11. Bijtobjecten

Baba blijft af en toe iets stukbijten. Maar er zitten patronen in die me te denken geven. Dat begint al met het kapotbijten van de kerstboomverlichting.
Ik vind het niet heel erg, omdat het goedkope verlichting van een euro was. Spul uit China waarvan ik eigenlijk spijt had het gekocht te hebben; goedkope plastic junk waarvan je van te voren weet dat het een wonder is als het lang mee gaat.
Het kapotbijten van het snoer loopt mooi synchroon met mijn gedachte dat ik dit jaar het boompje liefst meteen na de kerst wil aftuigen om de levenskans van het boompje te vergroten zodat hij wellicht duurzaam zal kunnen blijven leven tot volgend jaar.
Het kapotbijten van de ritssluiting van mijn make-up tasje is een startsignaal om eindelijk dat gewenste kleinere tasje te kopen.
Het kapotbijten van de binnenrits van mijn gewatteerde winterjas dient echter geen goed doel. Ik ben bij Baba’s vaste oppas even gaan zitten en op haar aansporing heb ik mijn jas over mijn stoelleuning gehangen. Tot de oppas vraagt: Waar kluift hij op? Maar toen was het mechaniekje net als de 3 onderste tanden van de rits al afgebeten. Het vervangen van de rits kost me 27 euro en dat bedrag brengt het totaal aan vervangingen al op honderd euro.
Als ik op een ochtend nog net op tijd een doos met een nieuwe antennekabel voor de tv uit Baba’s bek kan redden, begin ik over een bench na te denken.
Maar de grote bench die ik te leen had, was op verzoek van Leonardo’s nieuwe baas meegegaan naar diens huis en tegen alle beloftes in na ruim twee jaar nog steeds niet teruggebracht. Een nieuwe grote gaat meer dan honderd euro kosten. Van de bench die Leonardo gebruikt had, herinner ik me nog vooral hoe hij de kamer domineerde en veel zin in weer zo’n aantasting van mijn woongenot heb ik niet. Ik twijfel of het echt nodig is, echt oraal gefixeerd is Baba niet, hij lijkt een motivatie te hebben bij de keuze van voorwerpen waar hij in bijt.
Hij heeft vlijmscherpe tanden. Met twee beten bijt bij zijn tuigleren riem stuk, net boven de musketon. Wat een knappe prestatie is omdat die riem daar bijna een centimeter dik is en nog meer omdat hij zijn kop heel vreemd gedraaid moet hebben om bij die plek te komen. Maar het blijkt zijn favoriete plek, bij de volgende riem van dik gedraaid nylon gebeurt het weer.
Ik koop een ketting met een leren handvat. Dat handvat leg ik om een stoelpoot als ik een bespreking heb met iemand op een druk terras in het centrum. Maar als ik even teveel opga in mijn gesprekspartner, zie ik ineens mijn hond het terras verlaten. Gelukkig reageert hij meteen op mijn terugroepen waardoor ik niet mijn hart hoef vast te houden als hij zich in het drukke verkeer zou hebben begeven. Aan het kleine stukje leer dat hij nog aan de ketting heeft laten zitten kan ik hem goed genoeg vasthouden om veilig thuis te komen. De riem stukbijten zie ik als een illustratie van zijn vrijheidslievendheid. Ik moet gewoon beter gaan opletten.
Maar met de tv kabel ligt dat toch anders.
Die doos met kabel heb ik al maanden in huis. Ik kijk weinig tv en nog minder naar de commerciële zenders waar al lange tijd korte storingen met blokjes beelden te zien zijn. De nieuwe kabel zou dat moeten verhelpen.
Ik besluit Baba’s aandacht voor de doos met kabel als een aansporing te zien en ga aan de slag om de oude kabel te vervangen. Maar onder de radiator en langs de buitenmuur blijken maar liefst drie kabels te lopen. Welke is nou de kabel die vervangen moet worden? Apart genoeg blijkt aan de kabels trekken niet de oplossing om daar achter te komen. Mijn grieperige staat van zijn zorgt er weliswaar voor dat ik eindelijk tijd voor die vervanging kan maken, maar tegelijkertijd is die grieperigheid niet bevorderlijk om dat echt uit te zoeken en ik parkeer de klus.
De volgende ochtend blijkt een van de drie kabels doorgebeten. Het is de kabel die vervangen moet worden.
Als ik die samen met mijn kleindochtertje uiteindelijk vervang, en dus ook meteen grote schoonmaak houd daar waar de kabels lopen, vraag ik haar op te letten dat Baba niet aan het snoer van de stofzuiger komt. De stofzuiger zelf heb ik nodig achter de bank, waardoor mijn zicht op Baba wordt belemmerd. Mijn kleindochter wijdt zich consciëntieus aan haar belangrijke taak en roept op een gegeven moment: “Oma, Baba is stout”.
Het duurt even voor ik achter de bank vandaan ben maar ik denk snel genoeg want zie alleen een tandafdruk in het dikke grijze snoer. Baba krijgt op zijn kop en ik ga weer door met stofzuigen. De stofzuiger over de bank heen tillen is een zware klus. De 13 jaar oude zakloze stofzuiger is loodzwaar. Zo zwaar dat het een opgave aan het worden is om hem de twee trappen naar boven op te sjouwen. De slang kan niet losgekoppeld van de machine waardoor het niet alleen een zwaar, maar ook zeer onhandig ding is. Al minstens een jaar vind ik dat zo’n zware en ook enigszins gevaarlijke klus dat ik soms bezoekers vraag de stofzuiger voor me naar boven te sjouwen.
Zuinig en duurzaam als ik ben, twijfel ik echter nog steeds over een tweede stofzuiger aanschaffen.
Maar die twijfel lost Baba op.
Als ik twee dagen later weer de huiskamer wil stofzuigen, heb ik meteen kortsluiting als ik de stekker in het stopcontact steek en zitten we in het donker.
Ik besluit diezelfde avond niet af te wachten of de oude stofzuiger repareerbaar is en bestel online meteen een nieuwe moderne. Reeds de volgende middag kan ik alle hondenharen en zand weer van de vloer verwijderen. De oude stofzuiger blijkt simpel weer in gebruik te krijgen door het snoer in te korten en doet voortaan dienst op de bovenste verdieping.
Baba’s stukbijtgedrag neemt af, maar zijn nieuwsgierigheid niet. Hij is zo’n bemoeial dat de metalgitarist hem al een poos gekscherend ‘opoe’ noemt.

Als Baba drie maanden bij me is, kan ik tijdens een oppasdag het nieuwe drinkflesje van mijn kleindochtertje niet vinden. Ik heb een vaste plek voor haar plastic serviesgoed, maar het flesje staat er niet bij. Ik probeer alle opbergplekken, maar vind het rode flesje niet.
Vijf dagen eerder was kleindochter even met haar moeder komen ontbijten en had ik het flesje gevuld met ‘sap’. Wat is er daarna mee gebeurd?
Ik kom er niet achter.
Ik irriteer me aan Baba die steeds met zijn grote poten en harde nagels aan de radiator krabt. Ik heb al een paar keer gekeken of er een bal onder ligt, maar ik zie alleen de drie kabels.
Maar twee uur nadat ik begon het rode flesje te zoeken is mijn kleindochtertje van net drie slimmer dan ik: Ze is op de grond gaan liggen om onder de bank door te kijken waarom Baba steeds aan de radiator krabt.
“Oma: Daar is mijn flesje!”
In de hoek van de bank pal bij de radiator.
Het sap van het ontbijt van vijf dagen geleden zit er nog in. Kleindochter wil het proeven, maar ik wil schoonmaken.
Ik bedank Baba met knuffels en koekjes.
“Slimme Baba!” zegt slimme kleindochter.

20190202_141642

Advertenties

10. Match made in heaven

We zijn verliefd!
Als ik ’s avonds op de bank zit komt Baba zijn kop op mijn schoot leggen. Bij elke andere hond zou ik dat zien als dominant gedrag, maar bij Baba is het anders. Hij legt zijn kop zo op mijn schoot dat hij me recht aan kan kijken. Hij doet dat met geloken ogen. Als ik terugkijk, lijkt het of hij heel zachtjes, bijna onzichtbaar zijn kop heen en weer beweegt. Hij kijkt me gewoon super verliefd aan! Ik kijk meteen net zo terug.
Mijn ogen schieten vol. Van ontroering en dankbaarheid maar vooral ook van liefde.
Hij is net zo blij met mij als ik met hem lijkt het wel.

Baba blijft me verbazen over het gemak waarmee ik hem iets duidelijk kan maken. Ik hoef er weinig voor te doen, wat ik ook maar van hem wil, hij wil het met liefde doen voor me.
Mits ik het zacht en vriendelijk vraag. De eerste keer dat ik mijn stem verhef, omdat hij iets van mij gepakt en kapot gekauwd heeft, zie ik hem onmiddellijk heel bang worden en weg kruipen. Ik kan mijn arm opheffen alsof ik ga slaan, zonder dat hij daar op reageert, maar hij is duidelijk vaak flink uitgekafferd. Ik ga er maar niet te moeilijk over doen en koop dezelfde dag nog een nieuw make-up tasje voor 2,50.
Maar ik ben nu gewaarschuwd en kijk goed wat er in de huiskamer interessant voor hem kan zijn voor ik ’s nacht naar boven ga en Baba in de huiskamer blijft. De deur van de huiskamer laat ik open, zodat hij me hoort en ik hem kan horen. De bochtige trap is duidelijk voorlopig een onneembare hindernis voor hem. In mijn hart wil ik dat hij gezellig op de slaapkamer de nacht door komt brengen, maar vooralsnog vind ik het prima zo. Zolang hij niet is uitgegroeid, is het risico op het ontwikkelen van heup- en rugklachten te groot en ik ben ook nog aan het wennen aan weer elke dag stofzuigen. Alleen de benedenverdieping stofzuigen is me voorlopig al werk genoeg.

We hebben deze kerst elke dag gasten. Voor Baba zorgt dat duidelijk voor veel indrukken en hij heeft er al zo veel. Hij gaat nog meer dan de dagen ervoor in zijn mand liggen en gedraagt zich ook verder voorbeeldig. Even is hij bang van de rolstoel waar een vriendin zich in moet voortbewegen, maar als hij daaraan gewend is, hebben we nauwelijks omkijken naar hem.

Ik stuur de dag voor kerst een speciaal mailtje naar de dierenarts, met een kerstfoto van Baba en mij. Ik vertel erbij hoe goed de hotspot is geheeld en hoe bijzonder onze ontmoeting op het vliegveld was. Na de kerst zie ik een reactie van haar terug, die ze al op tweede kerstochtend heeft geschreven kennelijk. Ze schrijft:
“Klinkt goed!
Alsof jullie elkaar nog kennen uit een vorig leven.
Heeft hij dan wel enige moeite voor moeten doen om je weer te vinden.
Maar daar zijn dieren goed in.”
Ik heb geleerd mijn dierenarts die tevens dierentolk is, ook spiritueel serieus te nemen, maar ik besluit toch deze suggestie van haar naast me neer te leggen.

Ik heb er een gewoonte van gemaakt om ’s avonds een poosje bij Baba op de grond te gaan zitten om met hem te knuffelen.
De dag na het mailtje van de dierenarts zit ik niet, maar lig ik met Baba op de grond. We liggen allebei op onze zij met de buiken naar elkaar toe. Ik aai hem zacht over zijn flank en zijn kop.
De suggestie van de dierenarts echode wellicht op onbewust niveau na want ineens moet ik denken aan mijn eerste hond, de Duitse herder Hugo. De gedachte komt als een soort schokje. Baba en ik kijken in elkaars ogen en ik vraag in mijn mind: “Ben jij Huug??” De hond legt meteen zijn beide voorpoten in mijn handen. Terwijl ik zijn voetjes vast heb en we in elkaars ogen kijken, worden onze lijven een en al liefde. Tranen stromen over mijn wangen; niet even maar ontelbare minuten. Misschien liggen we wel twintig minuten zo terwijl ook tal van gedachten aan Hugo passeren. Pas als het stopt, Baba zijn pootjes terugtrekt en ik een beetje overeind kom, begin ik weer te denken. Dit kan toch niet waar zijn?!
Ik besluit dat het me niet uitmaakt of het waar is of niet. Net voelde het zo en dat was een heel bijzondere en prachtige ervaring. Waar of niet waar, ik schreef bij alle kerstgroeten die ik heb verstuurd al dat Baba en ik ‘a match made in heaven’ zijn. Die uitdrukking heb ik nog nooit eerder in mijn leven gebruikt. Maar het voelt zo. En na die oneindige liefde gevoeld en met hem gedeeld te hebben, weet ik ook helemaal zeker dat het zo is. Wat of waar die hemel is, weet ik niet. Ik weet niet eens of ik wel in zoiets geloof. Wat ik weet is dat ik oneindig gelukkig ben met deze hond. Ik vind het een wonder hoe hij op mijn pad is gekomen en een wonder en een godsgeschenk dat hij klaarblijkelijk graag bij me wil zijn.
Dankbare ontroering dat deze hond bij me mag zijn, overvalt me meerdere keren per dag.

9. Kindvriendelijk

Maandagochtend ruim ik het logeermatras op. Mijn kleindochtertje van ruim tweeënhalf komt in de loop van de ochtend voor een oppasdag. Daags ervoor is ze met haar moeder even op bezoek geweest om kennis te maken met Baba. Het gaat beter dan ik had durven hopen.

Haar moeder doet haar best niet te laten merken dat ze mede door de ervaringen met Leonardo extra voorzichtig is met een hond in mijn huis, maar de onzekere, angstige reacties van haar dochtertje pareert ze goed door uit te leggen hoe ze nee kan zeggen tegen een hond, gewoon stil moet blijven staan enz.. Ik doe Baba een halsband om zodat ik makkelijker kan ingrijpen, het lieve dier verstaat nog nauwelijks een woord Nederlands immers. Alleen in het begin moet ik hem twee keer manen zich rustiger te gedragen en een keer breng ik hem met mijn hand aan zijn halsband naar zijn mand.

Het gaat bijna hetzelfde als met het bezoekje van een buurvrouw met driejarig zoontje de dag ervoor. Het jongetje kroop hoog op de bank achter zijn moeder. Mijn kleindochtertje heeft dezelfde neiging, het is dan ook een grote hond. Maar beide try-outs geven mij te zien dat de hond alleen maar nieuwsgierig is en niet snapt waarom de kindjes niet met hem gaan spelen. Dat ga ik hem dus uitleggen.

Dat lukt me maandagochtend al een stuk beter en als mijn dochter vertrokken is, duurt het amper vijf minuten voor kleinkind en jonge hond begrijpen wat er van ze verwacht wordt. Ik ben vol dankbare bewondering voor mijn lieve hond. Wat doet hij het goed! Vier nachtjes samen in dezelfde ruimte geslapen en we hebben al zo’n diepe band dat ik hem woordeloos van alles duidelijk kan maken. Wat een lieverd is het!

Ook mijn kleindochtertje doet het fantastisch. Ze moet nog oefenen in een lagere stem opzetten in plaats van met een hoog opgewonden en enigszins angstig stemmetje hem proberen van zich af te houden, maar ondanks dat Baba als hij zijn kop hoog houdt boven haar uitsteekt, slaagt ze er in de loop van de dag steeds beter in hem op afstand te houden.

Halverwege de dag gaan we met zijn drieën aan de wandel. Ik heb Baba expres weer zijn tuigje aangedaan wat ik al twee dagen niet meer doe, zodat kleindochter ook een riem kan vasthouden. Echt handig blijkt dat niet. Het vereist dat de hond goed naast loopt en de kleindochter moet ook in de pas. Dat laatste is het moeilijkst. Na honderdvijftig meter is mijn kleindochter het met me eens dat het handiger is als ik een riem vasthoudt en zij mij een hand geeft.

Terwijl Baba over de paden rent en geregeld langs ons heen dendert, loop ik met kleindochter hand in hand over het moestuincomplex.

Ik vraag voorzichtig: “Vind je Baba niet een beetje eng?” Ze staat stil, kijkt me aan met een onderzoekende blik en zegt na een poosje: “Je maakt een grapje zeker oma?”

“Nou eh nee, ik dacht, Baba is best wel groot, dus daar kun je van schrikken toch?” Weer kijkt ze me doordringend aan en zegt op een terechtwijzende toon: “Oma, Baba is heel lief hoor!”

Mijn kleindochter is min of meer opgegroeid met honden. Weliswaar heeft haar moeder geen hond, maar haar moeders beste vriendin wel. Deze West Highland white terriër, ook wel westie genoemd, is de zachtheid zelve naar mijn kleindochter toe. Zo zacht dat je ze bijna alleen zou durven laten.

Leonardo was een half jaar jong toen mijn kleindochter werd geboren. In de maand daarvoor had ik met verbazing geconstateerd dat ik niets meer wist, wat ik hem moest leren. Ook de orale fixatie was doorbroken doordat we gebruik waren gaan maken van een bench. Dat was echt nodig nadat ik zelfs een lederen tweezitter vakkundig gesloopt had gevonden na een uurtje weggeweest te zijn. Inmiddels bleef de deur van de bench de hele dag open. Alleen als ik wegging en ’s nachts ging de deur veiligheidshalve dicht. Hele discussies met vooral mijn dochter of zijn water- en voerbak nu wel of niet in de bench moesten. Maar een natte bench laat weinig keuze.

Toen mijn kleindochter twee maanden was, moest haar moeder weer beginnen met werken en kreeg ik mijn eerste oppasdag bij mij thuis. Ineens had ik twee kooien in mijn huiskamer; de bench van Leonardo en de box van de baby. Leo ging het liefst tussen beide in liggen of anders pontificaal zo uitgestrekt mogelijk op zijn zij voor de box. Als ze zo beiden lagen te slapen of de hond deed alsof dat zo was, voelde ik me de gelukkigste mens op aarde. Toen mijn eigen dochter zo jong was, lag er altijd blonde bouvier Buffalo die we Boefie noemden, bij haar in de buurt. Nu had mijn kleindochter een grote beschermer in briard Leonardo, door ons inmiddels Leo genoemd.

Zodra mijn kleindochter wakker was, wilde ze liefst uit de box. Dat kon ik alleen maar waarderen, maar lastig was dat Leo het uit de box halen van de baby als een startsein zag om haar knuffels door de tralies heen te pakken zien te krijgen. Achteraf gezien was het niet zo slim dat ik Leo knuffels had gegeven. Naast de mega grote beer die hij van de fokker had meegekregen, had hij inmiddels een heel arsenaal al dan niet piepende popjes en knuffels. Met de baby bij mijn dochter op komst had ik daar eerder aan moeten denken. Die grote beer werd inmiddels behandeld als een concurrerend dier. Ook met andere knuffels ging hij bepaald niet zachtzinnig om. Nee, Leo was geen hond die ik ook maar een seconde alleen met de baby had durven laten.

Geen enkele hond moet je alleen laten met een kind, maar de agressieve wijze waarop ik Leo een keer met een knuffel van de baby tekeer zag gaan, begon me zorgen te baren. Zoals meer gedrag dat zich begon te manifesteren vanaf ongeveer half april. Omdat de geboorte van mijn kleindochter op 1 april zo spannend was geweest, dat het leven van moeder en kind even op het spel had gestaan, zocht ik de oorzaak van Leo’s gedrag en terugvallen bij mezelf. Het duurde weken voor ik intimi over de geboorte kon vertellen zonder in tranen uit te barsten. Ik was emotioneel dus en zoiets voelt je hond. Dat maakte hem onrustig. Dacht ik. Als ik Leo weer in het gareel wilde krijgen, moest ik eerst mezelf weer in balans krijgen. Maar de eerste keer dat ik na het verschonen van de luier met de baby op de arm de trap af kwam en daar een grommende briard me bijna de weg versperde, begreep ik dat er iets anders aan de hand was. Iets dat verder ging dan jaloezie of te maken had met de hiërarchie in ons roedeltje.

Baba accepteert zijn plek in de roedel na die van mijn kleindochter als de gewoonste zaak van de wereld. Zou hij zijn eerste halve levensjaar in een gezin met kleine kinderen hebben doorgebracht? Of ben ik, door alle ervaring met andere honden en vooral Leonardo en daarna alle oppashonden zo duidelijk geworden? Ik ben er in ieder geval blij mee. Het is zo fijn en rustig om de hond te kunnen vertrouwen.

 

img-20190118-wa0002

foto: Petra Bijleveld

8. Zindelijk

Halverwege de avond neem ik Baba mee op zijn eerste wandelingetje in de buurt. Nog meer dan op het vliegveld valt me op dat de lijn slap blijft. Dit was geen zwerver. Geen idee waar hij vandaan komt, maar zoals hij meteen zijn plek in huis vond en nu keurig naast me loopt geeft aan dat hij ergens in een huis is opgegroeid en opvoeding heeft genoten. Wie weet wat er waar is van wat de mensen van die manege in Spanje vertelden over dat hij bij hen aan was komen lopen. Maar het is in ieder geval mijn mazzel dat ze hem bij een van de twee asiels gebracht hebben waar de stichting hondenzorg en welzijn contacten mee heeft.

Ik ben nog steeds hevig ontroerd, wat een enorme lieverd loopt er hier naast me! En wat is hij mooi! We lopen naar het begin van het park. Ik hoop dat Baba daar, aangespoord door alle geurtjes van andere honden, zijn behoeften zal doen. Maar zo rustig als hij binnen is, zo onrustig is hij buiten. Zijn neus is constant aan het werk en geregeld richt hij zijn kop op en spitst zijn oren. Als ik zie hoe die oren werken, verwacht ik dat ook het linkeroor binnenkort wel zal gaan staan. Maar zo niet, dat ene hangende oor staat heel aandoenlijk.

Dan is daar de eerste harde knal. Niet eens erg dichtbij, maar ik schrik ervan. De hond ook. Oh jee, dat was meteen een verkeerd begin. Ik herpak mezelf snel, maar de lijn staat strak. Ik blijf rustig staan, aai Baba heel even op zijn kop en zeg dan op rustige maar besliste toon: “Kom Baba, door!” Daar lopen we alweer, maar van een plas komt niets.

Thuis laat ik hem in mijn minituintje. Hij snuffelt er belangstellend rond, maar ook hier doet hij niets.

Ik leg grote kartonnen platen neer die ik expres de afgelopen week bewaard heb van de verpakkingen van allerlei internet aanschaffen, waaronder een grote zak hondenbrokken. Als hij in huis gaat plassen, wordt mijn parket niet meteen doorweekt. Ik ga voorbereidingen treffen voor de nacht. Ik heb besloten op de bank te gaan slapen, zodat als Baba zichzelf weer wil kapot krabbenbijten, ik hopelijk op tijd kan ingrijpen. Zijn eerste anti-jeuk en allergie pilletje van de dierenarts heeft hij samen met een antibiotica pil al binnen. Net als zijn eerste maaltijd bij mij. Verbaasd constateer ik daarbij dat hij keurig gaat wachten tot ik het sein geef dat hij mag eten. Deze grote pup van acht a negen maanden lijkt compleet opgevoed! Erg enthousiast wordt hij niet van het eten. Wellicht komt dat door alle indrukken. Of hij wordt niet enthousiast van deze geperste brokken. Ik vermoed het laatste want hondenkoekjes en een kluifje van runderhuid gaan er goed in.

Op de bank slapen valt tegen. Ik doe alleen hazenslaapjes en sta als er heel vaag iets van daglicht begint door te schemeren moe op. Ik doe die dag heel weinig, ben overal te moe voor. Net als Baba. Het voordeel van de slechte nachtrust blijkt dat we op hetzelfde level zitten. Baba ligt vooral in zijn mand en komt af en toe knuffelen. We gaan drie keer even naar buiten, maar hij is daar te onzeker om zijn behoeften te doen. De vuurwerk knallen zijn ook niet bevorderlijk. Terug van een wandelingetje waarbij hij duizend nieuwe dingen tegelijk ziet en ruikt, doet hij eindelijk een plas in mijn minituintje. Een mega lange plas. Het duurt nog een etmaal voor hij eindelijk durft te poepen, alweer in mijn minituintje. Ik krijg het sterke vermoeden dat hij wel zindelijk is, maar op een in deze situatie onhandige manier; hij moet los zijn om zijn behoeften te doen en dat moet per se op aarde, liefst met gras begroeid. Waar vind ik een terrein dat is omheind waar hij los kan?

De derde dag bedenk ik dat dat terrein er is. Weliswaar is het verboden om honden los te laten lopen op ons moestuinterrein, maar nu in midwinter kan dat geen kwaad lijkt me. Nood breekt wet. Zolang het vuurwerk blijft knallen, kan ik hem nergens anders los laten. Ik laat hem ’s ochtends plassen in mijn minituintje, ook wel door mij balkon op de begane grond genoemd, daarna gaan we naar de moestuin, 5 minuten lopen bij mijn huis vandaan. De eerste keer dat ik hem daar los laat, blijft hij in mijn buurt, maar de volgende dag begint hij over de hoofdpaden te rennen. Keurig! Toch gaat hij ook de tuinen in, maar ook daar herkent hij goed de paden en is hij duidelijk voorzichtig en zoekt er, meestal in de buurt van een composthoop een plekje om te poepen. Het is goed opruimbare poep dus niemand heeft er verder last van lijkt me. Ik kijk nu al uit naar 4 januari, de dag dat ik verwacht dat het knallen eindelijk zal verminderen. Baba zal daar ook wel naar uitkijken, al weet hij dat niet. Misschien denkt Baba wel dat hij in een oorlogsgebied is komen wonen en het altijd zo is hier.

De dag na Baba’s aankomst gaat de buurman op de hoek alweer helemaal los met vuurwerk. Ik heb net de gordijnen gesloten omdat het vroeg donker is. Baba reageert niet op de knallen van buiten. Kennelijk voelt hij zich meteen veilig bij mij in huis.

Hij eet goed, vooral de maaltijd met rauw vlees in de ochtend gaat er goed in. De geperste brokken ’s avonds moet hij kennelijk nog aan wennen, maar in de loop van de avond komen ze allemaal op.

De tweede nacht heb ik het logeermatras in de kamer gelegd. Baba slaapt keurig in zijn mand en ik heb ook een goede nachtrust. Als ik wakker word komt Baba rustig aangelopen. Enigszins aarzelend komt hij met zijn kop dichtbij. Ik aai hem. Ik kroel hem en even later liggen we te dollen op mijn bed. Baba gaat steeds in genietende overgave op zijn rug liggen, ik aai hem op zijn buik en als hij weer overeind komt op zijn kop. Ik kan zijn kop tussen twee handen nemen. We kijken elkaar recht in de ogen. Baba laat zijn oogleden een beetje zakken. Mijn ogen schieten vol tranen. Wat een lief dier is dit! Ik ben zo dankbaar ontroerd gelukkig.

Ik slaap nog twee nachten in de kamer op het logeermatras en Baba blijft ongevraagd keurig in zijn eigen mand slapen. Maar zodra ik wakker word, komt hij naar me toe. Elke ochtend bij het ontwaken is het een feestje met Baba. We rollen over de grond, stoeien en kroelen waarbij Baba zijn bek gebruikt zoals hij dat met een andere hond zou doen. Maar ik ben geen hond en na de ellende van de orale fixatie van Leonardo ben ik extra gespitst op dat contact maken met de bek. Ik wil het gewoon niet hebben. Ik probeer hem ‘kusje’ te leren, in gedachten het enthousiaste likken van mijn hand op het vliegveld. Maar Baba begrijpt het niet of vindt het niet leuk. Het commando ‘zit’ daarentegen is hem snel geheel duidelijk en de derde dag gaat hij al ongevraagd zitten als ik de koekjestrommel pak.

Toen ik Leonardo van bijna acht weken jong bij de fokker ging ophalen, vertelde ze over een gedragstest die de voorzitster van de briardvereniging bij alle pups had gedaan. Ik zou de uitslag daarvan per e-mail toegestuurd krijgen maar de fokker wilde wel vast vertellen wat ze uit haar hoofd nog van de testresultaten wist. Leo was heel dapper en functioneerde goed. Maar ik deed er wellicht goed aan een bench te nemen, want hij was nogal oraal gefixeerd, vertelde ze. Ik legde meteen een relatie met Isaac, een reu uit het eerste nest van Gayla die de fokker gehouden heeft. Als je bij de fokker het huis inkomt, komt Isaac kennis maken door je zacht in je onderarm te bijten. Ik werd bij mijn eerste bezoek aan hun huis toen de pups acht daagjes jong waren, ook meteen gewaarschuwd niet te schrikken van die gewoonte van Isaac, hij zou heus niet doorbijten; het was simpelweg zijn manier van kennismaken. Leonardo speelde veel met Isaac, zou hij het van hem overgenomen hebben? Maar de fokster zag zo’n verband niet.

Ik had graag eerder willen weten dat deze pup oraal gefixeerd was. Ik aarzelde zelfs om hem nu mee te nemen. Waar waren de andere honden trouwens? De meeste pups waren al opgehaald, met Leonardo erbij waren er nog drie en moeder Gayla en grote broer Isaac zaten in hun bench. Waarom zaten ze daarin eigenlijk? Dan kon de overdracht van de pup rustiger plaatsvinden, vond de fokster. Ik dacht terug aan hoe anders dat ging met Belle en Pichoun bij het ophalen van Jao. “Moet Gayla dan geen afscheid nemen?” vroeg ik verbaasd. Maar de fokster vond dat geen goed idee. Nou vooruit, nadat ik het e.e.a. aan papieren had gekregen en het geld had overhandigd mochten de honden even uit de bench. Ik kreeg weer een zachte beet in mijn onderarm van Isaac en Gayla maakte zich meteen druk over de drie pups. Voor we weggingen werden de volwassen honden weer in hun benches van reisformaat gestopt. We kregen een goodiebag en een reusachtige teddybeer die in het nest had gelegen mee naar huis. In de goodiebag allerlei hondenspullen waaronder een eerste runderhuid kluifje, die zouden we hard nodig hebben met zo’n oraal gefixeerd puppy.

Ook Baba kan afleiding met kluiven goed gebruiken. Na het ochtendritueel van kroelen en knuffelen pakt hij steevast iets van mij in zijn bek en begint daaraan te kluiven. Toch is het van een andere orde dan bij Leonardo. Ik krijg de indruk dat Baba spullen van mij pakt om te onderzoeken hoe het werkt in zijn nieuwe huis. Eenmaal verteld dat hij ergens af moet blijven blijft hij het ook. Maar we kunnen toch moeilijk voor elk voorwerp in huis zo’n proces aangaan.

Dit is de deal Baba: voorlopig krijg je elke dag een ‘nieuw’ speeltje uit de honden erfenis mand en alle speeltjes zijn van jou, net als je mand. Maar de rest in het huis is allemaal van mij en daar blijf je af! Maar als hij daags na de kerst het snoer van de kerstboomverlichting heeft doorgebeten begin ik me af te vragen of Baba ook een bench nodig heeft. Gelukkig was de stekker van de verlichting eruit. Ik probeer het eerst nog even met hem duidelijk laten zien dat ik alles in huis claim. Bij de biologische slager koop ik twee kilo runderknoken.

7. Gevlogen

In de auto naar Rotterdam denk ik dat ik genoeg pauzes neem om de vriend van de metalgitarist de ruimte te geven te reageren op de verhalen die ik vertel of het over iets anders te kunnen hebben. Maar hij zal later die dag vertellen dat hij aan mijn geklets merkte hoe zenuwachtig ik was. “Ik kwam er met geen mogelijkheid tussen,” vertelde hij mij bij aankomst in Rotterdam en later ook aan onze vriend de metalgitarist.

We zijn zeer ruim op tijd vertrokken. Files op de route zijn niet ongebruikelijk en uiteraard willen we geen risico nemen en te laat op het vliegveld arriveren. Maar het verkeer stroomt goed door en we zijn meer dan op tijd op het vliegveld. In een koffiebarretje in een hoek van de aankomsthal treffen we de aangekondigde vrijwillige medewerkster van de stichting. Weer valt op hoe geolied de organisatie loopt. Van tevoren had ik het mobiele nummer van deze vrijwilligster gekregen en dat blijkt inderdaad handig om haar te vinden.

Maandag had ik nog overwogen om het koopcontract in te vullen en mee te nemen, maar na het bericht van de hotspot heb ik toch gekozen voor het contract van opvang met optie tot behoud. Ik krijg een ondertekend exemplaar van het opvangcontract retour.

Toch heb ik vanmorgen het bedrag dat ik verschuldigd zou zijn bij koop overgemaakt. Als het onverhoopt mis zou gaan met mijn Spaanse hond, moet ik besluiten geen andere hond te nemen, vind ik. Dan kan ik echt geen hond meer hebben, tenzij ik zou gaan verhuizen en dat ga ik niet doen. Bij de omschrijving van mijn betaling heb ik gezet: “Bebé (in optie). Als t geen adoptie wordt is het donatie.” Ongezien weet ik in mijn hart zeker dat deze hond bij me hoort. Maar dat dacht ik van Leonardo ook. En bij Jao had ik nooit problemen met alleen zijn verwacht.

Ik heb de afgelopen twee weken veel contact gehad met een vrouw die een paar huizen verderop bij mij in de straat woont. Ik heb haar in de periode met Leonardo leren kennen als een enorme hondenliefhebber. Toen ik besloten had een pup te bestellen, kwam ineens de gedachte bij me op haar te vragen om vaste oppas voor de hond te worden. Dat was een spontane, zo je wilt intuïtieve ingeving, maar naarmate ik er langer over nadacht zag ik steeds meer voordelen ervan. Niet eens omdat ik vaak een oppas nodig denk te hebben. In tegendeel, mijn uitgangspunt is altijd dat ik zelf voor mijn hond moet kunnen zorgen en die zoveel mogelijk meegaat. Ik heb bovendien diverse vrienden die graag op mijn hond zullen willen passen als het een keertje nodig is. De ingeving komt meer voort uit een behoefte aan steun. Steun juist in de straat waar ik woon. Gezien alles wat er in ons straatje had plaatsgevonden n.a.v. de pesterijen rond Leonardo zou het fijn zijn als nog iemand in de straat de hond goed kent, zodat er niet weer sprake kan zijn van ongeloof. Met alle sores rond Leo kreeg ik zelfs te horen dat ik gek was. Ik verbeeldde het me. Dat mens kon niet zo gemeen zijn, ze was gewoon ziek. Dat er zoveel mensen verhuisd waren, de meeste vanwege het getreiter, had het voor mij niet makkelijker gemaakt om geloofd te worden over de ingenieus bedachte pesterijen. De nieuwere bewoners hadden vaak nog weinig ellende meegemaakt. Ook deze vrouw woont hier pas een paar jaar. Maar ze heeft een open mind. Ze heeft zelf honden gehad, maar haar financiële omstandigheden maken het haar onmogelijk nu zelf een hond te hebben. Ze is verbaasd maar ook blij als ik haar mijn voorstel doe. Ik was nog nooit bij haar binnen geweest, maar nu ik voor het eerst op bezoek ben, vallen de foto’s van haar met honden snel op. Ze is een sterke persoonlijkheid, heeft veel van het leven gezien, ze staat niet zo gauw ergens van te kijken. Ook niet als ik haar een paar dagen na ons eerste contact over de hond vertel dat het vermoedelijk niet de bestelde pup wordt. Ze steunt me in de planverandering. Ze blijkt een voorstander van kruisingen in plaats van rashonden. Voorspelt me dat ik een super lieve hond zal hebben aan de Spaanse zwerver. Van haar hoor ik ook een leuk nieuwtje: de pestkop, die precies tussen ons in aan de overkant woont, heeft zelf weer een hondje. Een kleine puppy van onduidelijk ras. We vinden dat allebei hoopgevend nieuws.

Ik ga er dus vanuit dat het goed zal komen met Bebé die ik vermoedelijk toch Baba ga noemen. Maar ik wil de naam pas echt kiezen als ik de hond een beetje heb leren kennen. Dat gaat nog even duren. Inmiddels zijn er meer mensen gearriveerd die hun nieuwe hond komen ophalen. Het wachten wordt steeds voelbaarder.

De vriend van de vriend krijgt een beetje genoeg van al het gekakel over honden van de diverse hondenbaasjes in spe en de begeleiders van de stichting. “Ik heb hier buiten een Domino’s gezien, ik ga even wat eten,” zegt hij. Ik besluit solidair te zijn en ga met hem mee.

De pizza’s bakken duurt langer dan gedacht. Als ik de eerste punt op heb begin ik een onrustig gevoel te krijgen. Misschien zijn de honden inmiddels al uitgeladen. Ik pak mijn telefoon erbij en zie dat er een minuut geleden gebeld is door de begeleidster waarmee ik het contract heb uitgewisseld. Waarom hoor ik dat ding toch zo slecht?! Tevergeefs bel ik terug. De vriend heeft ondertussen de pizzapunten bij elkaar in éen doos gedaan en we vertrekken haastig naar de vliegveldhal.

Welke kant moesten we ook weer op om de honden te halen? We gaan de goede kant op want zien al snel in de verte een groepje mensen met honden.

Later zou een van de begeleidsters vertellen dat Bebé zijn staart constant tussen zijn poten had, maar zodra hij ons de vliegveldhal in had zien komen was begonnen te kwispelen. Toen we dichterbij kwamen zag ik twee dingen tegelijk: de hotspot die al dicht zat en een prachtige hond die aan de lijn begon te trekken om naar me toe te komen. Naar mij. Niet eens naar de natuurlijke dominantie uitstralende gezamenlijke vriend. Eenmaal dichtbij steek ik mijn hand zachtjes naar voren. Bebé likt hem helemaal af. Ik had gedroomd dat het zo zou verlopen, maar met mijn ratio zo’n begroeting naar het rijk der fabelen verwezen. Maar het gebeurt dus echt! De tranen lopen over mijn wangen. Wat een wonder! Wat een prachtige en lieve hond!

De begeleiders hebben duidelijk haast. Het was ook niet zo netjes van ons om zo lang weg te zijn gebleven. Als ik de halsband wil vervangen door die ik heb meegenomen en me aarzelend afvraag hoe ik die op maat maak, neemt een begeleidster het meteen over en hatsjekidee, de halsband heeft meteen de goede maat en zit. De hond heeft nu een tuigje en een halsband en aan elk een riem. Het tuigje is een cadeau van de stichting, de twee riemen heb ik net als de halsband volgens de instructies zelf meegenomen. We maken nog wat foto’s; de mensen van de stichting maken er een paar en ik vraag de gezamenlijke vriend er nog wat te maken met mijn telefoon. Ik zoek ondertussen naar het potje met smulbrokjes, maar ben vergeten dat ik die speciaal aan de buitenkant van de rugtas had gestopt. Later blijk je me op bijna alle foto’s in mijn rugtas te zien zoeken.

Daar staan we dan in de aankomsthal, de drie dames van de stichting gaan haastig weg, we hebben een doos pizzapunten waarvan de vriend er een paar heeft uitgedeeld en een hond aan een dubbele lijn. De hond staat er rustig bij. In mij trilt van alles wat heel langzaam tot rust komt.

We zoeken buiten de luchthaven een plekje om de hond zijn behoeften te laten doen. We vinden een mooi grasveld, de hond loopt onwennig maar gewillig mee. Ik worstel met de ingewikkeldheid van twee lijnen, vooral als Bebé/Baba besluit om in het gras op zijn rug te willen rollen. Ondanks dat het tuig een groot deel van zijn rug bedekt, geniet hij zichtbaar van dat rollen in het gras, maar voor behoeften doen is het kennelijk nog te vroeg.

Ik ga achterin de auto zitten, Baba moet even geholpen worden met de auto ingaan, maar legt eenmaal op de achterbank zijn kop op mijn schoot. Tien minuten later rijden we in de file. Voor de gezamenlijke vriend is dat natuurlijk minder leuk rijden, maar ik vind het best zo met mijn nieuwe maatje half op mijn schoot. Van alle ontroering kan ik vrijwel geen woord meer uitbrengen. Halverwege de rit draait Baba zich een keer om en kijkt naar buiten, maar wat zich daar allemaal afspeelt is kennelijk niet interessant en uiteindelijk rijden we mijn straat in met de hond nog steeds tegen me aan.

Ik doe in huis de lijnen af en laat de hond zijn gang gaan. Kalm snuffelt hij hier en daar. Als ik na drie minuten een brokje in zijn mand leg, pakt hij dat aarzelend en gaat dan in volle overtuiging in de mand liggen. Hij is thuis!

20181220_193041

6. Tegenvaller

Na dagenlang alles op stroom te hebben zien gaan, komt er op maandag toch een vervelend bericht. De medewerkster van de stichting die me eerder al belde met de vluchtgegevens e.d. belt me om te vertellen dat Bebé een hotspot heeft. Vermoedelijk is hij allergisch voor iets. Hij heeft zich een wond gebeten op zijn kont vertelt ze. Ze zijn in Spanje meteen begonnen aan een antibiotica kuur en het komt vast wel goed, maar ze belt toch maar even zodat ik donderdag op het vliegveld niet zal schrikken. Ze hebben de plek ook kaal geschoren.

Ik ken hotspots vooral van honden die last hebben van vlooien. Jullie ontvlooien de honden toch bij aankomst in het asiel? vraag ik. Jazeker, en ontwormen doen ze ook en inentingen voor van alles en nog wat. Maar ja, er komen steeds nieuwe honden bij in het asiel, of Bebé nu nog helemaal vlovrij is valt eigenlijk niet te zeggen.

Oh, wat een tegenvaller. Het zal al niet makkelijk worden met alle veranderingen die de hond meemaakt en dan ook nog zo pal voor de kerst en daarna begint het geknal van vuurwerk enz. en dan ook nog een wond. Als ik dat liever heb kunnen ze de hond ook nog langer houden, maar dan wordt het dus wel januari voor hij komt. Ik kijk zo uit naar donderdag dat ik me niet hoef te bedenken. Natuurlijk gaat de reis gewoon door. Fijn dat de medicijnen meekomen. Ja natuurlijk snap ik het belang van het afmaken van de antibiotica kuur.

Maar in de loop van de dag word ik steeds onrustiger bij het hele idee. Ik kan die hond toch geen kap om gaan doen als hij net hier gearriveerd is?

’s Nachts om 2 uur stuur ik nog een appje naar de medewerkster. Zij had een foto gezien van die plek en op grond daarvan wist ze vrijwel zeker dat het een hotspot was. Ik wil die foto ook zien! Die foto zie ik meteen als ik de volgende ochtend opsta. Dat is geen wondje, dat is een gigantische plek rauw vlees met een diep gat in het midden. Wat nu? Is het misschien toch wijzer dat Bebé in Spanje blijft?

Ik besluit contact op te nemen met mijn homeopathische dierenarts die ook dierentolk is. Ik heb haar niet meer gesproken sedert Leonardo weg is en weet niet of ze nog steeds haar praktijk heeft en zo ja hoe het nu gesteld is met haar spreektijden. Ik hoop maar dat ze niet op vakantie is. Er blijkt weinig veranderd. Haar antwoordapparaat geeft bekende meldingen net als de telefonische spreekuren. Daar gaat nog een halve dag overheen en ik besluit haar de foto van de wond per e-mail door te sturen. Tevens attach ik de jongste foto die ik van Bebé heb gekregen. Hij staat er op met een goedlachse begeleidster en nog een hond, Niet echt handig als ze op afstand wil kijken, maar de enige solo-foto is met de super treurige ogen van de website van de stichting. Op de foto met de begeleidster kijkt hij heel relaxed en zie je zijn fiere houding.

Als ik om kwart voor drie bel blijkt ze net bezig te zijn met de foto’s. Ik bespreek met haar de situatie en mijn twijfels. Ze gaat allerlei medicijnen testen en we hebben sowieso probiotica nodig voor na de antibiotica kuur. Maar ze denkt ook aan middeltjes die helpen bij trauma, iets dat kan helpen bij angsten, bijvoorbeeld rond de jaarwisseling en uiteraard iets voor allergie en jeuk en om op de wond zelf te smeren.

We besluiten in goed overleg dat de hond toch beter af is bij mij en we de reis gewoon door moeten laten gaan. Ze drukt me op het hart om niet met een kap om zijn hoofd te gaan werken, ze heeft genoeg vertrouwen in mijn communicatie skills met dieren dat ik daar vast wel wat op vind. Ze werkt nog maar 1 dag en dan heeft ze tot in januari vakantie. Dus kan ik snel komen voor de medicatie of zal ze alles opsturen? Dan is er wel een probleem met de zalf die ze wil sturen, ze weet niet of zo’n tube die een vriend van haar zelf maakt niet kapot gaat in de post. Met haar onvolprezen vermogen om op afstand gebruik te maken van kinesiologie test ze mijn zelfgemaakte calendula olie. Die wordt goed genoeg bevonden voor Bebé.

Ik vertrouw haar volkomen. Ik ken haar al vijftig jaar en ze heeft als dierenarts geweldige dingen gedaan voor Jao en later ook voor Leonardo. En zelfs voor mij. Ze werkt ook met dolfijnenergie. Dat vond ik eerlijk gezegd nogal zweverig. Maar ik heb haar terwijl Jao vol acupunctuurnaalden zat voor de pijnen in zijn rug energie zien geven met verbluffende resultaten. Ik ging de eerste keer met een strompelende hond de praktijk binnen en kwam er met een blije spring in ’t veld weer uit. Na weer eens zo’n behandeling en kritische vragen van mij, haalde de dierenarts een klein leren zakje uit haar broekzak en leegde de inhoud op de behandeltafel. Ik zag een paar kleine donkergroene steentjes. Het waren fossiele gehoorbotjes van dolfijnen, vermoedelijk zo’n twee miljoen jaar oud, legde ze uit. Ze nodigde me uit er eentje te kiezen en die in mijn linkerhand te nemen.

Toen ik het botje in mijn hand probeerde te voelen, drong ze aan dat ik even zou gaan zitten. Ik zat net of er gebeurde iets dat ik heel moeilijk kan beschrijven. Er kwam een soort golf van energie over me heen, die me voorover deed buigen… daarna kwam er een diepe ontroering over me. Het duurde even voor ik van de ervaring was bekomen en toen was het hoog tijd dat ik de praktijk verliet.

Terwijl de dierenarts de deur achter Jao en mij sloot drong tot me door dat de hoofdpijn die ik de hele dag had gehad verdwenen was. Er was nog iets dat aandacht vroeg: de kies die al maanden los zat en waarvan ik verwachtte dat ik die bij het eerstvolgende tandartsbezoek zou kwijtraken… die kies zat weer vast! Nu daaraan terugdenkend realiseer ik me pas dat juist die kies de enige eigen kies is de ik nu nog heb…

Gerustgesteld en dankbaar ga ik met oppashond Puck aan de wandel. Het zal onze laatste wandeling worden, zijn laatste logeerpartij. Puck is een groot uitgevallen Nova Scotia duck tolling retriever. Puck is zo goed als doof maar daar merken we samen vrijwel niets van. Puck begrijpt veel zonder woorden. Ik vind het wel jammer dat ik moet besluiten dat ik niet meer voor hem kan zorgen. Maar ik zie me niet met twee van die grote honden lopen. Op mijn leeftijd dien je dat soort val risico’s te vermijden.

Of ik nog af en toe Goldie en Bonus kan uitlaten valt te bezien. Het zijn geen grote honden en het zijn teefjes. Ik kan me goed voorstellen dat ze vriendjes worden met mijn nieuwe hond. Maar de eerste weken kunnen we dat niet uitproberen. Niet voor niets is me op het hart gedrukt dat ik de hond straks dubbel moet aanlijnen; zowel met een tuigje als een halsband. Met twee riemen dus. Zo kan ik voorkomen dat de hond zich losrukt. Want daar dien ik toch goed op voorbereid te zijn; de honden die uit Spanje komen hebben met zoveel veranderingen te maken dat ze makkelijk kunnen schrikken of zelfs in paniek raken. Het komt nog wel eens voor dat er zo een hond zoek raakt in Nederland. Soms duurt het dagen voor de hond terug gevonden wordt.

20180913_125613
Puck

5. Liefde

Langzaam dringt tot me door wat er is gebeurd. Het lijkt erop dat vanaf dat ik te horen heb gekregen dat de pups geboren waren, het ene toeval na het andere plaats vond en vindt om een andere hond op mijn pad te brengen.

Goed beschouwd is het hele proces waardoor ik een hond ben gaan zoeken gestart met het bezoek aan een nieuwe vriendin, nu anderhalve week geleden. Deze nieuwe vriendin had aangedrongen haar nog te bezoeken voor ze verhuisde. Ik moest in het eerste weekend van december komen zodat ik kon zien waar ze 34 jaar gewoond had. Met Sinterklaas ging ze verhuizen.

Ik werd hartelijk begroet door haar en door Grietje. Grietje had ik al een paar keer ontmoet, samen met haar vrouwtje tijdens wandelingen met honden. Grietje was dan steevast afstandelijk of stelde zich op tussen mij en haar bazin. Het leek me een sikkeneurige en eenkennige hond. Maar nu bleek ze net zo’n warm en gastvrij hart te hebben als haar bazin die me met een lange stevige hug begroette.

Het hele huis was al onttakeld en grotendeels leeg, alleen in de huiskamer stonden naast dozen nog wat meubels en de keuken was nog hartelijk in gebruik. Desondanks voelde ik de liefde tussen Grietje en haar vrouwtje stromen… het huis leek er van te druipen.

Ineens wist ik: dit mis ik al meer dan twee jaar…

Er waren nog twee bezoekers, waaronder de muzikant wiens honden de ouders waren geweest van mijn Jao. Wat een verrassing dat de muzikant al jaren bevriend was met het baasje van Grietje. De andere bezoeker kende ik als een professioneel tuinder en bleek naar verwachting ook een warmvoelend mens toen hij begon te vragen waarom ik geen hond meer had. Mijn nieuwe vriendin had die vraag ook. Gezamenlijk vroegen ze door en ik voelde het verdriet achter mijn ogen prikken. Wat ik ook allemaal had geleerd van de treiterkop in mijn straat, op dat moment voelde ik vooral weer het verdriet van het afscheid en het gemis. Dat Leonardo goed terecht is gekomen hielp wel, maar niet genoeg.

Eenmaal thuis kwam er nog een flinke huilbui en daarna wist ik het zeker: Het was genoeg geweest! Ik ging niet langer mijn vrijheid laten inperken. Maar vooral: ik wilde me niet langer zo’n liefde in mijn huis en leven ontzeggen!

Ik sliep er nog een nachtje over, maar de volgende ochtend dacht ik er nog hetzelfde over. In het besef dat alle argumenten van de afgelopen twee jaar nog geldig waren maar in het niet vielen bij het gemis. Ja, een hond beperkt je in je vrijheid, kost best het e.e.a. aan energie en geld, je moet elke dag je huis stofzuigen enz. enz. Maar het waren stuk voor stuk rationele argumenten die me de afgelopen twee jaar hadden beschermd tegen het verdriet en de pijn van het verlies. Het had mijn leven draaglijk gemaakt. Mijn hart wist hoe het echt zat: ik wilde gewoon weer een hond.

Nog geen etmaal later had ik een pup besteld. In volle overtuiging gekozen voor hetzelfde ras als Jao. Maar Jao was de zoon van een reu van 20-21 kilo door de muzikant zelf uit de Pyreneeën geïmporteerd en een teefje van 14-15 kilo dat de muzikant in een asiel in Pau had gevonden. Volgens mijn homeopathische dierenarts werden de puppy’s van die twee ouders per nest groter door de betere voeding van de ouders en de pups zelf. Je zag inderdaad een tamelijk steile curve van de maat van de volwassen geworden nazaten van Belle en Pichoun. Mijn Jao uit het per ongeluk verwekte derde nest was de grootste van allemaal met zijn 32 kilo. De honden van de muzikant voldeden niet aan de rasstandaard van de Nederlandse Pyrenese Herder Club. Kaatje weegt slechts 10 kilo.

Ik moet de bazin van Kaatje nu toch echt dringend op de hoogte stellen dat ze voor de derde pup een ander baasje kan gaan zoeken, Dat zal geen probleem zijn, er worden niet veel Pyrenese herdertjes geboren in Nederland. Inderdaad neem de bazin van Kaatje het nieuws goed op. Ze wenst me welgemeend veel succes met de hond uit Spanje en blijft nog gewoon een Facebook contact. Zo blijf ik op de hoogte van de ontwikkelingen van de pups; ze zijn prachtig, leuk, lief en nog veel meer. Maar ik kijk uit naar een onbekende hond met een aandoenlijke kop die veel weg heeft van een Duitse herder.

Van de coördinator van de huisbezoeken krijg ik diezelfde avond een foto toegestuurd die meer duidelijkheid verschaft over zijn lichaamsbouw. Ik vind hem prachtig. Er komen de volgende ochtend ook nog twee filmpjes van een in het asiel spelende Bebé. Hij lijkt inderdaad op een Duitse herder.

Weer een ochtend verder word ik wakker met een verrassend inzicht. Ik denk terug aan een vakantie met de muzikant op Terschelling in augustus. Na de eerste lange wandelingen spreekt de muzikant zijn verontrusting uit over dat hij heeft gemerkt dat mijn conditie fors achteruit is gegaan. Het geen hond meer hebben is daaraan duidelijk merkbaar. Net als we daarover praten, belt een vriend van de muzikant. Het gesprek gaat vooral over dat de vriend van de muzikant met een verhuizing naar het oosten van het land in het vooruitzicht heeft besloten op zoek te gaan naar een Duitse herder pup. “Oh dat wil ik ook!” roep ik uit.

Mijn eerste hond was een Duitse herder. Een echt goede Oudduitse herder zonder die verlaagde achterkant waarmee gepoogd is de herders minder hd gevoelig te maken lijkt me geweldig. Voor niet lang daarna in een gesprek met de muzikant de realiteitszin het weer wint van mijn verlangen, heb ik een hartenwens, wat zeg ik, een zielswens gevoeld. Die heeft het universum natuurlijk gehoord. Toen ik een andere hond dreigde te gaan krijgen heeft het universum alles in het werk gesteld om te zorgen dat die wens vervuld kon worden. Vandaar dit hoge tempo, vandaar al die zeer toevallige gebeurtenissen.

In dankbaarheid over zoveel onbegrijpelijke werkingen van de kosmos begin ik blijmoediger dan in tijden het geval was mijn nieuwe dag. Mijn nieuwe leven komt eraan. Ik ga beginnen met voorbereidingen om Bebé te kunnen ontvangen. Allereerst ga ik op zoek naar iemand die een auto heeft en met me mee wil naar voormalig vliegveld Zestienhoven om de hond op te halen.

Terwijl de negende die ik gevraagd heb voor de belangrijke rit naar het vliegveld nog nadenkt of hij misschien iets kan verschuiven om de 20e mee te gaan mijn nieuwe hond ophalen en ik al heb uitgezocht hoe ik er met Openbaar Vervoer kom en van plan ben een Rotterdams taxibedrijf te gaan bellen over de mogelijkheden met hond naar Utrecht vervoerd te worden, brengt mijn vriend de metalgitarist zonder dat hij dat weet uitkomst. Hij belt in mijn bijzijn met een vriend van hem en ineens besef ik: maar die heeft ook een auto. En nog belangrijker: ik heb hem bij ons laatste etentje waar hij ook bij was leren kennen als een enorme hondenliefhebber. Hij is als kind opgegroeid met o.a. Ierse wolfshonden en hij heeft met zijn rustige persoonlijkheid een natuurlijk overwicht op honden. Ik kan me geen betere begeleider wensen! Als ik hem even later opbel blijkt hij de 20e vrij te hebben en.. me graag te willen helpen.

Mijn hart vloeit over van dankbaarheid. Jegens de vriend van de metalgitarist en jegens hoe mooi het leven nu al dagenlang in elkaar blijkt te steken en alles gaat zoals het kennelijk moet gaan.