4. Versneld

’s Ochtends word ik wakker in het besef dat ik iets zal moeten laten weten aan de eigenares van Kaatje. Ook zo’n lieve vrouw die net als de mevrouw van het telefoonteam van de stichting alle aandacht had voor mijn verhalen en die mij ook het vertrouwen gaf om me een pup te laten reserveren. Een betrouwbare fokker. Die herken je o.a. aan dat ze je laten beloven dat als het mis zou gaan met de hond, je hen het eerste op de hoogte brengt en ze de kans geeft zich te ontfermen over herplaatsing.

Van de mevrouw van de stichting heb ik geleerd dat de honden die in de Nederlandse asiel zitten niet van zulke fokkers vandaan komen. Langzaam maar zeker leer ik steeds meer over waarom mensen honden uit het buitenland laten komen. Iets waar ik tot een paar dagen geleden nog tegen was. Er zijn immers in Nederland genoeg honden zonder een warm plekje bij mensen in huis.

Een paar maanden geleden was ik al bij het Utrechtse asiel gaan kijken. Het was mijn bedoeling om daar bij de honden te gaan kijken om te zien of er een klik was met een van hen. Maar je blijkt niet meer zonder afspraak bij de honden te kunnen komen. Sterker nog, ze allemaal zien was niet meer mogelijk. Daar worden de honden te onrustig van, legde een asielmedewerkster me uit. Het werkt bij het asiel tegenwoordig hetzelfde als bij de stichting; je kijkt online naar de foto’s en als daar een foto van een hond bij zit die je aanspreekt, kun je contact opnemen met het asiel en een afspraak maken om nader met die hond kennis te maken. Ik had al een paar keer gekeken het afgelopen jaar, maar die klik was er nooit geweest. Er stonden ook vaak maar een paar honden van het Utrechtse asiel online.

“We zetten echt alle honden op de website,” verzekerde de asielmedewerkster mij. Ik besloot de medewerkster mijn dilemma voor te leggen en vertelde over wat Leonardo en mij was overkomen waardoor Leonardo nu elders woont. De asielmedewerkster hoorde me geduldig aan maar zei toen: “Dan denk ik toch dat een hond uit het asiel niets voor u is.” Hoewel ik aarzelend naar het asiel toe was gegaan, kwam haar opmerking als een mokerslag binnen. Op verzoek en met inzet van mijn journalistieke skills om door te vragen werd me haarfijn geschetst waarom. Alle honden in de asiels hebben gedragsstoornissen. Daardoor zijn ze op zijn minst nerveus en derhalve ongeschikt om in een situatie te belanden waarbij de ‘rotte appel’ in de straat de kans zou krijgen weer te gaan pesten. Dan kon zo’n asielhond vermoedelijk binnen korte tijd weer terug naar het asiel. Hoe pijnlijk de uitleg ook was, ik kon niet anders dan er begrip voor hebben. Hoe graag ik ook een hond zou willen, het bleef onverantwoord zolang de treiterkop en ik in hetzelfde straatje bleven wonen.

Als een hond met de staart tussen de benen was ik die vrijdagmiddag naar huis gegaan. Het besef dat ik echt geen hond meer kon nemen, maakte de rest van het weekend dat ik knap sacherijnig was.

Vanaf dat ik Leonardo had moeten herplaatsen wist ik dat dat het beste was, ik kon het een hond niet aandoen bij mij te komen wonen met zo’n treiterkop in de straat. Toch, nu na het bezoek aan Grietje en haar vrouwtje, nog geen anderhalve week geleden, ging ik het avontuur weer aan. Wat was er eigenlijk veranderd?

Ik ben veranderd, besefte ik.

Door te beseffen dat het de Liefde was die een hond in je huis en leven brengt die ik zo belangrijk vind dat al het andere er door getrotseerd kan worden. Ik heb echt schijt aan die pestkop, ik heb haar per ongeluk in mijn verdriet, wanhoop en onmacht te veel macht over mijn leven gegeven. Het is klaar! Ik pak mijn leven weer helemaal zelf ter hand, sta volledig in mijn kracht en ben met hart en ziel aan het kiezen om weer met een hond te gaan samenleven. Dat hoeft niet per se Bebé te zijn, zo’n schattige kleine Pyrenese herder zou net zo welkom zijn. Ik wacht nog even met die fokker bellen.

Mijn hart maakt een sprongetje als ik rond een uur of éen gebeld word. Het is de coördinator van de huisbezoeken. Of ik morgen tijd heb haar te ontvangen? Ja hoor, als ze het niet erg vindt om de aandacht te delen met mijn tweeënhalf jaar jonge kleindochter. Maar dat vindt de mevrouw uiteraard niet handig. Kan het dan misschien vandaag? Eh.. ja dat kan, maar volgende week kan ook, het maakt mij niet uit. Maar haar wel, we hebben immers haast.

Bebé komt toch al over een weekje?! Ik ben perplex, weet van niks.

Later zou blijken dat ze hun best hebben gedaan om Bebé met de laatste vlucht van het jaar naar Nederland te halen. 20 december komt hij al. Ja, dan is het inderdaad zaak dat het huisbezoek snel plaatsvindt. Nog geen uur later staat de mevrouw bij mij voor de deur. Met een van haar hondjes. Ze kijkt me onderzoekend, om niet te zeggen argwanend aan. Maar als ze aan haar tweede kopje koffie zit, is de sfeer al gemoedelijk. Zo gemoedelijk dat ik haar uiteindelijk voorzie van een kop vers gemaakte soep.

Van haar leer ik nog veel meer over het hoe en waarom van de Stichting Hondenzorg en Welzijn, die amper drie jaar blijkt te bestaan. Eén van de redenen van hun oprichting is de situatie in de Nederlandse asiels. Inderdaad, daar zitten bijna uitsluitend honden met fikse gedragsproblemen. Dat kun je toch ook zo wel begrijpen; honden van goede komaf kunnen terug naar de fokker. Goede hondeneigenaren zouden hun hond nooit naar een asiel brengen.

Nee, ik heb zelfs de fokker van Leonardo gepasseerd om zeker te weten dat ik een goed huis voor hem vond. Mijn briardje heeft het nu geweldig op een boerderijtje met nog een briard en drie paarden en twee schatten van mensen. Voor het zover was hebben we gigantisch veel meegemaakt, veel moeten oplossen. Maar ik heb er geen seconde spijt van gehad. Het was ook meteen zo duidelijk dat hij zo’n rustige omgeving nodig had;  zijn gedragsproblemen waren als sneeuw voor de zon verdwenen toen hij verhuisd was. Op een of twee kleine terugvalletjes na.

Het is al lang donker als we vriendelijk uit elkaar gaan. De huisbezoekster laat twee contracten achter: Eén voor opvang met optie tot behoud, éen voor de zogenaamde ‘koop’. Met de mevrouw van het telefoonteam had ik het eerste afgesproken. Ik kon zelfs vier tot zes weken de tijd nemen om te beslissen of ik de hond wilde houden. “Als u maar weet dat als u de hond niet wilt houden, hij bij u moet blijven tot we iemand anders hebben gevonden.” De zin is bijna letterlijk hetzelfde uitgesproken door de mevrouw van het telefoonteam. Ja, dat is me geheel duidelijk. Ik hoop natuurlijk dat ik hem zal kunnen houden. Maar je weet maar nooit waar dat gemene wijf bij mij in de straat mee komt. Er is al zoveel wat de hond nerveus kan maken; de vliegreis, de totaal andere omgeving, andere luchtjes, andere taal enz. en ook nog de vuurwerktijd. En misschien is hij al aan het puberen gezien de geschatte leeftijd. Er zou weinig voor nodig zijn om de hond totaal van slag te krijgen.

“Het gaat u vast wel lukken,” zegt de huisbezoekster. Ze baseert zich wellicht op alle opvanghonden van de afgelopen twee jaar. Of misschien op hoe haar hondje op mij reageert. Of wie weet, vertrouwt ze me op mijn bruine kijkers. Ik weet het niet, maar ben er heel bij mee.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s