de weg te blijven. Logisch, daar lopen verderop twee mensen met elk een teckel aan een lange lijn waar hij natuurlijk graag mee kennis wil maken. Maar de achterste is aan het lopen te zien duidelijk al ouder en die wil ik niet lastig vallen met de behoeftes van mijn alpha.

De man en de vrouw zijn bovendien kennelijk samen in gesprek. Ze staan al een poos stil als wij aan de overkant op hun hoogte komen. Geen probleem denk ik, want de voorste teckel is kort gehouden.

Over de weg komt ons een rolstoelster achterop, ze is precies op de hoogte van de voorste teckel als die mijn hond ontdekt en enorm uitvalt.  Ik heb me vergist in de korte lijn, hij was kennelijk niet op slot en de teckel stormt zonder ergens anders op te letten dan mijn hond, de weg op.

“HO!” roep ik, maar het is al te laat, de teckel wordt aangereden door de vrouw met de rolstoel. De bazin van de teckel trekt haar hond terug maar lijkt er verder geen aandacht aan te willen schenken.

“Het was echt raak, ik hoop dat je hond niets heeft,” roep ik geschrokken naar de vrouw aan de overkant. Die maakt geen aanstalten, zo te zien wil ze haar gesprek weer voortzetten.

Verderop zie ik de rolstoelster tot stilstand komen.

Misschien heeft de teckelbazin de aanrijding niet gezien?

“Ik zou je hond maar even goed onderzoeken, het was echt  flink raak. Hij lag even onder de rolstoel zelfs!” Nog steeds maakt ze geen aanstalten. De rolstoelster komt terug gereden. “Hoe is het met de hond?” vraagt ze, “Ik kon hem echt niet meer vermijden!”

“Sorry,”  zegt de teckelbazin, “ik lette niet goed op.” Ze wendt zich weer tot de man met de oudere teckel.

Ik geef het op. Hoop er het beste van voor de jonge teckel en loop aarzelend door.

Even later wordt ik ingehaald door de rolstoelster.

“Het was niet jouw schuld,” zeg ik tegen haar. “Die hond viel ineens uit naar de mijne. Ik hoop maar dat hij er niets aan overhoudt.” Ik zie dat ze ontdaan is, zeg daarom nog maar eens: “Je kon er echt niets aan doen, het was niet jouw schuld.”

“Maar ik ben wel erg geschrokken,” zegt ze.

Als ik doorloop bedenk ik dat in ieder geval de teckelbazin wel zo eerlijk is om de schuld meteen op zich te nemen. Hoop maar dat ze geen dierenartskosten krijgt.

Ik besef weer waarom ik niet zo’n lange rollijn wil, een ongeluk zit dan in een klein hoekje.

Toevallige ontmoetingen?

Silver is ongeveer onze achterbuurman, maar we kunnen hem nooit vanuit ons huis zien door de hoge muur die onze tuinen scheidt.  We kwamen elkaar af en toe tegen vanaf dat Silver een puppy was, maar de twee honden zijn pas vriendjes sinds ze elkaar tegen kwamen ergens afgelopen zomer bij de rivier. Voor de honden was het een feestje van dollen en rennen. En ook de twee mensen bleken, zij het nog voorzichtig aftastend, prima met elkaar overweg te kunnen. Sindsdien zijn we elkaar nog een paar keer op een wandeling tegen gekomen. Silvers vrouwtje is een stuk jonger dan ik, maar we houden kennelijk van dezelfde soort lange wandelingen en zij is bereid om zich aan mijn wat langzamer wandeltempo aan te passen.  Baba laat zich graag uitdagen door de ruim twee jaar jongere Silver.

Halverwege november appt Silvers baasje me om voor het eerst uit te nodigen samen met haar en Silver per auto naar een wandelgebied te gaan. We hebben een genoeglijke wandeling met zijn vieren in de Soesterduinen.

De volgende dag komen we onze achterburen tegen bij de hondenspeelweide in het park. Zowel voor Silvers vrouwtje als voor mij is het een ongebruikelijk tijdstip, drie uur ’s middags, maar onze beider dagen liepen kennelijk zo.

De dag erna gaan Baba en ik na een paar momenten van uitstel, op weg naar de Voorveldse polder. Ik heb een bepaalde route in mijn hoofd, maar eenmaal onderweg verander ik een paar keer van gedachten en verleng zo de wandeling. Als we bij het begin van de polder zijn, gaat Baba er vandoor om op verkenning te gaan bij het nieuwe asielzoekerscentrum waar Oekraïners worden gehuisvest. Het duurt even voor hij terug komt.

Als we eindelijk verder de polder in lopen komen we Silver en zijn mens tegen. Derde dag op een rij. Twee minuten eerder of later op die plek gearriveerd hadden we ze gemist. Het wordt me te toevallig.

Ik moet denken aan de nachtelijke ontmoetingen met Loes en haar vrouwtje. Ze gaan vaak laat nog even naar het park en lopen daarbij een klein stukje van de route die Baba en ik bij ons laatste wandelingetje van het etmaal ook lopen. De tijdstippen voor die laatste wandelingen variëren flink: ergens tussen 11 uur ’s avonds en diep in de nacht.  Dat we elkaar toch tegenkomen is me al jaren te toevallig. Bovendien is het me opgevallen dat ik altijd als we de deur uitgaan, aan Loes en haar vrouwtje moet denken voor we ze ergens op die nog geen 200 meter samenvallende route tegenkomen.

De honden zorgen ervoor dat we elkaar tegenkomen, zeg ik tegen Silvers vrouwtje. Ja dat lijkt er wel op, zegt ze, maar we hebben allebei geen idee hoe dat werkt. Wellicht ruiken ze elkaar, of voelen elkaar, of zou telepathie er iets mee te maken hebben?

Die nacht kan ik de slaap niet vatten. Ik besluit liggend in bed te mediteren. Ik pas daarbij de technieken toe die ik aan het leren ben van het cursusboek ‘communicatie met dieren’ door Carol Gurney. Voor Baba is het kennelijk het signaal dat ik weer open sta om hem te verstaan.

Ik ‘hoor’ hem guitig vragen: “Jij wil weten hoe we dat doen, elkaar vinden?”

Baba legt me in korte zinnen uit dat hij en Loes al op afstand besluiten dat het tijd is om elkaar weer te zien. Dan sturen ze ons gedachten waardoor we later of eerder de deur uit gaan, ja ze schromen zelfs niet om zich slapend voor te doen om tijd te rekken. Zo doet hij dat ook met Silver.

Midden in de nacht lig ik te schaterlachen om die slimme honden die ons dus gewoon bij de neus nemen, sterker: manipuleren om elkaar te kunnen ontmoeten.

Prikbord

Een hond in de stad uitlaten wordt steeds moeilijker door toenemende onverdraagzaamheid van niet-hondenbezitters. Ook op zich positieve ontwikkelingen pakken voor honden slecht uit.  Stedelingen zijn in toenemende mate doordrongen van het belang van groen en steeds meer kleine plekjes worden dan ook beplant. Geweldig, maar een hond moet er liefst met een boog omheen.

Ik heb een hond die bij voorkeur in groen plast, maar hoe leg ik hem uit dat het meeste groen heilig is voor degene die dat onderhoudt?

Ook boomspiegels zijn steeds heiliger omdat er allerlei beplanting op plaatsvindt en daardoor bovendien lastig voor de hond om er een stevig staanplaatsje te vinden. Als ik hem wegtrek bij een geveltuintje neigt hij naar de eerstvolgende tuinloze gevel maar dat wordt als vies ervaren. En toegegeven, als mijn hond een plas tegen een gevel doet, valt het weliswaar op de stoep, maar een grote plas achterlaten voelt behoorlijk gênant. Teefjes doen het ook veel op de stoep, maar beginnen niet zo dicht bij de gevel 😉

Ik heb zelf ook bijna 40 jaar een geveltuintje en er worden heel wat plasjes door honden in of tegenaan gedaan. Het heeft nog nooit problemen met de planten gegeven. Problemen heb ik wel met gravende poezen die er ook nog drolletjes in achterlaten.

Wat veel mensen niet begrijpen is dat de plek waar een hond zijn poot optilt zorgvuldig wordt gekozen. Honden laten door middel van hun plasjes boodschappen aan elkaar achter. Helemaal precies weten we het niet, maar ik stel me zo voor dat ze met hun enorme reukvermogen elkaar aan de geur van de plas herkennen. Hun plas zegt dus zoiets als: Max was hier, en Lena ook, Snoopy gisteren.

Over elkaars plas heen gaan geeft ook iets aan van de hiërarchie tussen honden.

En plasjes worden achtergelaten als markering om plekken en zelfs hele routes te kunnen herkennen.

Daarom zijn hoeken van straten favoriet bij honden als markeringsplek. Een hoek waar veel honden op weg naar het park langskomen, is sedert een paar jaar rond gemaakt met iets dat nog het meeste weg heeft van een kleine kasteelmuur. Op de basis van stenen is een prachtig gesmeed hekwerk geplaatst en onderaan is het metselwerk afgerond met leistenen. Het lichtgrijs is op veel plekken al donker van de vele keren dat honden er tegenaan geplast hebben. De  huiseigenaar kwam een keer net aangelopen toen mijn hond zijn poot had opgetild.  

“Sorry.” zei ik, ‘maar jouw hek hier op de hoek is kennelijk een soort brievenbus voor honden om boodschappen voor elkaar achter te laten.”  Hij kon er om lachen en had dat kennelijk zelf ook al lang waargenomen.  Gelukkig, voor hem was het geen probleem. Toen we weer doorliepen bedacht ik dat prikbord een betere benaming zou zijn.

Vriendschappen

Deze zomer kon Baba niet los in het park.

De grote vijver was voor de zoveelste zomer weer vergiftigd met blauwalg en mijn viervoeter drinkt graag ‘natuur’water. Vooral als hij speelt met andere honden wil hij geregeld even zijn dorst lessen.

De blauwalg is nog niet verdwenen, maar het water in de vijver ziet er na de vele regenbuien weer normaal uit. Ik durfde het daarom voor het eerst in maanden weer aan om Baba los te laten op de hondenspeelweide in het park. Daar was ook een gerede aanleiding toe: het was er om half negen ’s ochtends een drukke bedoening en ik constateerde dat er diverse vriendjes en vriendinnetjes van Baba aanwezig waren. Feestje! Dacht ik.

Maar tot mijn verbazing ging Baba wel iedereen even begroeten, maar trok zich daarna midden op de weide terug waar hij op afstand alle interactie alert stond waar te nemen. De hondenbaasjes stonden in een groepje op het pad bij de weide en de meeste honden krioelden daar omheen. Baasjes druk in diverse gesprekken, honden druk met de ingewikkelde groepssamenstelling. Af en toe kwam Baba weer bij de groep, met name als er  een nieuwe hond was gearriveerd, maar telkens na begroeting en een blik hier en een geluidje daar, trok hij zich weer als de lone wolf terug midden op de weide. Kennelijk was Baba weer heel erg moe van de nog steeds niet goed gediagnosticeerde jeuk. De afgelopen twee weken had hij zelfs door de jeuk onderdrukkende medicijnen heen gekrabd.

De groep dunde langzaam uit, maar net toen ik overwoog ook te vertrekken, kwam Willem IV het park in. Veel hondenbezitters zijn bang voor deze Duitse herder en dus vertrokken ook de resterende hondenbaasjes met hun viervoeters. Willem is een van Baba’s beste vrienden. Ha, dat wordt rennen, dacht ik. Maar het werd slechts tien meter dollen. De twee vriendjes snuffelden samen wat rond en ik knoopte een gesprek aan met de kennelijke nieuwe bewoner van het studentenhuis waar Willem woont. Het was me opgevallen dat die wat argwanend de ontmoeting van Willem met Baba had gevolgd. Het zijn vriendjes, legde ik uit, alleen is Baba niet in goede doen, anders zou je dat ook meteen hebben kunnen zien. Normaal rennen ze met zijn tweeën het hele veld rond, als ze langskomen voel je de grond onder je bewegen.

Nu was Baba al snel weinig tot niet meer geïnteresseerd in Willem. Hij trok ineens een sprintje, ik dacht eerst om te gaan poepen in de struiken, maar toen hij die voorbij liep, vermoedde ik dat hij op weg was naar het restaurant om weer eens te grasduinen bij hun vuilcontainers. Maar het hek was dicht. Gelukkig, dacht ik, maar ik juichte te vroeg. Baba liep door, stak het drukke fietspad over.

Ik groette haastig de nieuwe studentenhuisbewoner en ging achter Baba aan omdat die niet reageerde op mijn fluitje.

Toen ik ook het fietspad was overgestoken zag ik Baba in de verte. Hij stond te kijken bij zijn vriendinnetjes Abby en Toet. Op de speelweide had hij ze maar even aandacht gegeven, maar nu er minder ingewikkelde groepsprocessen plaatsvonden, deed hij toch een poging tot contact.

Terwijl ik in rustiger tempo naar het groepje liep, raakte ik geamuseerd door zowel de honden als de twee bazen. Zo verschillend zijn die twee, uit zulke andere maatschappelijke groepen. Zij een volkse Utrechtse, hij wat Koot en de Bie een ‘oudere jongere’ zouden noemen, maar ze stonden daar als dikke vrienden geanimeerd te kletsen met elkaar. Verschillen vallen weg als je honden vriendjes zijn. En Abby en Toet zijn zulke dikke vriendinnen, dat Baba vooral stoorzender was en door de dames vrijwel genegeerd werd.  Hij kwam al naar me toe. Tijd om naar huis te gaan Baba!

Borders

Als we aankomen bij de zeer grote weide aan de rand van de stad waar honden los mogen, zien we in de verte alleen twee kleine hondjes. Baba is toch geïnteresseerd en gaat vast vooruit. Een van de twee kleintjes komt hem enthousiast tegemoet. Het blijkt een border terriër, een teefje van anderhalf jaar oud. De andere blijkt een mannetje van dertien en het vrouwtje van de twee hondjes begint meteen op een soort excuustoon te vertellen dat ze hem toch maar los heeft gemaakt toen wij eraan kwamen.

De honden mogen hier los, dus ik luister aandachtig verder. Vanaf dat het jonge borderteefje bij hen kwam wonen, was de oude knorrepot meteen haar verdediger, met alle problemen van dien.

Maar nu laat hij het maar, het jonge teefje kan zich goed zelf redden.

Ik snap nog steeds het excuus maken voor het los lopen van de dertienjarige niet.

Maar dan begint ze te vertellen dat alle problemen met haar honden bij haarzelf beginnen. Als zij bang is dat er wat gebeurt, komt het mannetje meteen in actie.

Ik begrijp, zij vond grote Baba eigenlijk wat eng, maar ik zeg niks.

Er ontspint zich een heel gesprek over de invloed van bazen op de honden, terwijl het kwieke teefje tevergeefs probeert Baba’s aandacht te trekken. Baba is na ruim een uur wandelen vooral geïnteresseerd in het water in de sloot en rollen in het gras. Het is al half negen ’s avonds, maar nog steeds 29 graden.,

De vrouw vertelt verder over wat ze allemaal heeft geleerd sinds ze twee border terriërs heeft. Het gaat vooral over het belang van zelf niet bang zijn.

Ik vertel over het belang van je hond vertrouwen geven en moet ineens denken aan de ontmoeting met staander Harry aan het begin van onze wandeling.

Harry is ook nog jong en onstuimig en steevast behoorlijk onder de indruk van mijn alphaatje. Maar bang is hij absoluut niet en de twee reuen draaiden tamelijk gespannen om elkaar heen. Ik vertrouw Baba, dus maak me daar nooit druk om.

Harry is hoger op de poten dan Baba en probeerde ondanks zijn respect toch even zijn kop op Baba’s schouders te leggen. Dat kwam hem op een forse grauw te staan. De jonge bazen van Harry zijn argwanender naar mijn hond dan ik, dus stelde ik ze gerust.

Gelukkig is Harry goed gesocialiseerd dus die trok meteen de juiste conclusies en bleef het bij die ongemakkelijke communicatie tussen de twee reuen.

“Als een hond niet goed gesocialiseerd is, bijvoorbeeld omdat zijn bazen hem weinig loslaten uit angst voor wat dan ook, kan een hond zo’n grauw niet genoeg vinden en te ver gaan en dan komt er na zo’n grauw en soms nog een volgende waarschuwing een vechtpartijtje.”

Ik voel tevredenheid over mijn bondige samenvatting van een tegenwoordig veel voorkomende hondensituatie, maar de bazin van de twee borders ziet het als een opmerking om in de verdediging te schieten over hoe goed gesocialiseerd haar honden zijn.

Zo had ik het niet bedoeld.

Het jonge teefje komt blij aangerend en ik complimenteer de vrouw met het leuke vrolijke hondje en wens haar veel plezier met haar. Zij gaan op weg naar huis.

Tijd voor mij om een bankje op te zoeken.