17. Midweek

De trein van Leeuwarden naar Harlingen heeft geen aparte halletjes zoals de NS-treinen. Net als met Jao en Leo ga ik met Baba in de trein het liefst op een stoeltje in een halletje zitten. Die stoeltjes zitten weliswaar niet zo comfortabel, maar voor de hond is er veel meer ruimte. Als we in een coupé gaan zitten, verspert hij het gangpad of komt hij op een plek te liggen waar hij een zwaaideur tegen zich aan kan krijgen. In deze tijd ontdek ik een bijkomend voordeel van de halletjesplek; als er niemand anders is, kan ik mijn mondkapje even naar beneden doen.

In de drukke Arriva trein naar Harlingen-haven kan ik een klapstoeltje dicht bij een deur bemachtigen, Baba moet zich schikken tussen de deur en staande passagiers. We stappen als eerste uit, iedereen begrijpt Baba’s haast om naar buiten te komen.

We zijn ruim op tijd waardoor ik een kleine lunch kan gebruiken bij het restaurant in het gebouw van rederij Doeksen. Bij de toiletten biedt een jonge vrouw zomaar aan of zij de hond vast zal houden. Uiteraard maak ik daar dankbaar gebruik van.

Het inchecken loopt vertraging op en ik stap uit de rij en ga op een bankje ernaast zitten. Er komen steeds meer mensen bij en… honden. Baba wil natuurlijk met alle honden kennismaken, maar dat is nu geen doen. Hij begint geluidjes te maken, tot groot vermaak van de wachtenden. De geluidjes worden steeds sterker, er blijkt een loops teefje in de rij te staan. Het is bijna over zegt haar baasje, maar dat maakt voor Baba niet uit. Gelukkig beperkt hij zijn verbale gymnastiek tot korte momenten.

Het wordt Baba’s eerste bootreis. Maar terwijl een hond voor ons zijn poten stijf zet om niet de boot in te gaan, loopt Baba gewoon rustig naast me mee. Wat heeft die hond toch veel vertrouwen in me. We kiezen voor het buitendek waar hij meesttijds rustig ligt. Vanwege mijn noodzakelijke beweging gaan we ook twee keer bij de reling kijken, hij vindt het zicht op het achter de boot schuimende water zeer boeiend.

Na een paar dagen zal blijken dat het vakantiehuisje zoals een kennis al zei maar een paar minuten lopen van de boot ligt. Gewend als ik was aan de ligging van mijn logeeradres op Terschelling, loop ik echter vanaf de boot de grote stroom mensen achterna de Dorpsstraat in. Het lijkt er op de winkelstraat in Terschelling West. Ik voel me nu al thuis. Maar als we al veel langer lopen dan de voorspelde paar minuten, steven ik af op een mevrouw die op een manier voor haar huis zit die me vertelt dat ze hier woont. En ja hoor, het is een eilandster. Ze verwijst me terug naar een glop, daarna recht de duinen in met het pad omhoog. Met een onrustige Baba, een volle rolkoffer en een temperatuur van 27 graden lijkt het duinpad me erg steil en hoogst vermoeiend. Ik probeer met mijn gsm te kijken of ik goed zit, maar ik kom er niet uit. Er komt een meneer het pad af en ik vraag hem of ik zo goed ga naar mijn vakantieadres. Dat weet hij niet, maar hij weet wel dat het minstens twee kilometer is voor er huizen komen. Pff, ook dat klopt net zo min als de wandeling over de Dorpsstraat met die paar minuten lopen vanaf de boot, zoals die kennis had gezegd. We staan in de volle zon, maar liever dat dan twee kilometer een duinpad oplopen en dan weer terug moeten wellicht. Ik wacht op de volgende voorbijganger. Het is een voorbijgangster, en ja, ze weet zeker dat ik goed ga. Nee het is geen twee kilometer, maar een klein stukje. Even later zien we grote houten huizen in allerlei kleuren en het juiste straatnaambordje.

Nummer 7 blijkt een groot houten huis van drie verdiepingen, maar de naam van ons huisje is nergens te zien. Ik bel aan. De eigenaresse blijkt een naamgenoot en we moeten met een stenen duintrap naar de achterkant van de huizen, en dan het paadje naar rechts. Kom op Baba, nog even doorzetten, je krijgt heel snel een grote bak water. “Zachies!”, zeg ik want het is een lange trap met treden van ruim een halve meter, na elke trede geeft de koffer een harde boink, maar tillen breng ik nu niet meer op.

Het huisje blijkt een aanbouw van het grote huis, doordat het tegen een duinheuvel is gebouwd, kon je vanaf de straatkant de onderste verdieping met de aanbouw niet zien. Er is voor Baba een prettige verrassing in de vorm van een royale, bestrate en goed omheinde buitenruimte. Het huisje is lekker koel, tamelijk modern ingericht en er staan een vrolijk bloemetje, wijn en drop geitenkeutels als welkom. We gaan het hier allebei naar ons zin hebben.

Nadat we even wat proviand hebben ingeslagen, krijgt Baba zijn eerste Vlielandse losloop wandeling. Die begint amper 100 meter achter onze vakantiewoning bij een fiets- annex wandelpad. Het is een bosrijk en duinachtig gebied en Baba is er duidelijk mee in zijn nopjes. Ik ook, de naar de horizon zakkende zon zet het prachtige, weidse landschap hier en daar al in een rode gloed. Wat is het hier mooi. We komen bij een waterrijke plek die vermoedelijk vanwege zijn winterse bestemming de naam ‘IJsbaan’ heeft gekregen. Terwijl ik er rustig omheen loop, gaat Baba helemaal los op het vlakke terrein. Even vrees ik dat hij er vandoor gaat, maar uiteindelijk blijkt hij me goed in de gaten te hebben gehouden en voegt zich na enige fluitende aanmaningen weer bij me voor de weg terug naar het huisje. Daar kijkt Baba me aan alsof hij iets begint te snappen waarom we hier zijn. Hij lijkt het de gewoonste zaak van de wereld te vinden dat ik een tennisbal en een ander meegenomen speeltje tevoorschijn haal. Na een bak brokjes gaat hij de rest van de avond liggen uitrusten op het vloerkleed.

De volgende dag wordt de warmste dag ooit half september in Nederland gemeten. Op het vasteland worden op sommige plaatsen temperaturen van 30 graden gemeten, op de Wadden wordt het 27 tot 28 graden. We zijn vroeg opgestaan. Terwijl Baba bijkomt van een met grote gretigheid verorberde maaltijd maak ik de rugtas gereed voor een dagje strand. Het koelkastje heeft helaas geen vriesvak, maar ik heb de avond ervoor een anderhalve literfles en mijn eigen halve liter waterfles in de koeling gezet. Ze gaan als laatste in de tas. Ik heb nog geen kaart van het eiland maar wel de kennis dat het hooguit een half uurtje lopen is naar het strand en dus gaan we op pad naar het noorden.

De paden voeren ons door bosrijk gebied maar na een kwartiertje lopen we langs een weg waar blijkens een haltebordje ook een paar keer per dag de bus langs komt en klaarblijkelijk af en toe een auto, zodat ik Baba aanlijn. De weg leidt ons meer naar het westen dan het noorden merk ik. Ten noorden van de weg blijkt allerlei terrein afgebakend voor vakantiewoningen en campings. Na ruim een half uur lopen heb ik nog steeds geen idee hoe we bij het Noordzeestrand komen. Ik vraag het aan twee tegemoet fietsende dames die meteen attent stoppen. Volgens hen voeren alle wegen naar het strand, maar als we een eindje verderop de Badweg naar rechts nemen, komen we er zeker, lachen ze. De Badweg is een voor Vlielandse begrippen drukke weg dus ik grijp de eerste de beste gelegenheid aan om daar van af te wijken. Als ik het goed zie loopt er een pad door zo’n cluster vakantiewoningen dat aan het eind de duinen ingaat. Ik negeer het bordje eigen terrein en als we de huizen gepasseerd zijn en het pad inderdaad de goede richting op blijkt te gaan, maak ik Baba weer los. Die wordt meteen super zelfstandig en vindt zijn eigen pad door de duinen. Ik ben zo dom zijn voorbeeld te volgen en loop op een gegeven moment met mijn wijde zomerjurk over een wildpaadje tussen nimmer gesnoeide rozenstruiken. Gelukkig staat aan het eind daarvan Baba me op te wachten. Ik krijg de indruk dat hij meewarig mijn trage vorderingen gadeslaat.

Na nog wat gestuntel van mij door rul zand staan we bovenop een duin te zoeken naar een plek waar ik naar beneden kan lopen i.p.v. voorzichtig bilschuiven. Beneden ons ligt een breed verlaten strand. Ik zie golven gebroken worden door een korte strekdam.

Terwijl Baba naar het water rent, daal ik voorzichtig van het duin en eindelijk beneden zoek ik een plekje in de schaduw tegen de duinrand. Ik zie Baba uitgelaten door het water rennen, maar ook meteen er weer uit. Ik fluit hem, wil hem eerst zoet water laten drinken zodat hij van het zeewater afblijft. Daar is hij al! Na gedronken te hebben zoekt hij pal bij mij zijn plekje in de schaduw. Het is warm genoeg om meteen mijn badpak aan te trekken, al zou niemand het zien als ik de nudist zou willen uithangen. Wat later zal ik dat diverse mensen zien doen. Nou ja zien, ze zijn zover weg dat ik echt moet turen om zeker te zijn dat ze naakt zijn.

“Kom Baba, we gaan zwemmen!” Energiek dartelt hij naast me over het strand. Maar bij de waterlijn aarzelt hij. Ik blijf staan. “Naast Baba!” Na een metertje staan we zo dicht bij het water dat we kunnen wachten tot het onze voeten bereikt. Baba bekijkt het gebeuren rond zijn voeten met een waakzame blik. Ik aai hem, spreek hem bemoedigend toe. Als het water terugtrekt, verplaats ik me met kleine stapjes een halve meter richting het water, Baba volgt. Onze voeten staan nu in het water. Even denk ik dat we zo nog een stapje kunnen gaan zetten, maar dan komt een golfje 10 cm hoog tegen Baba’s pootjes aan. Weg is Baba. Met een draf begeeft hij zich naar ons schaduwrijke plekje tegen de duinrand. Vastbesloten past hij op de spullen, en doet dat voortaan trouw elke keer als ik naar het water ga.

In mijn rugtas ook een boek, maar ik blijf liever naar de zee kijken en op Baba letten. Ik geniet van het zonder gedachten in de vrije natuur zijn en ook Baba lijkt te genieten van het niets moeten. Alleen af en toe, als hij in de verte een hond waarneemt, gaat hij daar op af, soms is hij bijna een stipje, maar gelukkig komt hij steeds weer terug. Het zijn kennelijk allemaal honden die trouw met hun baasjes mee wandelen en niet met onstuimige Baba willen spelen. Mij komt dat goed uit, het scheelt me de spanning van afwachten of hij er niet achteraan blijft gaan. Als hij terugkomt, prijs ik hem telkens uitvoerig, het begint er zowaar op te lijken dat zijn autonome gedrag hier afneemt. Ook als we na een paar uurtjes een stukje over het strand gaan wandelen, gaat hij weliswaar verder vooruit dan me lief is, maar komt uiteindelijk toch weer bij mij en laat zich makkelijk aanlijnen als we uiteindelijk bij een strandtent belanden, die aan het eind van de Badweg blijkt te liggen. Terug mag hij weer los in de bossen en blijft hij steeds in het zicht.

De volgende dag wil ik met de enige buslijn die Vlieland rijk is naar het westelijke deel van het eiland. Daar is een hotel-restaurant als laatste teken van de bewoonde wereld. Nog verder naar het westen is natuurgebied de Kroonpolders waar veel vogelsoorten schijnen te huizen en hoewel Baba dan aangelijnd moet blijven, wil ik toch graag een stukje van die polders zien.

Als we bij de haven de bushalte opzoeken, blijk ik de vertrektijden op internet omgedraaid te hebben met de vertrektijden bij hotel-restaurant het Posthuys in het westen. De bus is net weg en het gaat tweeënhalf uur duren voor de volgende komt. Ik besluit een fiets te huren bij een van de verhuurders in de Dorpsstraat. Mijn volle rugtas gaat in de fietstas en na met Baba naast de fiets het dorp uit te zijn gelopen, probeer ik de eerste stukjes met hem te fietsen. Het kost me enige moeite om te zorgen dat hij niet gaat rennen, maar het gaat goed. Door de bossen heen maak ik Baba steeds stukjes los. Hij vindt het zichtbaar geweldig dat ik zijn geren fietsend bij kan houden.

We komen een leuke hond van Baba´s maat tegen die graag met hem een stukje meerent. Dat is niet helemaal de bedoeling van de baasjes die voetganger zijn, dus trekken we een tijdje met elkaar op, ik met de fiets aan de hand. Na een poos verliezen de honden elkaars belangstelling en stap ik weer op de fiets. Zonder dat ik iets hoef te zeggen, komt Baba even later blij achter me aan gerend.

Als de bossen overgaan in duinen probeer ik er achter te komen hoe lang de afstand naar het Posthuys nog is. De paddenstoel bij een kruising geeft een indicatie, waarvan ik niet helemaal zeker weet of ik het goed snap. Het wordt toch eens tijd dat ik een kaart van het eiland aanschaf, die digitale kaartjes op mijn telefoon zijn me niet duidelijk genoeg. Nog zo’n 7 kilometer lijkt het, dat is te doen, we hebben de tijd.

Het enige fietspad door de duinen naar het westen blijkt drukker dan gedacht. Het wordt derhalve een training voor Baba om bij tegenliggers of achteropkomers ‘aan de kant’ te gaan. Al snel heeft hij het door, maar ik moet het wel blijven zeggen. Logisch, want Baba’s aandacht is heel ergens anders. Ik zie geen konijn of wat voor dier dan ook, maar Baba ruikt al het dierlijk leven in de duinen. Misschien is voor mij de tocht wel 7 kilometer, maar voor Baba een veelvoud daarvan. Hij rent elke duinkom in, heuvel op, heuvel af, soms zie ik hem even niet, maar dan fluit ik en komt hij even later weer richting fietspad.

Ik las steeds vaker een pauze in. Baba vindt dat aanvankelijk maar niks. Na een minuut is hij alweer klaar om verder te gaan, hij heeft het meer naar zijn zin dan ooit lijkt het. Maar het water dat ik voor hem inschenk in het speciaal voor deze vakantie gekochte opvouwbare bakje, gaat er dankbaar in. Bij de derde pauze dwing ik hem even bij me te komen liggen. Hij doet het, na enige tegenzin, met de tong half uit zijn bek kijkt hij opgewonden in het rond. De volgende pauze neem ik bovenop een heuvel, dat blijkt een beter keuze, hij geniet van het uitzicht en blijft eindelijk rustig pauze nemen. Nou ja rustig, na vijf minuten heeft hij zichtbaar zin om verder te gaan.

Of die 7 kilometer op de paddenstoel klopte niet, of door onze pauzes en af te toe te lopen i.p.v. fietsen zijn we traag, maar het is uren later als we bij het Posthuys aankomen. Ik kijk eerst bij de bushalte hoeveel tijd we hebben, dat lijkt me ruim genoeg tijd om lekker te eten en zet de fiets op slot.

Na allerlei corona maatregelen wordt het ons gegund binnen te zitten, heel gunstig voor Baba naast een openstaande deur. Hij ligt er meteen voor Pampus.

De bus voert ons deels langs de waddenkant van het eiland en deels door bos- en duin terug naar de haven. In de bus krijg ik de kriebels van mijn mondkapje en krijg een flinke hoestbui. Niemand zegt wat.

De volgende dag pakken we de bus terug, halen de fiets op bij het Posthuys waar ik een lekkere lunch neem en daarna doen we de fiets-wandeltocht in omgekeerde richting. Het is minder warm en zonnig dan gisteren, maar het aantal pauzes wordt er niet minder om. Baba is zichtbaar in zijn nopjes hier en blijft door de duinen rennen, soms achter iets aan, soms zomaar voor de lol heuvel op, heuvel af.

Ik laat hem lekker afkoelen in de Molenvijver, die we de dag ervoor ontdekt hebben. Baba gaat er helemaal in liggen, alleen zijn kop steekt nog boven water, maar zwemmen ho maar. Het laatste stuk naar huis doen we extra op ons gemak.

De laatste dag van onze midweek heb ik expres de boot geboekt die pas begin van de avond in Harlingen zal aankomen. We worden geacht om tien uur het huisje te hebben verlaten. Door de corona maatregelen zijn de kluisjes bij rederij Doeksen buiten gebruik, maar na enig overleg mag ik mijn koffer in de betegelde en omheinde tuin laten staan.

We wandelen in oostelijke richting het dorp uit. Ons pad voert door bossen en duinen en uiteindelijk naar het strand op de uiterste punt van oost. In de duinen komen we een leuk labradorachtig teefje tegen, de twee honden hebben duidelijk een klik en baasjes en honden trekken tot op het strand met elkaar op. Als de honden moe van het spelen steeds meer hun individuele gang gaan, wil ik koffie bij restaurant Oost, een veredelde strandtent op de overgang tussen duinen en strand. Ik mag pas het terras op na het inscannen van een QR code. Omdat ik geen software daarvoor op mijn telefoon heb, krijg ik een telefoon van de bediening en eenmaal aan een toegewezen tafeltje vul ik de webpagina in met mijn gegevens. Ik ben de tel kwijt hoe vaak ik deze vakantie mijn gegevens heb moeten invullen bij horeca gelegenheden. Bij de koffie neem ik een eilandse lekkernij; Cheesecake met cranberry’s. We hebben deze ochtend voor de tweede keer een vallei vol cranberry’s ontdekt waar je zelf mag plukken, maar we zijn daarvoor duidelijk een weekje te laat op het eiland.

Na de koffie maken Baba en ik een heerlijke wandeling over het strand op de oostelijke punt. Over de Noordzee zien we Terschelling liggen, zelfs de Brandaris is met dit heldere weer goed te zien. Waar de Noordzee overgaat in de Waddenzee besluit ik in de duinen te gaan uitrusten. In de stilte van een duinkom geniet ik van de strakblauwe lucht waar af en toe meeuwen zilver oplichtend doorheen vliegen. Ik probeer een mooie foto te maken van de witgele duinrand met helmgras afstekend tegen het hemelse blauw met die meeuwen erin, maar de meeuwen zijn me telkens te snel af.

Onze verse voetstappen over het strand de duinen in lokken kennelijk andere wandelaars. Terwijl de voetstappen van Baba en mij in maagdelijk glad zand werden gemaakt, ontstaat er langzaam maar zeker overal in de kom omgewoeld zand. De meeste mensen zijn volgers, kuddedieren, denk ik licht geïrriteerd en baal dat steeds meer mensen mijn rust verstoren. De lol is er af en met een mooie wandeling langs de Waddenzee komen we uiteindelijk bij de jachthaven.

Tot mijn verbazing zijn er in het restaurant bij de jachthaven geen corona maatregelen, ik hoef zelfs niets in te vullen, ik zie slechts hier en daar een flesje met ontsmettende handgel. Toch is het terras vrijwel geheel gevuld. Ik kijk nog eens goed naar de haven en zie dat er geen kleine bootjes liggen. Hier komt duidelijk de elite met hun zeewaardige jachten. Behoeft de elite dan geen corona maatregelen? Thuisgekomen zou een vriendin die ooit zelf een boot had, me uit de droom helpen; voor particuliere schepen gelden de regels niet. En daar zal dat restaurant in de jachthaven in volgen waarschijnlijk, vermoed ze.

Later die dag moet ik de hele overtocht per veerboot weer een mondkapje op en worden de passagiers net als op de heenreis in groepen verdeeld om per groep het schip te mogen verlaten.

We komen laat in de avond thuis waar Baba blij zijn mand opzoekt en een half uurtje later gaan we samen naar mijn slaapkamer.

De volgende ochtend gaat Baba echter niet in zijn mand, maar gaat hij in een hoek van de kamer tegen een deur liggen. Op de uitlaatmomenten na, ligt hij de hele dag treurig te zijn in die hoek. Eten doet hij niet.

Ik besluit ’s avonds meteen te boeken voor volgend jaar. Dit keer een volle week. Misschien komen we dan wel een keer in de Kroonpolders.

Met heel veel moeite krijg ik de weken na thuiskomst slechts heel kleine hapjes eten bij Baba naar binnen. Na drie weken is hij weer net zo dun als toen hij voor het eerst bij me kwam. Ik heb het sterke idee dat de dagen op Vlieland iets getriggerd hebben dat hem de vrijheid en het landschap van zijn Spaanse zwerversbestaan in herinnering heeft gebracht. Ik wil graag net als op Vlieland fiets-wandeltochten met hem maken waarbij hij los kan. Maar het jaagpad langs de Krommerijn waar dat zou kunnen en ik het zou durven, vind ik door de eerste herfstregens te glibberig. Als het een paar dagen achtereen droog is geweest, durf ik wel. Die avond eet Baba voor het eerst weer zijn bak leeg.

4 gedachten over “17. Midweek

    1. Hallo Anke, je kunt op de startpagina gewoon naar beneden scrollen, dan zie je de beginstukjes van alle huidige 17 columns over Baba en kun je daar op klikken Mocht je ze niet in volgorde zien, klik dan op dat kleine fotootje linksboven van Baba, de eerste komt onderaan.

      Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s