18. Loops

Als we het Zocherpark langs de singels naderen, zie ik een blonde labrador de brug op de kop van de Nieuwegracht oversteken. Loslopend en kaarsrecht. Bijna jaloers vraag ik me af wanneer ik met mijn hond ooit zover zal zijn.

We wachten netjes tot hond en bazin veilig zijn overgestoken en dan laat ik Baba los, ik hoef hem niet te zeggen welke kant op, uiteraard heeft hij de Blondie ook gezien. Fijn, denk ik, een hond van zijn maat, kan hij lekker mee dollen op de speelweide.

Maar dan hoor ik geschreeuw: “Kun je je hond aanlijnen?!” roept de bazin van de blonde labrador. Wat gaan we nu weer krijgen, vraag ik me af, weer iemand bang voor het herderachtige uiterlijk van mijn hond? Als ik dichterbij kom heeft zij beide honden bij hun halsband vast.

“Stoer van je dat je ze allebei zo vast kunt houden,” complimenteer ik.

“Ze is loops”, zegt de vrouw.

Ik ben meteen een en al begrip. Maar realiseer me hardop dat ik nu mijn hond niet meer los kan laten. Daar gaan de plannen voor lekker veel beweging voor Baba.

Ik loop met mijn ongecastreerde reu naar een bankje op de hocht aan de andere kant van de grote speelweide. Daar zitten we dan, hij aan de lijn. Ik leg een paar koekjes op de bank, maar hij wil er niet eens naar kijken, zo opgewonden is hij. Het duurt ruim tien minuten voordat hij ze eindelijk wil consumeren. Ik besluit nog tien minuten te wachten voor ik het aandurf hem weer los te laten. Mits er dan een leuke hond van zijn maat komt waar hij graag mee wil spelen.

Ondertussen komen er diverse mensen met kleine hondjes langs. Om te voorkomen dat die denken dat Baba vast zit omdat het een gevaarlijke hond zou zijn, verontschuldig ik me steeds: “Hij zit vast omdat er een loopse teef is.”

Dan komt tot mijn grote verbazing en verontrusting de vrouw met de loopse teef onze kant op en passeert ons op nog geen twee meter. “Ze is loops”, zegt ze en meteen er achteraan: “Oh jou heb ik al gehad.” Haar hond is nu wel aan de lijn, maar ik laat het er nu niet meer bij zitten:

“Ik snap je niet,” zeg ik, “waarom kom je nu met een loopse teef naar een hondenspeelweide? De ongecastreerde reuen moeten nu allemaal aan de lijn!” Zonder me aan te kijken loopt ze door en zegt: ”Het is mijn route!”

“Ja de mijne ook!”

Ze reageert niet.

Ik uit mijn verontwaardiging tegen mensen met een klein hondje die de scene hebben kunnen volgen. Ook zij moeten hun hond nu aan de lijn houden.

“Dus we moeten allemaal onze hond aanlijnen omdat zij met haar loopse teef haar vaste route wil kunnen lopen?!” Als ik vertel dat ze zelfs met haar hond ongelijnd door het park liep, is de verbijstering ten top.

Nu onze honden toch geen kant op kunnen, ontspint zich een geanimeerd gesprek dat van loopse teven tot vrijheidslievende honden gaat. Ik vertel over Vlieland en dat Baba sedertdien weer ongeveer terug bij af is met ver weg bij me vandaan gaan. Gelukkig komt hij wel altijd terug. Maar soms niet zonder dat mijn hart in mijn keel klopt.

Ze informeren hoe vaak het voorkomt dat ik Baba niet los kan laten vanwege een teefje. Een keer per maand, schat ik. We worden het samen eens dat het geen echte reden is om Baba te castreren als dat de enige reden is. Ik kan geen andere bedenken.

Er komen er nog een paar mensen aan met kleine hondjes en er is een vriendje bij van het hondje van de mensen waar ik mee sta te praten. Zij gaan naar de hondjes toe en Baba kijkt treurig toe hoe hij niet mee kan spelen. Na een paar minuten besluit ik de gok te wagen en clips hem los. Ongelukkig genoeg zien de andere hondenbaasjes dat als een signaal om hun honden aan te lijnen en na een zeer korte aarzeling neemt Baba een sprint. Hij gaat er vandoor. Reageert op roep noch gefluit.

Oh wat was ik weer stom! Ik loop zo snel als ik kan hem achterna, zie hem even later over de Nieuwegracht nerveus heen en weer rennen op zoek naar het teefje. Dan heeft hij haar spoor weer te pakken en keert hollend terug het park in, zoef, weg is hij. Zucht, gelukkig was er net geen verkeer op dat moment en heeft hij het spoor de verkeerde kant op te pakken.

De mensen waar ik mee stond te praten komen naar me toe, zijn ook ongerust. “Gelukkig is hij niet de straat op gegaan,” zeggen ze. Ze hebben duidelijk een stukje gemist. “Jawel, hij liep op de gracht net, maar is gelukkig heelhuids weer het park in gegaan.”

Ik posteer me aan het begin van het park zo dat ik zicht heb op de hondenspeelweide zowel als het pad langs de singel. Ik duim dat Baba snel terugkomt, maar hem kennende kan dat van alle kanten zijn.

Na een paar minuten zie ik hem komen. Ik roep hem, zo vriendelijk en tegelijk duidelijk mogelijk als ik kan. Hij heeft er merkbaar geen zin in, maar ik blijf hem aanmoedigen en uiteindelijk komt hij dan toch, schoorvoetend, maar niet eens schuldbewust.

“Kon je haar niet vinden, lieverd, het is me ook wat!” Ik lijn hem aan. En dan streng: “Maar wat heb je nou gedaan?! Je mag niet weglopen! Dat mag toch niet! Je moet bij het vrouwtje blijven!” Dat laatste herhaal ik nog een keer: “Bij t vrouwtje blijven!” Het is het langste gebod dat ik voor hem heb. Hij kent het, ik geef het hem geregeld op waarschuwende toon voor ik hem buiten los maak en als hij er zich niet aan houdt op verwijtende toon, zoals nu. Hij kijkt me eindelijk, voor het eerst sinds we hier aankwamen, even aan, wel bewust van schuld. Hij krijgt geen koekje.

Ik besluit om bij een vriendin op bezoek te gaan, we kunnen nu niet meer leuk wandelen.

Onderweg denk ik na of ik dit toch maar eens ga bespreken met de ons bekende hondentrainer.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s