14. Ongeluk

Het is de zondag na Sinterklaas dus nog even en Baba is een vol jaar bij me. Wat is dat jaar voorbij gevlogen! De metalgitarist heeft het al over vieren. Maar eigenlijk vier ik elke dag dat Baba bij me is. Elke ochtend word ik dankbaar en blij als ik hem zie en vieren we dat we samen weer een nieuwe dag gaan beleven met een uitgebreide knuffelpartij op mijn bed.
Daarna maak ik zijn voerbak schoon, haal ik vers vlees uit de koeling en leg dat met verpakking en al in warm water in zijn bak om op kamertemperatuur te laten komen. Ik zet de keukendeur open zodat Baba ondertussen ons minituintje kan verkennen (en het huis even goed kan doorluchten).
Baba is heel geduldig.
Na zijn ontbijt en mijn eerste paar glazen lauw water en wat vers fruit doe ik een kwartier mee met Nederland in beweging, zorg ik dat mijn bovenbeenspieren sterk blijven door even flink te trappen op de hometrainer, doe nog wat asana’s voor ik onder de douche ga en kleed me op mijn gemak aan Dat alles meestal afgewisseld met wat kleine huishoudelijke klusjes.
Alles bij elkaar ben ik na Baba’s ontbijt minstens een uur bezig, zodat zijn eten goed kan zakken en daarna is onze eerste activiteit een wandeling, als het weer meewerkt een lange van minstens anderhalf uur, al dan niet vooraf gegaan door een poos lekker rennen en ravotten met andere honden op de hondenspeelweide in het Wilhelminapark.
Die ochtend is er geen hond te bekennen op de speelweide, ja zelfs nergens in het park. Niet verwonderlijk: kort nadat we in het park zijn, begint het te regenen en hoewel er op mijn smartphone geen enkele bui werd voorspeld, is de regen zo heftig dat ik Baba bij me roep en we een poosje schuilen onder een van de mega parasols van het parkrestaurant.
Als de bui over is, lopen we toch weer naar de speelweide en laat ik hem er voor de tweede keer los. Baba poept het liefst in struiken, aan de lijn kun je kilometers met hem lopen terwijl hij nodig moet zonder dat hij zich ontlast.
Als hij net gekozen heeft voor een plekje in struikgewas aan de rand van de speelweide, komt er eindelijk iemand aan met een hond. Maar ze stiefelen samen vanaf de donkerbruine houten brug annex fietssluis meteen door, het vrouwtje van de hond heeft wellicht geen tijd of wil voor de volgende bui weer thuis zijn. Wie zal het zeggen?
Ik hoop dat ze snel doorlopen en dat Baba de hond niet opmerkt, maar helaas, als Baba opgelucht uit de struiken komt gerend, gaat hij rechtstreeks op de Friese stabij af. Aan Baba’s gedrag te zien heeft hij de hond eerder ontmoet en is het een teefje. De vrouw begint meteen met haar been te trappen om Baba bij haar teefje vandaan te houden en het teefje doet al snel ook een duit in het zakje en meft flink naar Baba.
Ik ben niet ver bij ze vandaan en zeg rustig doch beslist: “Kom Baba’, ze vinden het niet leuk, kom hier!”
Baba reageert bijna onmiddellijk en komt naar me toe. Maar helaas bedenkt hij zich als ik hem wil aanlijnen en zoef… daar gaat hij weer achter de vrouw met de Friese stabij aan. Ik reageer meteen: “Baba! Nee! Kom hier!”
Dit is een alarmmoment. Hier dreigt zo’n 1 op de 10 keer te ontstaan waarvoor ik ergens in januari met hem aan een cursus hoop te beginnen.
Ik roep zo hard ik kan: “Blijf staan A.U.B.” Nu mijn hond niet luistert, moet ik het hebben van het onderwerp van zijn belangstelling, of nog beter: het hondenmens dat erbij hoort.
Maar de mevrouw reageert niet, blijft stevig doorlopen. Ik probeer nog vele malen en variaties: “Mevrouw! Wilt u blijven staan ALSTUBLIEFT!” maar ze reageert alleen door af en toe een been of arm afwerend naar mijn hond te zwaaien. Als ik zie dat ze de vijver gepasseerd is en rechtstreeks afstevent op een uitgang van het park, geeft de in mij groeiende angst mijn roepen nog meer volume.
“BLIJF STAAN A.U.B! A.U.B BLIJF STAAN!! STAAN BLIJVEN ALSTUBLIEFT!”
Maar de vrouw kijkt niet op of om, lijkt alleen bezig met Baba van haar hond af te houden wat Baba juist reuze interessant vindt. De vrouw blijft stevig doorlopen, ik kom steeds verder achterop..
Dan…gaat ze het park uit…
steekt de weg over met haar hond naast zich aan de lijn en de mijne los ernaast.
Als ze met zijn drieën tussen geparkeerde auto’s door de stoep hebben bereikt, haal ik opgelucht diep adem. Ik probeer ondanks mijn knieën en stok te rennen om bij ze te komen.
Maar de vrouw jaagt Baba de stoep af,
rechtstreeks onder een passerende auto.
Er volgt een harde BAONG!, ik zie mijn hond een halve salto maken een metertje hoog in de lucht en met een klap op de weg belanden. Dan is het even ijzig stil.
De auto is gestopt, de vrouw met de hond draait zich langzaam richting de weg.
Dan… krabbelt Baba overeind.
“Baba lieverd, kom maar hier bij mij!” roep ik zo uitnodigend mogelijk, maar wellicht hoort Baba hele andere emoties in mijn stem. Tot mijn grote schrik rent hij weer de weg over, nu het park in, passeert me daarbij op een paar meter, maar komt niet naar me toe en gaat de weg terug die de vrouw met de stabij net gelopen heeft, steekt de houten voetgangersbrug over, aarzelt daar even.
Ik maar roepen, ik probeer alle toonhoogten en toonaarden, maar mijn hond is totaal in paniek.
En weer steekt hij een weg over, nu aan de andere kant van het park. Maar nu komt er gelukkig geen auto aan.
Hij rent heen en weer op de stoep van de Koningslaan, reageert een paar keer op mijn geroep en blijft dan even staan, maar gaat dan toch verder op de vlucht en verdwijnt uiteindelijk om de hoek van de Prins Hendriklaan.
Als ik daar eindelijk aankom is Baba nergens te zien.
Ik roep en fluit, maar geen Baba. Ik loop chaotisch allerlei kanten op, probeer mezelf ondertussen innerlijk rustig te krijgen zodat ik kan proberen me af te stemmen op Baba.
Maar het lukt me niet goed.
Inmiddels is het druk aan het worden. De zon is doorgebroken en er komen steeds meer wandelaars met en zonder kinderen en met of zonder hond. Ik vraag velen van hen of ze mijn hond hebben gezien.
“Hij is aangereden door een auto en in paniek weggerend. Ik weet niet hoe erg gewond hij is.” Ik ga weer het park in, kom hondenbezitters tegen en vertel iedereen die twee zinnen.
Een jonge man komt me achterop gerend. Het blijkt een inzittende van de auto. Hij wil weten hoe het met mijn hond is. Maar om dat te weten te komen moet ik hem eerst vinden.
De man is enorm geschrokken van het ongeluk en vertelt dat zijn vriendin nog veel meer geschrokken is. Zij zat aan het stuur.
“Ze kon er niets aan doen,” weet ik zeker, “mijn hond werd de stoep af gejaagd, rechtstreeks naar jullie auto.” Ik vertel bijna huilend aan de man hoe ik geroepen en geschreeuwd en op het laatst bijna gegild heb om de vrouw tot staan te bewegen, maar dat niets hielp en ik alles voor mijn ogen heb zien gebeuren.
De jongeman zegt dat de vrouw met de hond ook hevig ontdaan is. “Maar ze heeft het niet zien gebeuren, het ging allemaal zo snel, zei ze”.
Zo snel ging t niet, denk ik. Ik heb minstens acht keer geroepen, tel ik in mezelf.
Dat Baba weggevlucht is, is nauwelijks enige indicatie over zijn toestand, behalve de overduidelijke paniek waarin hij verkeert.
Ik heb gezien hoe Jao op zijn vier poten liep of er niks aan de hand was, terwijl hij drie teenkootjes gebroken had. En ook uit tal van andere verhalen over gewonde honden weet ik dat de adrenaline gewonde honden vleugels kan geven. Maar dat kan ze ook brengen naar een plek waar ze zich veilig terug kunnen trekken en waar ze moeilijk te vinden zijn. Het is niet uit te sluiten dat Baba gevlucht is naar een plek waar hij zich heeft verstopt.
Ik kijk in de tuinen langs het park, onder bruggen, en besluit mijn fiets te gaan halen om mijn actieradius te vergroten.
Ik wil zo snel ik kan naar huis, maar daar is de jongeman van de auto weer.
Nee, de hond is nog steeds spoorloos.
De jongeman heeft te vertellen dat zijn auto beschadigd is. Zijn bumper is kapot. Het is weliswaar een kunststof bumper, maar het geeft wel aan hoe hard de klap was.
Het kan niet anders dan dat Baba ernstig gewond is.
Ik moet hem snel vinden!!!
Haastig geef ik de jongeman mijn mobiele nummer.

Even later bel ik aan bij Baba’s vaste oppas die een paar huizen verder in onze straat woont en vraag of zij wil opletten of Baba misschien in de straat komt, gris mijn mobiel uit mijn huis en bel de metalgitarist om te komen helpen zoeken.
Eindelijk op de fiets krijg ik een ingeving dat Baba misschien naar Bloeyendael is. Maar als ik die richting uit ga met de fiets realiseer ik me allerlei plekken op weg daarheen waar hij zich zou kunnen hebben verstopt. Na die te hebben geïnspecteerd besluit ik om te keren, als Baba naar Bloeyendael zou zijn gegaan, had hij diverse wegen over te steken. Ik moet er niet aan denken dat hij die kant echt op is.

Ik word gebeld door een onbekend nummer, ik hoop dat iemand Baba gevonden heeft, maar het blijkt de vrouw van de Friese stabij. Kennelijk heeft ze mijn nummer gekregen van de mensen van de auto. Ik wil haar eigenlijk niet spreken, niet nu, maar ze vraagt of ze een oproep mag plaatsen in een buurtapp. Uiteraard! Ik uit mijn zorg dat hij dusdanig gewond is, dat hij zich ergens verstopt heeft en zeg dat ik weer door wil met zoeken.
Dag!

Tijdens de zoektocht spoken allerlei scenario’s door mijn hoofd. In het begin ook dat hij misschien uit zichzelf naar huis komt, maar naarmate de tijd verstrijkt komt me dat steeds onwaarschijnlijker voor. Ik hoop dat iemand hem vindt en zijn NDG-penning ziet en me belt. Sommige mensen die ik aanklamp vragen of hij gechipt is. Anderen vragen hoe ze me kunnen bereiken als ze hem vinden. Houd hem vast! Hij heeft een penning om met mijn telefoonnummer.
De tijd schrijdt voort. Hoe langer het duurt, hoe banger ik word dat Baba zich ergens heeft teruggetrokken om zijn wonden te likken en ik word steeds ongeruster dat we hem niet tijdig vinden.
Ik verbaas me erover dat ik de metalgitarist nog niet gezien heb, ik heb hem verteld dat ik in en rond het park ben. Ik wil met hem graag kunnen afspreken wie waar gaat zoeken. De kans dat ik Baba in het park vind, acht ik inmiddels klein.
Ik bel de metalgitarist. Hij blijkt in de buurt van het parkrestaurant te zijn.
Ik ben op de Koningslaan en ja., ik kan hem nu zien!
Maar hoe ik ook zwaai, hij ziet mij niet.
Hij vraagt ondertussen waar ik Baba het laatst gezien heb en waar het ongeluk is gebeurd. Maar de omschrijvingen die ik hem geef, begrijpt hij niet, ik ben te ontdaan om een voor hem begrijpelijke te bedenken en zeg dat ik naar hem toe kom. Maar dat is een stukje om met de fiets. Ik vraag hem op mij te wachten.
Dan gaat mijn mobiel weer.
Een mevrouw vraagt met een soort grafstem of ik mijn hond kwijt ben.
Ik zie hem in gedachten al dood aan haar voeten liggen.
Maar ze zegt:
“Die is hier met mijn hond aan het spelen.”
Hier blijkt Bloeyendael en ik laat haar uitleggen waar in Bloeyendael en druk de reddende engel op het hart daar te blijven.
“Hij is aangereden en in paniek weggevlucht,” zeg ik weer. Ik vertel waar ik ben en dat ik op mijn snelst naar haar toe zal fietsen maar dat het logischerwijs even zal duren.
Ik bel de metalgitarist en probeer te kiezen langs welke kant ik naar Bloeyendael zal gaan.
Ik kies voor het fietspad langs de Hoogstraat en zie de metalgistarist keihard over de parkboulevard fietsen, die neemt de weg via de Berenkuil, vermoed ik. Maar hij zal blijken de kortste weg langs de Stolberglaan gegaan te zijn en via de voetgangers tunnel onder de waterlinieweg, heeft zijn zware fiets daar de hoge trap opgesjouwd.
Ik zie hem als ik bij het grote veld in Bloeyendael een klein groepje ontwaar, met inderdaad… Baba daarbij. De metalgitarist is hem aan het aaien, onderzoekt of er ergens een breuk is. Als ik het groepje bereikt heb, weet ik dat hij dat grondig heeft gedaan en ik dat niet nog een keer hoef te doen. “Zo te merken niets gebroken,” meldt de metalgitarist.
Baba begroet me nauwelijks, zijn aandacht gaat uit naar de hond van de vrouw. Het is een middelslag hondje met een beetje het uiterlijk van een herder, maar dan veel kleiner dus.
Ik kan mijn tranen niet meer bedwingen, bedek mijn gezicht met mijn handen. De vrouw begrijpt het, we praten even, ze zegt dat we elkaar al eens eerder ontmoet hebben met de honden. Ik geloof haar meteen maar heb op dat moment nergens meer herinnering aan. Ik vraag of het mag en ze laat zich een stevige hug geven. Wat ben ik haar dankbaar!
De metalgitarist heeft een lange riem bij zich die nog van zijn Moody is geweest en stelt voor dat hij Baba naast de fiets meeneemt.
Met enige moeite, we hebben nog niet eerder met zijn drieën gefietst en Baba blijkt super schichtig en bang voor auto’s, en met af en toe een tussenstop, vooral om de hond rust te gunnen, komen we uiteindelijk thuis.
Tweeënhalf uur na het ongeluk…

20190118_151859 (2)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s